Posts tonen met het label Belgen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Belgen. Alle posts tonen

vrijdag 18 april 2014

Leuvens Wereldcafé: dromen van een netwerk van Wereldcafés

Nippend van een Mongozo, een Afrikaans fairtradebiertje op basis van banaan, doet Peter Raymaekers de krachtlijnen van het Leuvense Wereldcafé uit de doeken. Dit unieke concept bestaat intussen al tien jaar. De succesformule? De eigenzinnige combinatie van een bedrijf in de vorm van een  coöperatie en een vereniging die gesteund wordt door wel negentig vrijwilligers.

Eén jaar lang hebben de oprichters gebrainstormd, gereflecteerd en visieplannen uitgewerkt. In 2004 opende het Wereldcafé zijn deuren in de Bondgenotenlaan in Leuven, vertelt een trotse Peter Raymaekers, voorzitter van de raad van bestuur. “Het idee komt van een medeoprichter die in Canada geïnspireerd werd  door een fairtradekoffiebar. Zijn doel was om het concept te introduceren in Leuven. De basisprincipes die we toen hebben vastgelegd, gelden nog altijd: in de eerste plaats willen we fairtradeproducten uit het Zuiden verkopen, maar dan in een laagdrempelige context zoals een café-restaurant.”
 
“Voor onze gerechten werken we onder meer samen met sociale economiebedrijven.  Zo levert het Dagcentrum De Wroeter in Kortessem onze quiches. De werknemers van De Wroeter kunnen niet in het gewone circuit aan de slag en worden als Arbeidszorgproject gefinancierd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap” gaat Raymaekers verder. “Op activiteitenboerderij De Brabander uit Kersbeek-Miskom wordt het brood bereid dat in het Wereldcafé op de plank komt.
 
Een van de vrijwilligers is lid van de Leuvense Biertherapeuten en is verantwoordelijk voor de exclusieve bierkaart die telkens wordt aangevuld met enkele bieren van de maand. De fairtradebieren en lokale Belgische biersoorten op de drankkaart zijn streekproducten met een eigen verhaal. Voor een Stella of een Jupiler kun je niet terecht bij het Wereldcafé, maar een frisse Anker, het huisbier van een Mechelse brouwerij, staat er steevast op de kaart.”
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vrijwilligers aan de basis
 
Fairtradeproducten, streekbieren en smakelijke, eenvoudige gerechten: op het eerste gezicht is het concept niet revolutionair. Wat het Wereldcafé uniek maakt in zijn soort, is de bedrijfsvorm. Het is opgericht als een coöperatie waarin aandeelhouders medezeggenschap hebben. “180 vennoten hebben samen een kapitaal van 90.000 euro  ingebracht en bepalen vanuit de algemene vergadering mee welke richting het Wereldcafé uitgaat. Een winstuitkering krijgen ze niet. Hoewel het niet evident is om in de horecasector veel winst te maken, herinvesteren we de gemaakte winst in het Wereldcafé of steunen we er  boeren(gemeenschappen) in het Zuiden en sociale economiebedrijven in het Noorden mee. Zo ging een deel van onze winst onder andere naar een coöperatieve graanbank en microkredietinstelling van de ngo Hundee in Ethiopië. . Daarnaast steunen we ook acties, zoals 11.11.11. Zelfs eventuele fooien staan onze vrijwilligers graag af aan een goed doel. Ze beslissen zelf naar welk project het geld gaat.”
 
Als sociale onderneming draait het Wereldcafé dankzij de inzet en het engagement van zeven vaste krachten en meer dan negentig vrijwilligers, onder wie ook de leden van de raad van bestuur. “Het Wereldcafé houdt het midden tussen een klassiek café en een beweging”, legt Raymaekers uit. “We willen een ontmoetingsplek bieden voor mensen en organisaties die werken rond duurzame handel en ontwikkeling of rond de Noord-Zuidproblematiek.”
 
Of het geen uitdaging is om telkens weer voldoende gegadigden te vinden, die hun vrije tijd kosteloos opofferen voor het goede doel? “Nadat we ons eerste filiaal in de Bondgenotenlaan moesten verlaten, lag het Wereldcafé een jaar lang stil. Sinds de opening op het Joris Helleputteplein, op een boogscheut van de Oude Markt, zijn heel veel vennoten vrijwilliger geworden. Bijna wekelijks biedt jong en oud zich hier aan om een handje te komen helpen zonder dat we er grootse campagnes voor hoeven te voeren.”
 
Een café-restaurant vijf dagen per week open houden en daarnaast op zondagen en maandagen activiteiten organiseren, vergt een doorgedreven planning. “Onze vrijwilligers doen echt álles, ook achter de schermen. Ze doen de bestellingen, poetsen of volgen de boekhouding op. Samen met onze vaste staf zijn zij de kracht van het Wereldcafé, want dankzij hen kunnen we onze prijzen democratisch houden: een studentencafé zijn we uiteraard niet, maar onze prijzen zijn vergelijkbaar met de prijzen op de Oude Markt. Voor tien euro krijg je hier een lekkere maaltijd.”

 
Stamgasten
 
In het Wereldcafé kun je niet alleen terecht voor een dampende kom soep, bieren uit exotische landen en huisbereide chocomousse, soms doet het café-restaurant ook dienst als decor voor academische informatieavonden met gastsprekers van onder meer de universiteit van Leuven. Op zulke momenten zijn alle vennoten en vrijwilligers welkom om samen bij te komen leren over fair trade. “We organiseren die avonden niet alleen zelf, ook andere organisaties maken van de infrastructuur gebruik om kennis over te brengen en te delen. Zo komen onder andere The Blue Academy en The School for Social Entrepreneurship hier reflecteren over eerlijke handel en sociaal ondernemen. Verder krijgen we weleens internationale studenten over de vloer die benieuwd zijn naar hoe het er aan toe gaat in een sociale onderneming.”
 
Verder staat elke maand een Wereldse Zondag op het programma. Samen met een vierdepijlerorganisatie houdt de vrijwilligersploeg het café dan een hele dag open ten voordele van een project in het Zuiden. “Een voorbeeld hiervan is het straathoekwerk van de Mobile School in de Boliviaanse stad Sucre. De Wereldse Zondag heeft toen 2000 euro opgehaald, een bedrag waarmee de organisatie iemand acht maanden in Bolivia kan tewerkstellen. Tot de stamgasten van het Wereldcafé behoren het Femma naaisalon, KVLV haak- en breicafé, Amnesty International, het Filosofisch Café, (W)arme landen, Okra, Mayong en Kazou.”
 

Not all small is beautiful
 
Raymaekers gelooft in een economie waar winstmaximalisatie niet op de eerste plaats komt, zodat aandeelhouders niet zomaar kunnen overgaan tot het delokaliseren of sluiten van bedrijven omwille van meer winst. Wanneer we het over de rol van fairtradeorganisaties in een globale context hebben, is Peter Raymaekers duidelijk: “Op wereldschaal bekeken is fairtradeproductie slechts een druppel op een hete plaat. Er worden certificaten uitgereikt en controles gehouden, maar not all small is beautiful: soms hebben kleinere bedrijven nu eenmaal niet de knowhow en de capaciteit om op een eerlijkere manier te handelen. Vaak zijn het iets grotere bedrijven die dit wel kunnen waarmaken. Dat je wel degelijk een rendabele onderneming kunt runnen vanuit sociale en ecologische principes is de boodschap die we willen uitstralen.”
 
Over de toekomst is Raymaekers voorzichtig positief. “Hoewel het Wereldcafé nog kleinschalig is, zou ik het concept graag zien uitbreiden in Vlaanderen. We merken dat er interesse is en voelen ons verbonden met buitenlandse fairtradecafés, zoals het Weltcafé in Wenen en binnenlandse initiatieven zoals het Wereldhuis Bonangana in Sint-Niklaas. Laatst hadden we Nederlanders op bezoek die bijzonder enthousiast waren en in Amsterdam een dergelijk concept willen opstarten. Het zou geweldig zijn als er een netwerk van Wereldcafés kan ontstaan, net zoals er tien jaar geleden maar één filiaal van de Wereldwinkel in Antwerpen te vinden was, en intussen verspreid is geraakt over heel Vlaanderen.”
 
© Wereldcafé Leuven

Wereldcafé Leuven
Joris Helleputteplein 2, 3000 Leuven
coop@wereldcafe.be
Tel: 0468 17 82 72

dinsdag 8 april 2014

Rhytmic: Propere was

Op de display in het kantoor met uitzicht op het atomium prijkt de slogan ‘respect people and planet’. Dat vat de missie van Fair In Trade goed samen: met was- en onderhoudsproducten gemaakt van palmpitolie steunt deze organisatie de lokale bevolking in Senegal én de natuur. De palmpitten van de bomen die daar in het wild groeien, werden tot voor kort als afval beschouwd. Nu worden ze bijeengeraapt door lokale coöperaties en ter plaatse geperst.
 
Stefan Peeters was in een vorig leven managing director van het grootste huishoudapparatenmerk ter wereld. Op zijn veertigste kreeg hij een dubbele hartaanval. “De trein rijdt verder, ofwel spring je er af, ofwel blijf je er op zitten”, blikt hij terug op deze periode. Zes jaar geleden nam hij ontslag bij de multinational en richtte een consulting bureau op. Een van zijn klanten, Jan Huyghens, vroeg om mee te stappen in Fair In Trade wanneer het project, dat hij eerder toevallig uit de grond stampte, uit zijn voegen barstte.
 
Een aantal jaren daarvoor, toen Jan met een paar vrienden per moto Senegal doorkruiste, zag hij palmpitten liggen langs de kant van de weg. De pitten waren te hard om te kraken maar bevatten heel voedzame bestanddelen. Palmpitolie is naast kokosolie de enige niet-kankerverwekkende olie die op zeer hoge temperatuur mag worden verwarmd. Op de terugvlucht zat Jan toevallig naast iemand van een humanitaire organisatie en al pratend kwam hij tot het besef dat hij iets kon doen met die palmpitten. Hij keerde terug naar Senegal en zette contracten op met verschillende dorpen om de pitten te verzamelen tegen een eerlijke vergoeding. De volgende stap was het neerzetten van een fabriekje waar de pitten ongeraffineerd worden geperst.

Overschot


In eerste instantie was de olie bestemd voor de lokale bevolking, onder andere om mee te koken. Later ontdekte men het hoge gehalte laurinezuur, een belangrijk bestanddeel voor reinigingsmiddelen, waarna er werd gestart met het maken van zeep. Ook weer om ter plekke te gebruiken. Meer en meer dorpen schreven zich in, het aanbod palmpitten werd groter en zo ontstond de idee om de palmpitolie naar België te verschepen en er detergent van te maken. Niet veel later, ondertussen vier jaar geleden, kreeg de organisatie het Ecocert label, wat staat voor bio én fair trade. Het label omvat een gewaarborgde minimumprijs voor de producenten, goede arbeidsomstandigheden en een sociaal fonds voor de financiering van ontwikkelingsprojecten.
Het is dan, nu drie jaar geleden, dat Stefan de vraag kreeg om Fair In Trade mee te leiden. “Ik heb meteen ja gezegd omdat het eens iets anders was, niet commercieel. En het is mijn kans om iets terug te geven aan de wereld.” Op zoek naar een investeerder klopte Stefan aan bij zijn ex-baas. En toen waren ze met vier: Jan, zijn zoon, Stefan en de gepensioneerde Whirlpool-directeur. In het begin maakten ze enkel vloeibaar wasmiddel, het poeder moest worden aangepast aan de waterhardheid van de Belgische markt, maar sinds januari 2014 is het aanbod uitgebreid.
 
De Rhytmic Power lijn bestaat uit o.a. wasmiddel voor witte, gekleurde en delicate was, babywasmiddel, afwasmiddel, ontkalker, allesreiniger en vloerzeep. De handzeep uit het Rhytmic Energy gamma wordt binnenkort uitgebreid met babyproducten in samenwerking met een Franse apotheker die momenteel enkel bioproducten maakt. “In combinatie met onze fairtrade-aanpak, staan we drie stappen verder dan wat er nu op de markt is. Onze klanten zijn heel bewust. Je merkt dat mensen op zoek zijn naar iets anders, iets dat de wereld een beetje beter maakt.”

Nog veel werk

 

Rhytmic is te koop in alle Vlaamse Oxfam- en Originowinkels. Stefan hoopt België helemaal te veroveren. Duitsland, Engeland en Frankrijk tonen interesse. Sinds de uitbreiding van het gamma heeft hij het gevoel dat ze eindelijk serieus worden genomen. Voorlopig houdt hij de boot af bij grote ketens uit schrik voor een prijzengevecht. “We hebben niet zoveel reserve doordat we ook een engagement aangaan met de lokale bevolking, en het moet verkoopbaar blijven. Maar de grote ketens zullen op lange termijn wel volgen.”
 
Klinkt alsof die trein toch weer vertrokken is. “Ik zou het niet gedaan hebben als het geen fair trade was. Er zijn genoeg wasmiddelen op de markt, maar bij mijn weten wordt nergens ter wereld een fairtrade- én biowasmiddel geproduceerd. Ons doel is niet om zoveel mogelijk te verkopen, we willen vooral dat de mensen ter plaatse hun ding kunnen doen. De overschot brengen we naar hier. Geld verdienen is niet onze prioriteit, we hebben allemaal andere jobs naast Fair In Trade waarmee we ons brood verdienen. Als je aan zoiets begint, doe je dat toch vanuit een idealisme. We zijn een kleine organisatie, we hebben een heel direct contact. Jan zit de helft van de tijd in Senegal. Het is fantastisch, maar er is ook nog veel werk.”
 


Vertrekken vanuit hun noden


Fair In Trade moest elke keer het vertrouwen winnen van de lokale bevolking. “Na een tijdje komt dat vertrouwen wel, we betrekken hen ook bij de werking van de fabriek. Natuurlijk maak je ook dingen mee, zo heeft onze eigen vennoot drie jaar lang ‘s nachts zijn camionette volgeladen en voor honderdduizenden euro aan producten gestolen. Jaren geleden ben ik mee geweest met een organisatie die waterputten maakte in Senegal. Zij hadden een dorp voorzien van een volledig elektronische waterput, een week later was de motor weg en was alles uit elkaar gehaald om er iets anders mee te doen. Ik vind het belangrijk om in ontwikkelingslanden niet zomaar iets op te starten als de lokale bevolking er niet om vraagt. Vertrekken van producten die de mensen nodig hebben helpt alvast om hun buy-in te krijgen en er samen met hen een succes van te maken. Eerst en vooral moet je ervoor zorgen dat de lokale bevolking niets ontnomen wordt en dat er meer dan genoeg volume blijft voor hen. Daarna komt het erop neer deze producten in de handel te brengen zodat een groot deel van het geld terug kan keren naar het land van de grondstoffen.”

Wildpluk


In tegenstelling tot Maleisië, waar 90% van de productie van palmolie vandaan komt, groeien de palmbomen in Senegal in het wild. In Azië wordt ontbost en jaagt men orang-oetangs weg om plantages aan te leggen. Omdat de grond ongeschikt is, gebruiken ze pesticiden. Bovendien wordt de olie daar geraffineerd, waardoor al het goede uit de olie verdwijnt. Bij palmpitolie worden de pitten, die vroeger werden weggegooid, nu geperst. Fair In Trade ziet het opboksen tegen de negatieve berichtgeving over palmolie als één van de grootste uitdagingen. Voor hun olie worden geen bomen gekapt, geen pesticiden gebruikt en de niet-geraffineerde versie is bovendien heel gezond en niet kankerverwekkend. Om de boodschap van gezonde palmpitolie naar buiten te brengen, zou de organisatie over een groter budget moeten beschikken. Ondertussen investeert Fair In Trade in Senegal ook in de aanplanting van nieuwe palmbomen. En in omheiningen voor de jonge scheuten, want de geiten die er rondlopen eten alles op.

Wat Stefan het meest heeft verbaasd als ‘leek’ in dit wereldje, was het hele keuringsgebeuren. “Er is geen samenwerking tussen de verschillende certificeringsorganismen. Heel naïef van me om te denken dat dit allemaal idealisten zijn die het goed menen. Het blijkt één commerciële boel te zijn en het zijn concurrenten van elkaar. Zij doen de keuring en beslissen of je het label krijgt of niet, maar dat is niet bepaald goedkoop. Dat mist zijn doel volledig.”
 
Helemaal verontwaardigd is Stefan over de affaire met FairTradeGemeente. Gemeenten krijgen die titel als ze een minimum hoeveelheid fairtradekoffie, -chocolade, enzovoort, verbruiken. Op zijn vraag of het gebruik van fairtradeonderhoudsmiddelen ook een vereiste kon worden om de titel van FairTradeGemeente te verwerven, kreeg hij een njet. “Waarom? Omdat Max Havelaar dit organiseert en Max Havelaar doet geen certificatie van palmpitolie. Als dat in het FairTradeGemeente charter zou worden opgenomen, zijn we weer een stap dichter bij een betere wereld. En daar draait het toch om.”

© Fair In Trade
 
Stefan Peeters
sp@rhytmic.be
Tel: 0032(0)475.45.41.77
Fair In Trade
Rhytmic

maandag 7 april 2014

Femimain: de cirkel is rond

Op haar eentje tilt Trees Candaele fair trade naar een hoger niveau. Voor Femimain, haar collectie handgemaakte producten vervaardigd door Marokkaanse vrouwen, zoekt ze zelf coöperaties uit die ze regelmatig bezoekt om samen de ontwerpen te bespreken. Zij garandeert hen een eerlijke prijs en correcte arbeidsomstandigheden, de vrouwen leveren op hun beurt originele producten.
 
Femimain versterkt niet enkel de sociale en economische positie van  vrouwen in Marokko, ook in eigen stad schept het werkgelegenheid voor vrouwen. Dat is geen toeval: het project ontstond in de schoot van de Pianofabriek, het gemeenschapscentrum in Sint-Gillis dat sterk inzet op duurzaamheid en solidariteit. In 2003 reisde Trees met vijftien Marokkaanse vrouwen uit de gemeente naar het voor hen onbekende zuiden van Marokko. Samen bezochten ze een aantal militante vrouwenorganisaties, om te laten zien dat die vrouwen met weinig middelen tot heel wat in staat zijn.
 
De ervaring was zo intens dat de vrouwen van de Pianofabriek er een vervolg aan wilden breien, vertelt Trees: “Ik ben vrij snel daarna teruggekeerd om organisaties te zoeken die wilden werken volgens de principes van fair trade en die redelijk bereikbaar waren qua ligging en communicatiemiddelen.” Onder fair trade verstaat Trees niet alleen goede werkomstandigheden, een correcte verloning en gebruik van duurzame materialen, maar ook een economische relatie gebaseerd op gelijkwaardigheid. “Ik heb veel geïnvesteerd om tot een kwaliteitsvol product te komen dat we op de westerse markt kunnen verkopen, rekening houdend met hun savoir faire en de materialen die zij hebben.”
 
Trees selecteerde tien coöperaties die nog geen samenwerkingsverband hadden met andere partners, opdat ze gelijk van nul konden starten. De verschillende ateliers leveren heel diverse producten: armbanden en kettingen in ‘passementerie’, een oude Marokkaanse weeftechniek, met de hand geborduurde bedovertrekken, rieten manden en arganolie. Verder nog authentieke, met de hand beschilderde theeglazen. Ook leren babouches, normaal het terrein van de mannen, maar Trees kon een jongen overtuigen om het aan zijn vrouwelijke dorpsgenoten te leren. En dan zijn er nog portemonnees en toilettasjes gemaakt uit grote, bedrukte rijstzakken..
 

Leren lezen en leren loslaten
 
In de loop der tijd zijn er nieuwe coöoperaties bijgekomen maar ook afgevallen, omdat de producten niet verkoopbaar bleken of het charter niet werd gerespecteerd. Femimain heef geen certificaat maar belichaamt fair trade ten volle. Vaak hangt het partnerschap samen met een alfabetiseringsproject. Als je in het atelier wil werken, moet je daarnaast lessen volgen.
 
Bij de coöperatie Atma (foto) is het zelfs zo dat als een tapijt wordt verkocht, 50% van de verkoopprijs naar de vrouw gaat die het heeft geweven; van de andere 50% gaat één derde naar de bedrijfsvoering van het atelier, één derde wordt gereserveerd voor de aankoop van grondstoffen en één derde gaat in een fonds voor alfabetiseringslessen. Trees: “Wij zijn geen commerçanten, het gaat ons om de sociale economie. Ik heb er ongelooflijk veel uit geleerd. In het begin heb ik me dood geërgerd aan het mentaliteitsverschil, maar je moet het kunnen loslaten. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ze het gevoel hebben dat ik hen iets opleg. Over prijzen ga ik niet keihard onderhandelen, zij weten perfect wat het basismateriaal kost en hoe lang ze daar aan gewerkt hebben. Het is aan mij om uit te rekenen hoeveel het uiteindelijk zal kosten en af te wegen of dat verkoopbaar is.”
 

Geen massaproductie
 
Bij de Pianofabriek komen veel verschillende nationaliteiten over de vloer. Mensen stellen vaak voor om partnerships met coöperaties uit hun land van afkomst aan te gaan. Trees aarzelt: “Femimain is ingebed in de Pianofabriek, niemand moet er een inkomen uit genereren. Ook al is het belangrijk voor ons imago, het is een verlieslatende post en uitbreiden kost geld. Om ter plaatse te gaan, maar ook om te prefinancieren. En ik heb m’n handen al vol.” Gelukkig kan Trees rekenen op de vrouwen die hier worden ingeschakeld via een tewerkstellingsproject. Zij tellen de levering na, regelen de stock, volgen bestellingen van winkels op en houden geregeld een stand open op festivals.
 
De collectie is voornamelijk bestemd voor de Belgische markt, maar af en toe komt er ook een bestelling uit Amerika en Nederland. Momenteel zijn er vijftien winkels die regelmatig bestellen, waaronder Letude in Leuven, Phulkari in Gent en Ozfair in Sint Gillis. En een aantal Oxfam-Wereldwinkels. “Toen ik begon, wou ik onze producten in de mooie winkelstraten van de grote steden zien. In wereldwinkels komen mensen die al overtuigd zijn, en ik wou een nieuw publiek aanspreken.” Trees heeft haar mening moeten herzien en ondernam een aantal pogingen om de interesse van Oxfam-Wereldwinkels te wekken. “Zij willen de verdeling doen via hun depot, maar dan krijg je er een schakel bij en worden de producten veel duurder, terwijl ik rechtstreeks aan de wereldwinkels wil verkopen. Ik begrijp niet waarom zij zo protectionistisch zijn. Het project verloopt volledig volgens de regels van fair trade en bovendien is het niet de massaproductie die je in veel wereldwinkels ziet, van Knokke tot Hasselt. Het is jammer voor de ateliers want als we meer afzet hebben, kunnen we regelmatiger bestellen. En als we 1000 in plaats van 100 oorbellen bestellen, kan de prijs ook naar beneden en zullen meer kopers geïnteresseerd zijn.”
 
Sommige ateliers, zoals die van de manden en de sjaals, verkopen goed, andere zijn volledig afhankelijk van Femimain. Als de antipode van de neokoloniale weldoener probeert Trees hen te overtuigen om in te zetten op de lokale markt en op export, of om een opleiding te volgen die meer commercieel inzicht biedt. “Het atelier van de sjaals bijvoorbeeld ligt heel afgelegen, ze verstaan enkel Berbers. Zij weefden prachtige dingen, maar hadden geen afzet, hun voorraad stapelde zich maar op. Ondertussen gaat het beter.” In eigen land moeten de ateliers concurreren tegen de soeks waar de spotgoedkope producten niet onder de meest correcte arbeidsomstandigheden zijn gemaakt, vaak door kinderen. “De fairtradeboodschap verkondigen is blijkbaar nog een brug te ver, maar daar wil ik zeker op blijven inzetten.”
 

Een blik op Europa
 
In Marokko wordt veel gekopieerd, de creativiteit is soms ver zoek, waardoor het moeilijk is om iets origineel aan te bieden. “Vorig jaar zag ik ergens schitterende ontwerpen, heel modern maar toch typisch Marokkaans. Via via kwam ik te weten dat ze van de hand waren van een Japanse ontwerpster, geboren en getogen in Marokko. Met haar heb ik binnenkort een afspraak. Het is goed om de blik van de vrouwen te verruimen. In het begin vond Assiya van de Bensllou-coöperatie de kleurencombinatie voor de juwelen verschrikkelijk, nu fabriceren ze soms zelf iets dat helemaal beantwoordt aan onze smaak. Het is ongelooflijk als ik zie hoe we begonnen zijn en waar we nu staan. Ik herinner me mijn eerste bezoek. We hadden alles afgesproken, maar twee dagen na mijn thuiskomst belde Assiya met de vraag of ik niet kon komen om toch nog wat zaken te bespreken. Ik zei dat ik terug in België was, en toen antwoordde ze: ‘Ik heb juist couscous gemaakt, dat blijft heel lang warm!’”
 
In 2012 deed Trees een effectenmeting bij alle coöperaties om te weten of de samenwerking beantwoordde aan wat ze hen vijf jaar daarvoor had voorgesteld. “Het eerste wat ze zeiden is dat ze dankzij Femimain een blik op Europa hebben gekregen. Ook het persoonlijke contact vonden ze heel belangrijk. Het zijn de vrouwen en ik, en daar zit niemand tussen. Ik blijf altijd bij hen logeren, je staat samen op en je gaat samen slapen, waar geen water is, was je je samen buiten in emmers. Ik vind dat belangrijk voor de gelijkheid: zij hebben mij nodig, maar ik heb hen evenzeer nodig. Die wisselwerking is essentieel.”
 
Trees weet niet goed hoe het verder moet met Femimain. “Mijn grote bekommernis is meer afzet. Er zijn zoveel initiatieven. Maar ik vind de sterkte van dit project dat de cirkel rond is: het gaat om tewerkstelling van kansengroepen in het Zuiden én hier.”
 
© Femimain

Trees Candaele
0032 2 541 01 70
0032 478 44 93 62
femimain@pianofabriek.be
Femimain

dinsdag 25 februari 2014

Opiniepeiling over verantwoord toerisme

34% van de respondenten zegt reeds gehoord te hebben van verantwoord toerisme. 17% verklaart reeds op een of ander manier aan verantwoord toerisme te hebben gedaan.
61% stelt altijd of vaak gebruik te maken van het internet om hun vakanties te boeken.
47% denkt dat verantwoord reizen een inperking van het niveau van comfort zou betekenen.
Behalve op vlak van luxe en welzijn, denken de respondenten grotendeels dat verantwoord toerisme evengoed, zoniet beter, kan beantwoorden aan hun verwachtingen (ontdekking en andere omgeving) dan het conventioneel toerisme.
Slechts 15% van de respondenten zou bereid zijn om 2% meer te betalen om de CO2-uistoot van zijn reis te compenseren.
 
Deze resultaten komen uit een opiniepeiling gerealiseerd door Dedicated Research in opdracht van het Trade for Development Centre, een programma van BTC (het Belgisch Ontwikkelingsagentschap) dat fair trade en duurzame handel promoot. De enquête bestond uit een kwalitatieve fase, waarbij 3 discussiegroepen werden georganiseerd, en een kwantitatieve fase, waarbij 1003 Belgische respondenten die reeds in Afrika, Latijns-Amerika, Azië of Oceanië op reis waren geweest bevraagd werden via het internet over hun gedrag, houding en opinie tegenover verantwoord toerisme. 
 
In de Nederlandstalige discussiegroep werd in eerste instantie gesproken over "duurzaam toerisme". Aangezien de respondenten uit deze discussiegroep aangaven dat de term "verantwoord toerisme" veelzeggender is, hebben we deze laatste term gebruikt in de kwantitatieve fase (de online bevragingen).
 

donderdag 2 mei 2013

Belg heeft twijfels bij ethische en ecologische labels

Belgen zijn sceptisch over ethische en ecologische productlabels. Dat blijkt uit een enquête van consumentenorganisatie Test-Aankoop. Ethiek en ecologie leeft, maar velen verdenken bedrijven ervan het slechts als marketingstrategie te hanteren.

> Lees meer

dinsdag 30 april 2013

1 op 2 Belgen koopt Fairtrade, ondanks crisis

Belgen kiezen meer en meer voor Fairtrade. Zo geeft de helft van de Belgische gezinnen aan regelmatig producten met het keurmerk in huis te halen. Dit blijkt uit het rapport van GFK 2012 en uit de jaarcijfers 2012 van Max Havelaar België dat de producten op de markt brengt.

Max Havelaar maakt vandaag de conclusies van het rapport van GFK 2012 en zijn jaarcijfers 2012 bekend. Opvallend: ondanks de crisis en een laag consumentenvertrouwen, hechten we meer en meer belang aan eerlijke producten. Niet minder dan 1 op 2 Belgische gezinnen haalt regelmatig Fairtrade-producten in huis, tegenover 1 op 3 in 2011. Dit vertaalt zich in een stijging van de omzet met 12%. Max Havelaar België verwacht dat deze stijgende trend zich ook dit jaar zal doorzetten.

> Lees meer