Posts tonen met het label toerisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toerisme. Alle posts tonen

dinsdag 25 februari 2014

Opiniepeiling over verantwoord toerisme

34% van de respondenten zegt reeds gehoord te hebben van verantwoord toerisme. 17% verklaart reeds op een of ander manier aan verantwoord toerisme te hebben gedaan.
61% stelt altijd of vaak gebruik te maken van het internet om hun vakanties te boeken.
47% denkt dat verantwoord reizen een inperking van het niveau van comfort zou betekenen.
Behalve op vlak van luxe en welzijn, denken de respondenten grotendeels dat verantwoord toerisme evengoed, zoniet beter, kan beantwoorden aan hun verwachtingen (ontdekking en andere omgeving) dan het conventioneel toerisme.
Slechts 15% van de respondenten zou bereid zijn om 2% meer te betalen om de CO2-uistoot van zijn reis te compenseren.
 
Deze resultaten komen uit een opiniepeiling gerealiseerd door Dedicated Research in opdracht van het Trade for Development Centre, een programma van BTC (het Belgisch Ontwikkelingsagentschap) dat fair trade en duurzame handel promoot. De enquête bestond uit een kwalitatieve fase, waarbij 3 discussiegroepen werden georganiseerd, en een kwantitatieve fase, waarbij 1003 Belgische respondenten die reeds in Afrika, Latijns-Amerika, Azië of Oceanië op reis waren geweest bevraagd werden via het internet over hun gedrag, houding en opinie tegenover verantwoord toerisme. 
 
In de Nederlandstalige discussiegroep werd in eerste instantie gesproken over "duurzaam toerisme". Aangezien de respondenten uit deze discussiegroep aangaven dat de term "verantwoord toerisme" veelzeggender is, hebben we deze laatste term gebruikt in de kwantitatieve fase (de online bevragingen).
 

dinsdag 21 januari 2014

Duurzaam toerisme om van te genieten

Met een omzet van 500 miljard dollar en 250 miljoen werknemers is de toeristische sector een van de belangrijkste economische activiteiten op deze planeet. Heel vaak zijn de inkomsten ongelijk verdeeld en lijdt het milieu zwaar onder die massale volksverhuizingen. Welk alternatief biedt ‘duurzaam toerisme’ en hoe verzoen je de drie klassieke P’s van duurzame ontwikkeling (people, planet, profit) met de P van pleasure?


Een sector met impact

Tot 1930 was toerisme louter weggelegd voor een select publiek. Met het invoeren van betaald verlof kreeg ook de ‘gewone werkmens’ geleidelijk aan de kans om te reizen. In 1950 telde men al 25 miljoen grensoverschrijdende reizen, in 1970 165 miljoen en in 2011 bijna een miljard. Voor 2020 voorspelt de World Tourism Organization (UNWTO) maar liefst 1,6 miljard internationale reizen. Vanzelfsprekend creëert deze exponentiële groei inkomsten en werkgelegenheid, niet alleen in het Noorden maar ook steeds meer in het Zuiden.

Voor ontwikkelingslanden liggen hier kansen. Zij kunnen vaak heel wat troeven op tafel leggen: zon en stranden, cultureel erfgoed en ongerepte natuur. In 20 van de 48 minst ontwikkelde landen is toerisme nu al de eerste of tweede bron van inkomsten. In sommige landen, vooral kleine eilandstaten, is toerisme zelfs goed voor een kwart van het BNP. Een pluspunt is dat de sector jobs creëert voor vrouwen, jongeren en laagopgeleiden. Een minpunt is dat het vooral de landen in het Noorden (hotelketens, luchtvaartmaatschappijen, touroperatoren) zijn die er het meest aan verdienen. Slechts een minderheid van de lokale bevolking kan er mee van profiteren. Daarnaast zijn de inkomsten uit toerisme onstabiel, een ecologische ramp of politieke spanningen kunnen de toeristen plots weghouden, waardoor investeringen verloren gaan.

Een destructieve sector
 
Veel hangt af van de manier waarop toerisme aangepakt wordt. Heel vaak betekent massatoerisme een ramp voor het milieu en is het een sector met weinig winnaars, veel verliezers en heel veel afhankelijkheid in de onderlinge relaties. “In meer dan 50 landen heb ik met eigen ogen gezien hoe destructief toerisme kan zijn”, zegt Marie-Paule Eskénazi, journaliste en oprichtster van Tourisme Autrement. Enkele cijfers op de website van de organisatie spreken boekdelen: “Een gemiddelde toerist in een zuiders land gebruikt 7 tot 10 keer meer water dan een lokale bewoner. In de Filippijnen kan je met het water gebruikt voor een golfterrein aan de dagelijkse noden van 15.000 inwoners van Manilla voldoen, of van 60.000 plattelandsbewoners. Tijdens een vlucht van een uur stoot één passagier meer CO² uit dan een inwoner van Bangladesh in een heel jaar. In Nepal verbruikt een toerist die de bergen intrekt ongeveer 6 kg hout per dag als verwarming, terwijl het land kreunt onder de erosie.”  Toerisme is niet het antwoord op het ontwikkelingsvraagstuk, maar kan wel een belangrijke bijdrage leveren”, concludeert de UNWTO.

Duurzaam toerisme

In het kielzog van de pleidooien voor duurzame ontwikkeling pleiten vele mensen en instanties al langer voor ‘duurzaam toerisme’. In 2004 werd het begrip gedefinieerd door de UNWTO: “Duurzaam toerisme neemt zijn huidige en toekomstige impact in rekening, zowel op economisch, sociaal als op milieuvlak, en beantwoordt aan de noden van de bezoekers, de industrie, de omgeving en de gastgemeenschappen”
Het model met de drie P’s van de discussies rond duurzame ontwikkeling doet ook hier dienst:
  • People: toerisme moet respect opbrengen voor de socio-culturele eigenheid van de gastgemeenschappen, voor hun cultureel erfgoed en hun traditionele waarden en moet bijdragen tot interculturele dialoog en wederzijds begrip.
  • Planet: toerisme mag gebruik maken van de natuurlijke rijkdom van een land, maar moet de ecologische processen in stand houden en het natuurlijke erfgoed en de biodiversiteit helpen bewaren.
  • Profit: toerisme moet voor een economische relatie zorgen op lange termijn, waarbij de socio-economische voordelen eerlijk verdeeld worden over alle betrokkenen. Dit veronderstelt voor de gastgemeenschappen stabiele werkgelegenheid en inkomsten die bijdragen tot armoedebestrijding.

Vierde P

Manu Minne, coördinator van ViaVia Tourism Academy vzw (onderdeel van Joker), ziet verschillende redenen waarom duurzaamheid in toerisme achterop loopt in vergelijking met andere sectoren: “Ten eerste is toerisme een complex en multidisciplinair gegeven, waarin economische activiteiten als bouw, voeding en transport samenkomen. Dat maakt het niet makkelijk. Bovendien is de sector zeer volatiel en primeert nog te vaak het kortetermijndenken. Maar een andere belangrijke reden is dat men heel lang over duurzaamheid gesproken heeft met een opgeheven vingertje. Wie duurzaam wil zijn moet een stuk van zijn welstand opofferen. Terwijl vakantie voor de meeste mensen net synoniem is met genieten.”

“Gelukkig is die retoriek aan het veranderen. Ik gebruik dan ook liever een model waarbij centraal tussen de drie P’s een vierde P wordt toegevoegd: die van pleasure. Niet in de enge betekenis van plezier, maar met een brede waaier van mogelijke emoties zoals blijheid, ontroering, confrontatie,… Zo creëer je een meerwaarde: pleasure voor de reiziger in de zin van beleving, pleasure voor de lokale gastheer in de zin van een respectvolle behandeling en waardig werk. Die vierde P mag gerust een toetssteen zijn voor de drie andere P’s. Hoe kan een ecologisch project de beleving van de toerist vergroten en tegelijk de inkomsten voor de lokale gemeenschap verhogen. Bekijk je het zo, dan kan duurzaamheid net een instrument worden voor innovatie.”

Lokaal ondernemerschap

Wat duurzaam toerisme concreet betekent, kan voor Manu Minne enkel binnen de lokale context ingevuld worden. Terwijl Tourisme Autrement zich vooral richt op het reizigerspubliek is ViaVia Tourism Academy ook in het Zuiden actief via het aanbieden van trainingen. “Aan lokale, kleine ondernemers leggen we uit wat Europese toeristen verwachten. Niet om dat als absolute vertrekpunt te nemen, maar om van daaruit samen na te denken hoe toerisme in hun context op een duurzame manier kan worden ingevuld.”

Tijdens trainingen raadt ViaVia Tourism Academy lokale ondernemers vaak aan om voorzichtig te investeren. Toerisme is onzeker. Het kan daarom slim zijn om het als bijberoep te zien en niet meteen als een hoofdactiviteit. Bovendien geeft een combinatie als landbouw-toerisme vaak meer mogelijkheden tot een authentieke beleving voor toeristen.

Travel 3.0

Een interessant gegeven is dat ook kleine ondernemers in het Zuiden steeds meer mogelijkheden hebben om rechtstreeks met potentiële klanten te communiceren. Vroeger lag het monopolie bij toeristische diensten en touroperators (Travel 1.0). Daarna kwamen de reizigers die elkaar informeren (Travel 2.0). Vandaag prijzen lokale ondernemers zichzelf aan via sociale media en internet (Travel 3.0).

Warm Heart Travels

Een mooi initiatief dat de 4P’s integreert is Warm Heart Travels, opgericht door een jonge lokale ondernemer in Malawi. Als kleinzoon van een dorpschef was hij voorbestemd om zijn grootvader op te volgen, maar zelf koos hij voor toerisme.  “We hebben samen bekeken hoe we zijn persoonlijk verhaal, zijn cultuur, zijn DNA zouden kunnen behouden binnen een toeristische onderneming” vertelt Manu Minne.

De families die in Malawi worden opgezocht, zijn geen traditionele stamleden in exotische kledij, maar gewone boeren die bereid zijn hun huis voor even te delen met bezoekers. De financiële bijdrage is vaak heel welkom om de kinderen naar school te sturen. Centrale activiteiten zijn de chef van het dorp bezoeken, samen koken en culturele verschillen ontdekken en leren begrijpen.

Ook een verblijf in Area 21, de township van de hoofdstad Lilongwe, behoort tot de mogelijkheden. Daar kan de toerist een school bezoeken, zijn haar laten doen in een kapperszaak of voetballen met de plaatselijke jeugd. Op die manier tracht Warm Heart Travels het verschil te maken tussen “een nice holiday en een lifetime experience”. Het bevorderen van contact ligt vaak in kleine dingen. Zo worden buitenlandse bezoekers met een paar zinnetjes in de lokale taal op een briefje naar de markt gestuurd om groenten te kopen voor hun gastvrouw. Voor de toerist is dat elke keer weer een belevenis, voor de lokale economie een opsteker en voor de gastvrouw een eerste stap om samen te koken.

Trees4Tours

In 2013 was ViaVia Tours, verbonden aan het ViaVia Traveler Café in Jogjakarta (Indonesië), een van de zes winnaars van de Wild Asia Responsible Tourism Award. Een greep uit de argumentatie die de jury aanhaalde om ViaVia Tours te selecteren leert wat duurzaam toerisme kan inhouden:

  • Laat zijn reizigers kennismaken met de oude Javaanse cultuur en hoe die vandaag versmelt met moderne waarden. Bereidt zijn reizigers voor op ontmoetingen, vertelt hen hoe zich te kleden en te gedragen en vraagt een bijdrage voor cultureel erfgoed.
  • Tijdens tours worden lokale producenten bezocht en worden de reizigers aangespoord om lokale producten te kopen.
  • Geeft de voorkeur aan kleine accommodaties en kennen de eigenaars persoonlijk, aan wie ze feedback vragen en waarmee ze duidelijke afspraken maken.
  • Geeft lessen over afval en milieu in de scholen van de dorpen waarmee ze  samenwerken.
  • Organiseert workshops en werkbezoeken voor studenten toerisme en voor jonge, lokale ondernemers over interculturele communicatie en over hoe een groep te gidsen.
  • Organiseert straatfestivals voor de buurt. Geeft ruimte aan lokale artiesten. Stelt zijn ruimte ter beschikking van lokale groepen.
  • Draagt bij aan noodhulp na aardbevingen en andere rampen.
  • Staf en medewerkers zijn voor 100% lokale mensen. Een aantal zijn doorgegroeid vanuit laaggeschoolde jobs. Promoot gendergelijkheid op de werkplek.
  • Biedt in zijn restaurant zoveel mogelijk lokale en biologische producten van lokale producenten. Geen palmolie. Geen GGO’s. Heeft een Fair Trade Shop met producten van achtergestelde groepen zoals straatkinderen.
  • Gebruikt zoveel mogelijk het openbaar vervoer tijdens tours. Compenseert de emissies van de verplaatsingen met het planten van bomen (Trees4Tours).

Eco-Benin

Een ander mooi voorbeeld is de ngo Eco-Benin. Via website, Facebook en YouTube een netwerk promoot van een tiental toeristische initiatieven verspreid over Benin. De organisatie biedt zowel trekkings door waardevolle natuurgebieden als ontmoetingen met lokale culturen. Telkens is het de lokale gemeenschap die instaat voor de opvang en de begeleiding van de toeristen. Daarvoor hebben ze in hun dorpen soms gîtes of lodges gebouwd, maar soms ook traditionele, ronde huisjes. In de Peulnederzetting in Alfakoare bijvoorbeeld leert de toerist in enkele dagen het vee te hoeden, de typische kaas te maken en te begrijpen wat schoonheid is voor de fiere Peul. Tussen 10 en 25% van de inkomsten gaat naar concrete projecten zoals scholen en latrines of naar de armste families binnen de gemeenschap. In 2011 werden 6322 toeristen verwelkomd.

Voor Eco-Benin is toerisme een manier om duurzame ontwikkeling op gang te brengen in regio’s waar de landbouw of de visserij in de verdrukking komen of waar de culturele of natuurlijke rijkdommen worden bedreigd. De ‘Eco’ in de naam probeert ze waar te maken met een CO2 actieplan en met activiteiten voor ecologische ontwikkeling zoals biologische landbouw, ecologische toiletten...
In het zuidoosten van Benin herstellen werkloze vissers de mangrove. Elke hectare mangrove is goed voor 200 ton geabsorbeerde CO2 per jaar. Reizigers kunnen als compensatie voor hun verplaatsingen mee wortelbomen planten. In het noorden van Benin, in de buurt van Pendjari nationaal park, staat de strijd tegen de oprukkende woestijn voorop. Eco-Benin promoot bij de dorpelingen het gebruik van verbeterde kookovens die tot 60% minder hout gebruiken wat de ontbossing vermindert en bijdraagt tot de vermindering van koolstofuitstoot. Deze ovens worden door lokale ambachtslui gemaakt.

Ecologische projecten die de beleving van de toerist vergroten en de inkomsten van de lokale gemeenschap verhogen. Een win-winsituatie. Of hoe duurzaamheid een instrument kan zijn voor innovatie in een bloeiende sector.


Foto's
1. Leren hoe een visnet in het meer te gooien © Eco-Benin
2. Koken met de gastvrouw @ Warm Heart Travels
3. Traditionele huisjes © Eco-Benin


Bronnen
UNWTO, project ‘Sustainable Tourism’: sdt.unwto.org
Tourisme Autrement: www.tourisme-autrement.be
ViaVia Tourism Academy: www.viaviatourismacademy.com
Warm Heart Travels, Malawi: www.warmhearttravels.com
Eco-Benin, Benin: www.ecobenin.org
ViaVia Tours Jogjakarta: www.viaviajogja.com

Dit is een artikel van het Trade for Development Centre (TDC).
Lees alle beschikbare artikels.
 

donderdag 16 januari 2014

Pionier in communautair toerisme: Ecuador

Weinig landen ter wereld kennen een grotere natuurlijke en culturele rijkdom dan Ecuador. Met het kwartet kust, sierra, amazone en Galapagos beschikt het land over vier ecosystemen met een enorme biodiversiteit. Een kwart van de bevolking is inheems met tradities die eeuwen teruggaan. Het groeiende zelfbewustzijn van die indígenas maakt van Ecuador een pionier in de ontwikkeling van communautair toerisme.
 
 
 
Van ecotoerisme...
Net als in de rest van Zuid-Amerika streken ook in Ecuador de eerste Amerikaanse en Europese toeristen neer in de jaren 70 en 80. De sector ontwikkelde zich hoofdzakelijk met buitenlands kapitaal. In het beste geval kregen de Ecuadorianen een slecht betaald baantje. In dezelfde periode nam de schaamteloze en verwoestende exploitatie van het Amazonegebied toe door buitenlandse olie- en houtbedrijven.
Met la Pachamama (moeder natuur) kan je ook anders omgaan. Vanuit die gedachte ontstonden begin jaren 90 de eerste projecten rond ecotoerisme, vaak met steun van Europese ngo’s. Het idee sloeg aan en ecolodges en ecotours schoten als paddestoelen uit de Ecuadoriaanse grond. Zelfs in die mate dat het voorvoegsel ‘eco’ voor vele reisorganisaties binnen en buiten Ecuador in de eerste plaats een marketingargument werd om toeristen te lokken.
De Asociación Ecuatoriana de Ecoturismo (ASEC) streed jarenlang tegen het misbruik van de term en kreeg de laatste jaren steeds meer steun van de Ecuadoriaanse overheid.

Ecuador
Omdat Ecuador de laatste jaren een aanzienlijke economische groei heeft gekend, staat het niet langer op de lijst van armste landen en behoort het nu tot de zogenaamde middeninkomenslanden. Het bruto binnenlands product per capita is inderdaad gestegen, maar de voordelen van de ontwikkeling blijven heel ongelijk verdeeld. 10% van de bevolking bezit 46% van het nationale inkomen. De armoede situeert zich vooral bij de inheemse bevolking op het platteland.
 
…naar communautair toerisme
In 1992 werd in heel Amerika de 500ste verjaardag gevierd van de ontdekking van het continent door Colombus. Maar in de inheemse gemeenschappen werd dat omgebogen tot een herdenking van ‘500 jaar inheems en volks verzet’. Tijdens een grote mars op Quito eisten ook de Ecuadoriaanse indianen meer rechten. Als antwoord op dit groeiende politieke bewustzijn van de indigenas begon de Ecuadoriaanse overheid met mondjesmaat projecten te financieren die de plattelandsgemeenschappen uit de armoede moesten halen. Daarbij dook al snel toerisme op als een economische activiteit met ontwikkelingspotentieel.  In 2009 noemde president Rafael Correa toerisme “de toekomst van het land, een industrie zonder schoorstenen”.
Een aantal indianengemeenschappen hebben daar niet op gewacht om het voortouw  te nemen. Als reactie op het arrogante en eigengereide optreden van grote reisorganisaties startten zij toeristische projecten in eigen beheer en met de financiële hulp van ngo’s. Een bekend voorbeeld is RICANCIE (Red Indígena de Comunidades del Alto Napo para la Convivencia Intercultural y Ecoturismo). Sinds 1993 bouwden deze kichwa-gemeenschappen stap voor stap aan de infrastructuur om zelf toeristen te ontvangen en hen te laten kennismaken met de rijkdom van het tropische woud en met hun cultuur. In 2005 verwelkomden zij hun 10.000ste bezoeker. Tweehonderd families verwierven zo een extra inkomen bovenop hun landbouwactiviteiten en de organisatie genereerde voldoende middelen om een school te bouwen en een groot stuk woud te beschermen.

In 2002 verenigden verschillende groepen zich in de Federación Plurinacional de Turismo Comunitario del Ecuador (FEPTCE) met als doel het communautair toerisme te verdedigen en te versterken. Dat leidde in 2004 tot de wettelijke erkenning van dit type toerisme, zowel door het Ecuadoriaanse Ministerie van Toerisme als door de World Tourism Organization die de pioniersrol van Ecuador prees. Na overleg tussen de FEPTCE en de Ecuadoriaanse overheid werden officiële criteria vastgelegd. Projecten moeten voortaan een aanvraag indienen vooraleer ze bezoekers mogen ontvangen. Regelmatig zijn er controles op hygiëne en andere aspecten van de onthaalinfrastructuur.
Wat maakt communautair toerisme – ook wel tourisme indigène of tourisme autochtone genoemd – zo specifiek? Voor het Franse tijdschrift Ecotourisme Magazine gaat het in de eerste plaats om een vorm van toerisme waarbij de lokale gemeenschappen zelf het onthaal van de toeristen beheren. Op die manier houden ze controle op de toeristische activiteiten die op hun territorium plaatsvinden en genereren ze inkomsten. De FEPTCE noemt communautair toerisme “een strategie voor een duurzame ontwikkeling met behoud van de eigen identiteit”.
De baseline van de organisatie is ‘para defender la vida de los pueblos’ (om het leven in onze dorpen te verdedigen). Communautair toerisme is voor hen een volwaardige economische activiteit, een combinatie van eco- en eerlijk toerisme die bijdraagt tot:
  • de organisatorische versterking van de gemeenschappen. Het is een sociale en solidaire economische activiteit die veel overleg en samenwerking vraagt. Er moet infrastructuur worden voorzien (kamers bij families of gîtes in de dorpen), er moet overlegd worden over de verdeling van de inkomsten, enz…
  • de bescherming van de natuurlijke rijkdommen. Het respect voor moeder aarde (la Pachamama) is diep geworteld bij de indiaanse gemeenschappen. Met een toeristisch project wordt het nog belangrijker om de natuur te behouden in plaats van ze te exploiteren. Leden van FEPTCE staan dan ook vaak vooraan in de strijd tegen mijnbedrijven of oliemaatschappijen. 
  • de versterking van hun culturele identiteit. Muziek, dans, gastronomie, spiritualiteit en andere culturele tradities herleven in de uitwisseling met de toeristen. FEPTCE spreekt dan ook over toerisme als een manier om hun manier van denken, doen en zijn te ‘dekoloniseren’.
 
 
Impact
Ondanks het grote enthousiasme erkent FEPTCE dat toeristische projecten ook fout kunnen aflopen, meestal omdat gemeenschappen zich halsoverkop in een toeristisch avontuur storten. Ze investeren zwaar in opvangcapaciteit, maar hebben van belangrijke aspecten als promotie weinig kaas gegeten.
Daarom startte de federatie een escuela de interaprendizaje, een school waar leden uit de verschillende projecten van elkaar kunnen leren. Ze studeren af als promotores de turismo comunitairio.

Javier Contreras is een Ecuadoriaan die werkzaam is in de sector van duurzaam toerisme in Frankrijk. Hij schat het aantal Ecuadoriaanse gemeenschappen actief in het communautair toerisme op 115. “Maar het niveau verschilt enorm. Sommige projecten zijn nog maar pas gestart, raken nauwelijks van de grond of draaien op een laag pitje. De reden is meestal dat ze buiten de klassieke toeristische routes liggen of dat ze capabele trekkers missen. Niet toevallig scoren de echte succesverhalen hoog op deze twee punten.”
 
 
Culturele revival
Opvallend is dat Contreras ook bij de succesverhalen de culturele impact hoger inschat dan de economische impact. Communautair toerisme zit ingebed in de revival van de inheemse beweging en heeft zeker bijgedragen tot het hervitaliseren van de indiaanse cultuur.
Julie Carpentier, een Franse doctoraatsstudente, die een aantal toeristische projecten in de Amazoneregio bestudeert, stelt vast dat de voortrekkers van de projecten vaak dertigers of veertigers zijn die gestudeerd of gereisd hebben. “Om de cultuur van hun dorp of gemeenschap aan de toeristen te kunnen tonen, moet de jongere generatie ‘in de leer’ gaan bij de ouderen. Op die manier zorgen toeristische projecten er voor dat gemeenschappen die uit elkaar dreigen te vallen (jongeren die naar de stad trekken, enkel nog Spaans praten, …) opnieuw een ‘project’ hebben om zich rond te verenigen.”

Contreras ziet echter ook pijnpunten in dit proces. “Van toeristen wordt verwacht dat ze openstaan voor de cultuur van de indígenas. Maar in hoeverre moeten de indígenas zich aanpassen aan de toerist, meer bepaald aan het beeld dat die toerist van hen heeft? Sommige gemeenschappen gaan daar zo ver in dat ze hun plastieken borden terug inruilen voor aardewerk. Wat ze tonen is vooral folklore. Maar cultuur is geen statisch gegeven, cultuur evolueert. Ze moeten een evenwicht vinden tussen behoud en vooruitgang, tussen folklore en respect.”

Julie Carpentier werpt nog een andere belangrijke vraag op. Communautair toerisme wordt vaak gepresenteerd als een ontwikkelingsmodel in handen van de gemeenschappen zelf, maar die onafhankelijkheid is in de praktijk zeer relatief. Er moeten immers middelen gevonden worden om te investeren. Vroeger kwamen die vaak van ngo’s, vandaag ook van de overheid.
Daarnaast staat of valt een project met de komst van toeristen, wat vaak afhankelijkheid betekent van reisorganisaties en touroperators. Omwille van die precaire economische basis worden in de Amazoneregio toeristische projecten ook gesponsord door… oliemaatschappijen. Voor hen is het een handige manier om goodwill te creëren voor hun aanwezigheid in de regio. Al zijn er ook tegenvoorbeelden. Zo heeft de gemeenschap van Sarayaku zijn toeristisch project volledig in het teken gezet van zijn felle strijd tegen de vervuiling van het woud door het Franse Agip en andere oliemaatschappijen.
 
Met Belgische steun
De Belgische ontwikkelingssamenwerking is actief in Ecuador sinds 1977. In 2006 werd een langlopend samenwerkingsprogramma ondertekend waarbij de focus ligt op plattelandsontwikkeling: PdRN of Programa de Desarrollo Rural del Norte (Programma voor plattelandsontwikkeling van het Noorden). In nauwe samenwerking met nationale en provinciale overheden steunt het Belgisch ontwikkelingsagentschap (BTC) projecten in het noorden van het land waaronder een tiental initiatieven in communautair toerisme. Concreet gaat het om de financiering van onthaalinfrastructuur bij de opstart, de kwaliteitsverbetering van de aangeboden diensten en activiteiten of het versterken van lokale organisaties om aan alle wettelijke procedures te voldoen.
Eén van de organisaties die via het PdRN gesteund wordt, is Runa Tupari, een voortrekker van het communautair toerisme in de provincie Imbabura. Sinds 2001 geeft de organisatie uit de toeristische regio Otavalo-Cotacachi bezoekers de kans bij lokale families te verblijven. Dit zorgt niet alleen voor extra inkomsten voor de inheemse families, maar ook voor het opwaarderen van de natuurlijke en de culturele rijkdom van de regio. In 2012 verbleven 1740 toeristen één of meerdere dagen bij een inheemse familie.


Het aanbod van Runa Tupari
Behalve het verblijf in een inheemse gastfamilie biedt de organisatie een brede waaier aan activiteiten: wandelen of mountainbiken in de bergen, meerdaagse trekkings met tent, vulkanen beklimmen, de beroemde artisanaatsmarkt van Otavalo bezoeken, condors en andere vogels spotten, paardrijden, de gastfamilie helpen met hun dagelijkse activiteiten, workshops en initiaties in artisanale ambachten volgen, fairtrade- en biologische landbouwprojecten bezoeken, kennismaken met de spiritualiteit en cosmovisie van de indígenas, medicinale planten en het werk van sjamanen ontdekken en deelnemen aan riten en feesten.

Behalve tours en activiteiten organiseert Runa Tupari ook programma’s waarbij buitenlandse toeristen een korte of lange periode ‘meewerken’ in een school, een natuurbeheerproject, fairtradelandbouw, enz… Groepen kunnen ook deelnemen aan een traditionele minga. Dit zijn een aantal dagen van collectieve arbeid waaraan de hele gemeenschap participeert.
Ook sommige ngo’s zien in communautair toerisme een hefboom voor plattelandsontwikkeling. Zo organiseert Mouvement d’Actions à Travers-Monde (MATM) in nauwe samenwerking met haar partner UPOCAM reizen of langere verblijven in Ecuador. UPOCAM is de unie van boerenorganisaties in de kustprovincie Manabi. Steeds meer lidorganisaties bekijken welke toeristische troeven ze kunnen uitspelen en hoe ze dat best aanpakken.
 
 
Vele Ecuadoriaanse families koesteren de hoop dat communautair toerisme hen kan helpen het platteland een toekomst te geven. Hopelijk zijn in de volgende jaren voldoende toeristen bereid dat pad te volgen. 
 
 
Foto's
1. Het meer van Cuicocha is een van de mooiste van Ecuador  © Runa Tupari 
2. Toeriste en gastvrouw samen aan de slag © Runa Tupari

 
Bronnen
ASEC:
www.ecoturismo.org.ec, www.amigosdelasaps.org
RICANCIE: ricancie.nativeweb.org
FEPTCE:
www.feptce.org, www.facebook.com/feptce
Ecotourisme Magazine: www.ecotourisme-magazine.com
Interview met Javier Contreras: blog.via-sapiens.com/une-experience-de-tourisme-communautaire
Julie Carpentier, Tourisme communautaire, conflits internes et développement local, verschenen in Bulletin de l’Institut Français d’Études Andines / 2011, 40 (2): 349-373; te downloaden via
http://www.ifeanet.org/publicaciones/boletines/40(2)/349.pdf
BTC-projecten: www.btcctb.org/nl/news/turismo-comunitario-para-mejor-vivir
Runa Tupari: www.runatupari.com
MATM: www.matm-belgique.org
UPOCAM: www.upocam.org/index.php/turismo-mainmenu-26
Dit is een artikel van het Trade for Development Centre.
Al onze artikels zijn gratis te downloaden op www.befair.be.