Posts tonen met het label fair trade-eerlijke handel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fair trade-eerlijke handel. Alle posts tonen

donderdag 12 maart 2015

Puro koffie redt regenwoud


Jaarlijks worden er wereldwijd miljoenen kilo’s Puro Fairtrade Coffee verkocht. Voor CEO Frans Van Tilborg gaat ondernemen niet enkel om geld verdienen. Het gaat ook om de mensen en de planeet. Daarom wordt met een deel van de omzet van de fairtradekoffie bedreigd regenwoud gekocht. Sinds de lancering tien jaar geleden kon Puro al meer dan 10.000 voetbalvelden regenwoud aankopen en duurzaam beschermen.
 
Puro is een koffiemerk van het Turnhoutse bedrijf Miko, dat vandaag al meer dan 200 jaar bestaat. “We zijn er al langer dan België,” lacht CEO Frans Van Tilborg. Miko begon in 1801 als een handel in koloniale waren. Er werden exotische producten zoals peper, zout, koffie en thee verkocht.
 
Aan het eind van de 19e eeuw legde Miko zich volledig toe op koffie. De koffie werd gebrand die met een kleine koffiebrander en daarna aan huis geleverd met de bakfiets.
 
Met de oprichting van de koffiebranderij in Turnhout werden de activiteiten verder geprofessionaliseerd. Tot de jaren ’70 leverde Miko koffie aan de detailhandel. “Door de opkomst van de grote supermarkten wijzigde Miko van koers. Sindsdien richten we ons op de buitenhuismarkt. Eerst enkel in België en vervolgens zijn we internationaal uitgebreid,” vertelt Van Tilborg. “We leveren vooral aan bedrijven, maar bijvoorbeeld ook aan horeca en gezondheidsinstellingen.”
 
In 2005 ontstond binnen Miko-groep het idee om een duurzaam koffiemerk te lanceren: Puro Fairtrade Coffee. “We hadden al één eerlijke koffie binnen het MIKO-assortiment. Vooral vanuit de UK was daar veel vraag naar. Maar we besloten dat we een duidelijker onderscheid moesten maken tussen wat wij ‘free trade’ en ‘fair trade’ noemen.
 

Marokkaanse coöperaties bouwen aan een duurzame toekomst

 
De Zuid-Marokkaanse regio Souss-Massa-Drâa worstelt met vele uitdagingen. Er is niet alleen de strijd tegen de oprukkende Sahara, er is ook de hardnekkige armoede in de traditionele Berbergemeenschappen.
 
Sinds enkele jaren is het Trade for Development Centre erg actief in de regio, enerzijds met financiële steun aan de lokale ngo Ibn Al Baytar, anderzijds met marketingondersteuning in projecten van het Belgische Ontwikkelingsagentschap.

Een duurzame toekomst voor de regio loopt onvermijdelijk langs lokale troeven als arganolie, dadels en saffraan.

> Lees het volledige artikel

Gender in de projecten van het Trade for Development Centre


Het Trade for Development Centre (TDC) ziet eerlijke en duurzame handel als hefbomen in de strijd tegen armoede en ongelijkheid.

We financierden drie concrete projecten die vrouwelijke producenten toelieten een eigen inkomen te vergaren en zo hun levensomstandigheden te verbeteren.

Lees hier het verhaal van de Peruviaanse weefsters op de altiplano, de Congolese koffieboerinnen aan de oevers van het Kivumeer en de vrouwen van de Marokkaanse arganoliecoöperaties.

> Lees het volledige artikel

Klingele: chocolade om van te genieten

 
Klingele maakt al meer dan 20 jaar chocolade en is gespecialiseerd in enerzijds suikervrije en anderzijds biologische fairtradechocolades.  Naast hun eigen merken Balance en Green Dream produceren ze chocolade voor andere merken. De kans is groot dat ook jouw supermarkt producten van Klingele in de rekken heeft liggen.

De jonge Koen Klingele was helemaal niet van plan om chocoladeproducent te worden. Hij studeerde tropische landbouw met de bedoeling om aan ontwikkelings-samenwerking te gaan doen. “Tijdens mijn thesisonderzoek in het buitenland besefte ik dat het niets voor mij was om ver weg van vrienden en familie te zijn. Dus heb ik in België werk gezocht. Ik vond aanvankelijk werk in de verkoop van pesticiden, hoewel ik eigenlijk tegen het gebruik van pesticiden ben,” lacht Koen Klingele. “Toen ik daarna voor een bedrijf werkte dat aan ongediertebestrijding deed, kwam ik bij enkele chocoladebedrijven over de vloer. Daar begon het idee te groeien om zelf iets met chocolade te doen.”

In het begin maakte Klingele enkel chocolade zonder toegevoegde suiker. “Ik wilde iets maken dat anderen niet verkochten, een niche-product. Ik ben in de eerste helft van de jaren ’90 heel klein gestart. Ik maakte in mijn keuken chocolade, goot het in vormpjes en bracht de repen zelf met de fiets naar een aantal biowinkels in Gent.” Na vier jaar startte Klingele het merk Balance en begon op grotere schaal chocolade zonder toegevoegde suiker te produceren.
 

Freja Food : Snoepen met respect voor boeren in Noord en Zuid

Freja Food zag in 2000 het levenslicht. Intussen produceert het bedrijf meer dan 20 soorten biscuitproducten die je kan terugvinden in ruim 300 Belgische natuurvoedingswinkels. Met zijn ambachtelijke koekjes, wafels en cakes slaat Freja Food de brug tussen boeren in Noord en Zuid.

Roland Dejaeghere werkte na zijn studies Toegepaste Economische Wetenschappen twaalf jaar lang in de exportsector van bakkerijgrondstoffen. Het grootste deel van deze tijd werkte hij in het buitenland, voornamelijk in Zuid-Europa. “Na de dioxinecrisis in 1999 begon ik me vragen te stellen bij onze voeding en de duurzaamheid van ons voedselsysteem,” herinnert Roland zich.

Na enkele cruciale ontmoetingen met pioniers uit de Belgische biosector besloot hij om samen met  Marc Boerboom een bioproduct op de markt te brengen. “We hadden beide ervaring in de bakkerijwereld.  Marc als bakkerszoon, ik in de verkoop van bakkerijgrondstoffen. Samen besloten we koekjes op de markt te brengen.” Voor de naam van het nieuwe bedrijf vond Roland inspiratie bij de Noorse godin van de vruchtbaarheid, Freja.

“We zijn begonnen met een beperkt assortiment van koekjes, wafels en cakes.” Freja Food koos resoluut voor biogrondstoffen en een artisanale productiewijze. “In het begin maakten we enkel producten op basis van tarwe, maar doorheen de jaren zijn we beginnen experimenteren met andere graansoorten zoals spelt, quinoa, haver en hennep. Door de juiste mensen te ontmoeten, raakten we geïnspireerd om te innoveren.”

> Lees het volledige interview

GingerLove: eerlijk alternatief voor koffie en thee

 GingerLove, een warme drank met een stevige smaak van citrusvruchten, gember en kruiden, vond de weg van de menukaart van eethuis Lombardia naar vele huiskamers. Uitvinder Alain Indria toverde ondertussen nog twee smaken uit zijn hoed: Coconut Vibrations en GreenLove.
 
GingerLove ontstond per toeval in het populaire vegetarische eethuis Lombardia in Antwerpen. Alain Indria, de zoon van de oprichtster van Lombardia, maakte bijna tien jaar geleden een warme drank op basis van citrusvruchten en gember voor zichzelf. Een klant vroeg of hij het mocht proeven en vond het heerlijk.
 
“Verschillende andere klanten wilden het ook proberen en zo is de bal aan het rollen gegaan,” vertelt Alain Indria, die we ontmoeten in het legendarisch restaurant. “Ik verdraag geen koffie en thee vind ik nogal flauw van smaak. Ik mengde dus altijd allerlei ingrediënten tot een drankje dat ik lekker vind en dat me de nodige energie verschafte. Vijf builtjes thee, kruiden, bloemen, sappen, enzovoort.”
 
Alain doet niets liever dan smaken creëren die mensen graag lusten. “Langs de kant van mijn moeder hebben we al 120 jaar koks in de familie. Ik kook niet graag, maar ik creëer wel smaken. Ik droom er zelfs van.” De vegetarische patés die je in de Lombardia kan krijgen, heeft Alain uitgevonden. “Het idee ontstaat in mijn hoofd en ik kan de smaak exact beschrijven. Na ettelijke experimenten in Lombardia bereik ik mijn eureka moment : ‘Dat is het!’”

Peace and love
 
Door de enthousiaste reacties van zijn klanten besloot Alain de gemberdrank op de menukaart van Lombardia te plaatsen. Deze gezonde hot drink met schuimlaagje werd een hit. In 2010 werd het de officiële warme drank van het Belgische paviljoen op de wereldexpo in Shanghai. Op dat moment was Alain net gestart met de verkoop van de drank, die GingerLove gedoopt werd, in doosjes. “Mensen wilden de drank ook thuis kunnen drinken. Het was een lange zoektocht naar de juiste ingrediënten, maar uiteindelijk lukte het me om een kwalitatief en gezonde drank te ontwikkelen.”
 
 

donderdag 29 januari 2015

Clarysse: 4 miljoen faire handdoeken

Meer dan 70 jaar geleden begon Jules Clarysse met de productie van badtextiel op zeer kleine schaal. Vandaag is Clarysse N.V. Europees marktleider en produceert het jaarlijks 20 miljoen handdoeken, waarvan in 2014 één vijfde fairtradebadtextiel. Ook tijdens de crisis is Clarysse blijven geloven en investeren in duurzaamheid.


Het bedrijf is nog steeds in handen van de familie Clarysse. De twee kleinzonen van Jules Clarysse, Luc en Bernard, hebben nu de algemene leiding samen met Peter Bauwens die commercieel directeur is. “Ik ben hier 18 jaar geleden na mijn kandidaturen geneeskunde beginnen werken als bediende,” herinnert Bauwens zich.

“In onze sector zijn we op vlak van duurzaamheid de nummer één in de wereld,” zegt Bauwens. “Duurzaamheid heeft een ethische en een ecologische component. Ongeveer tien jaar geleden zijn we gestart met een aanbod van handdoeken van fairtradekatoen. Enkele jaren later ontwikkelden we cradle to cradle handdoeken.” Cradle to cradle is een businessmodel dat als streefdoel heeft om producten zodanig te ontwerpen dat ze van begin tot einde veilig en herbruikbaar zijn.

> Lees meer

dinsdag 27 mei 2014

Fairphone neemt bestelling voor een tweede lichting van 35.000 Fairphones in productie

Fairphone, de in Amsterdam gevestigde social enterprise, produceert tweede lichting Fairphones voor het financieren van initiatieven op het gebied van eerlijke sourcing en productie.
 
Op 21 mei opent Fairphone de deuren van haar vernieuwde online shop voor het grote publiek en accepteert orders voor de tweede lichting van 35.000 smarthones. Fairphones zijn Android smartphones die sociale waarden en principes van open design gebruiken om eerlijke sourcing en productie te beïnvloeden. Door de telefoons vooraf te betalen helpen de kopers mee aan de financiering van de productie van de telefoon zelf. Hierdoor blijft de sociale onderneming onafhankelijk en investeert het in nieuwe en lopende initiatieven voor een rechtvaardiger economie.
 

35.000 telefoons geproduceerd; 6.150 reeds verkocht
 
© FairphoneFairphone begon als een campagne van Waag Society om het bewustzijn van de consument over conflictmineralen in mobiele telefoons te verhogen. De campagne ging een eigen leven leiden en in 2013 werd Fairphone een onafhankelijke social enterprise. De beste manier om de componenten, sourcing en processen noodzakelijk voor het produceren van de mobiele telefoon echt te begrijpen (en verandering te beïnvloeden) is om deel te worden van de industrie en een nieuwe smartphone te creëren, aldus de organisatie.
 
In mei 2013 lanceerde Fairphone een crowdfunding campagne om de productie van de eerste Fairphones te financieren. De eerste batch van 25.000 telefoons was binnen 6 maanden uitverkocht en sindsdien hebben leden van de enthousiaste Fairphone community hun interesse in een Fairphone uitgesproken. Om in te schatten hoeveel mensen daadwerkelijk een telefoon wilden kopen, creëerde Fairphone een lijst ‘tweede batch’ kopers waarvoor men zich online kon registreren. Eind vorige week was deze lijst uitgegroeid tot meer dan 50.000 geïnteresseerde kopers.
 
In april 2014 bevestigde Fairphone haar voornemen om nog 35.000 Fairphones te produceren. De tweede lading Fairphone is bijna identiek aan die van vorig jaar. Om de Fairphone community de gelegenheid te bieden deze telefoon exclusief te bestellen voor de shop opende voor het grote publiek, ontvingen de leden van de lijst ‘tweede batch’ kopers twee dagen geleden een e-mail met een speciale link naar de online shop. Tegen de tijd dat de online shop publiekelijk werd gelanceerd op de Fairphone website (vandaag), waren er reeds 6.150 Fairphones verkocht.
 
De tweede lading Fairphones zal in productie gaan halverwege juni tot en met augustus. De telefoons zullen in batches geleverd worden vanaf juli tot naar verwachting eind september.
 

Financiering van nieuwe en lopende initiatieven voor een eerlijke economie
 
Wanneer kopers een Fairphone bestellen helpen zij mee aan het vooraf betalen van de productiekosten van de telefoons. De financiële middelen die zijn binnengekomen met de verkoop van zowel de vorige batch als de huidige batch Fairphones worden gebruikt voor het financieren van de productie van de telefoons en het ondersteunen van lopende initiatieven om het productieproces als geheel open te stellen en positief te beïnvloeden. Momenteel werkt Fairphone samen met het Conflict-Free Tin Initiative en Solutions for Hope om conflictvrije en traceerbare mineralen uit de Democratische Republiek Congo (DRC) te halen. Fairphone werkt ook samen met Nederlandse initiatief Closing the Loop om e-waste terug te winnen uit Ghana, het naar België te verschepen en daar veilig te recyclen. Op de productievestiging in China is Fairphone bezig met de oprichting van een welzijnsfonds voor werknemers, ter verbetering van de arbeidsomstandigheden en vertegenwoordiging. Fairphone zal zowel deze projecten blijven ondersteunen als investeren in nieuwe interventies die geïntegreerd worden in de volgende generatie Fairphone, te lanceren in 2015.
 

Uitbreiding markt eerlijk geproduceerde elektronica
 
Fairphone’s ultieme doel is om een gevestigde telefoonfabrikant te worden. Het doel van Fairphone is de productieprocessen toegankelijk te maken en de discussie over wat 'eerlijk' betekent te stimuleren. Door de verkoop van Fairphones stimuleert de organisatie de markt voor eerlijke elektronica. Zij hoopt hiermee de gehele industrie te motiveren hun manier van zaken te heroverwegen en te kiezen voor een nieuwe aanpak.
 
Bron: Fairphone
 

donderdag 8 mei 2014

Fairytale: fairtradetraktaties voor alle gelegenheden

Het hart op de juiste plaats en uiterst gedreven, maar ook nuchter als het moet: op haar manier draagt Barbara Brugmans haar steentje bij in samenwerking met en voor vrouwen in de hele wereld. Tien jaar geleden stampte ze de faire doopsuikerwebwinkel Fairytale uit de grond. In 2010 werd ze beloond voor haar harde werk met de Be Fair Award van het Trade for Development Centre.

In de grote hal van Brussel-Centraal weet ik al gauw wie Barbara Brugmans is: een dame bepakt en bezakt met kleurige snuisterijen uit alle windstreken. “Vanuit een zoektocht naar een eerlijk, nieuw product hadden enkele vrienden en ik het idee om iets in de babysector te gaan doen. De doopsuikertraditie in Vlaanderen leek ons het ideale uitgangspunt. Aangezien het niet voor iedereen weggelegd is om een goed doel te steunen in plaats van een geboortelijst aan te leggen, wilde ik doopsuiker en een goed doel combineren.” Niet lang daarna was de vzw Fairytale een feit. In ruil voor een halftijds minimumloon zet Barbara zich in voor de vzw.
 
Of ze bepaalde criteria hanteert bij het zoeken naar samenwerkingsverbanden met buitenlandse projecten? “Ik bezoek niet alle projecten zelf, vaak komen samenwerkingen tot stand door ontmoetingen met mensen uit het circuit. Op die manier kom je al snel te weten welke projecten blijvend zijn en evolueren in positieve zin. Niet allemaal zijn ze immers in staat om vrouwen bij elkaar te brengen, op te leiden, een kwalitatief product te vervaardigen en het transport te organiseren.”

 
Popjes en vogeltjes van geluk
 
Afhankelijk zijn van sponsoring en subsidies was geen optie voor Barbara. Daarom besliste ze zelf geld in het laatje te brengen om dat op zijn beurt in projecten te investeren. “Dankzij een kennis in Kenia ben ik in contact gekomen met een school in Kibera, een sloppenwijk in Nairobi. We hebben een oproep gedaan om een vrouwengroep op te richten en de productie van levensbomen en het transport ervan naar België te regelen. Voor de verkoop en marketing sta ik in. De vrouwen krijgen een eerlijk loon, de opbrengst gaat naar een kinderproject.”
 
“Intussen werk ik samen met een zestal vierdepijlerorganisaties met projecten in alle windstreken. Een ervan is Mama Alice die straatkinderen met een schoolachterstand opvangt en begeleidt. Hun moeders maken onze gelukspopjes en krijgen daar een eerlijk loon voor. Dankzij hun aandeel in het gezinsinkomen krijgen ze meer zelfvertrouwen en hebben ze thuis meer te zeggen. Bovendien hoeven de kinderen niet meer de straat op om een inkomen te vergaren.” Een andere partner is het Indiase Opus III, eveneens een vrouwengroep die geluksvogeltjes vervaardigt. De opbrengst gaat naar schooltjes, gemeenschapshuizen en gezondheidscentra.
 
 
“Fair trade werkt alleen als je er zeker van bent dat het geld naar de juiste personen gaat.” Barbara is zich bewust van de moeilijkheid die hierin schuilt. “Voor het project in Kenia staat een Keniaanse vrouw ter plaatse in voor de correcte uitbetaling van de vrouwen. Zij heeft in Leuven gestudeerd, woont in Kenia en reist de wereld rond met haar eigen juwelencollectie. Ze kan dus zowel mijn noden als die van de vrouwen inschatten. Aangezien het leven er op tien jaar tijd duurder is geworden, moeten de lonen stijgen.
 
Uiteraard moet het salaris in verhouding en redelijk blijven, om geen afbreuk te doen aan de lokale economie. Je zou de lonen van die vrouwen kunnen vergelijken met die in Vlaanderen en daaruit afleiden dat de kloof nog altijd erg groot is, maar in hun specifieke context zijn ze wel fair. We hebben ervoor gekozen om de vrouwen te betalen per stuk dat ze afleveren. Er zijn immers verschillende factoren waar we rekening mee moeten houden: het gaat bijna altijd om sociaal zwakkere vrouwen met kinderen die niet voltijds voor het project werken. Als het voldoende regent, werken ze ook op het veld om te voorzien in hun levensonderhoud.” Om na te gaan of de andere projecten hun werknemers eerlijk uitbetalen, bekijkt Barbara de jaarverslagen en heeft ze contact met de projectleiders.


Eigen inkomen

“Dankzij mijn contactpersoon in Kenia loopt alles meestal goed. Als zij er niet is, gebeurt het dat hier containers toekomen met scheve boompjes of mandjes die te klein gemaakt, verkleurd of slecht geverfd zijn... Die moet ik dan allemaal zelf herstellen.  Er zijn ook eens zakken mandjes door termieten opgegeten. Ik betaal de lonen wel, maar heb dan geen mandjes voor mijn geld. We hebben ook soms problemen met het verschepen van de containers. Soms komt een container een maand later toe dan voorzien. De redenen zijn divers: piraten die het scheepverkeer vertragen, grondige controles op de containers tegen ivoorsmokkel … Ik leg me daar wel bij neer, maar het is niet fijn. Mijn publiek, voornamelijk zwangere vrouwen, kan niet altijd wachten. Sommigen bestellen ruim op voorhand, maar anderen niet en dan is dat een kleine ramp.”
 
Wat de levensomstandigheden van de vrouwen betreft, is er volgens Barbara nog een lange weg af te leggen. Toch is er al heel wat verbeterd: dankzij het project kunnen de vrouwen  intussen hun kinderen naar school sturen. Barbara benadrukt het belang hiervan: “Doordat hun kinderen naar school kunnen gaan, raken ze uit de vicieuze cirkel van armoede. In oktober 2013 heb ik het project in Kenia nog bezocht. De vrouwen mogen zelf kiezen wat ze met de opbrengst van de levensbomen doen, we leggen hen niets op. In de eerste plaats gaat die uiteraard naar onderdak en voedsel. Toen ik voor het eerst in Kenia was, heerste er hongersnood in de streek waar de mandjes worden gemaakt. Dat houdt in dat vooral mensen zonder inkomen die louter afhangen van wat ze zelf kweken, honger lijden als de oogst mislukt. Dankzij het project kunnen ze nu mandjes maken en met de winst voedsel kopen. Daarnaast investeren ze de opbrengst in de gemeenschap, bv. in de bouw van een kerkje. Voor hen is het erg belangrijk om een eigen kerk te hebben. Voordien deden ze er een uur over om de dichtstbijzijnde kerkgemeenschap te bereiken.”

Eerlijke handel als norm

Een eerlijk product betekent niet per se een duur prijskaartje volgens Barbara. “Dat mijn doopsuikerverpakking fair is, mag geen reden zijn waarom mensen overgaan tot aankoop. Het mag een pluspunt zijn, maar het product moet hen in eerste instantie aanspreken. Ook in Nederland, waar men geen traditie van doopsuiker heeft, worden mijn producten verkocht. Daar doen ze vooral dienst als geschenkjes bij verjaardagen en andere gelegenheden. Fairytale-hebbedingetjes kan je niet enkel gebruiken als doopsuikerverpakking, maar voor traktaties in het algemeen: verjaardagen, huwelijken, communies …”
 
Dat eerlijke handel de norm zou moeten zijn in plaats van een uitzondering, staat vast voor Barbara. “Eerlijke handel zou algemeen aanvaard moeten zijn en er zouden alleen maar eerlijke producten op de markt verkrijgbaar mogen zijn. Ook al is de huidige situatie een gevolg van de vrijemarkteconomie, het is betreurenswaardig dat er vanuit overheden niet meer regels of wetten ingevoerd worden om eerlijke handel te verplichten. Als je in het Westen aan de lonen van werknemers raakt, komen deze ook in opstand. Helaas wordt fair trade of eerlijke handel nog al te vaak geassocieerd met alternatieve producten. Van dat imago moet fair trade af.”
 
In de toekomst wil Barbara het aanbod en dus ook het marktaandeel van Fairytale uitbreiden. “Om originelere en hippere spullen te kunnen verkopen, zou ik graag een productontwikkelaar onder de arm nemen. Op die manier zou Fairytale kunnen evolueren naar een sociaal ondernemerschap. Eventueel wil ik het ook dichter bij huis zoeken en in zee gaan met sociaal zwakkere vrouwen in Vlaanderen.”
 
Foto's
1. © Trade for Development Centre
2. © Fairytale

 
Latstraat 49
3212 Pellenberg

dinsdag 6 mei 2014

Goudeerlijk

In de bosrijke omgeving van Heusden-Zolder heeft Ana Kindermans haar atelier. Hier ontwerpt zij juwelen van fairtradegoud. Ana is een pionier: zij was de eerste Belgische ontwerpster die koos voor goud dat op een eerlijke en menswaardige manier wordt ontgonnen.
 
Het was in Latijns-Amerika dat Ana de smaak van juwelen maken te pakken kreeg. “Toen ik een nieuwe uitdaging zocht en voor een stage naar Nicaragua trok, deed een vriendin me materiaal cadeau om sieraden te maken. Ze wist dat ik dat daar veel zou tegenkomen en misschien iets nieuw kon leren. Op zoek naar een alternatief voor de draad die gebruikt wordt voor oorbellen maar waar veel mensen allergisch aan zijn, kwam ik in een atelier terecht waar smeden uit verschillende landen aan het werk waren. Ik had geen flauw idee of ze draad konden maken, maar voor ik het wist, begon een van die mannen uit een klompje zilver draad te trekken. Fascinerend! Ik kreeg de kans om een maand in het atelier te werken. Terug in België wist ik wat ik wou doen en startte ik meteen een opleiding tot goudsmid.”
 
Stapje voor stapje bouwde ze haar zaak op: “Wat ik fijn vind, is dat mensen soms gewoon om juwelen komen en dan fairtradegoud krijgen. Sommigen weten niet eens wat dat is. Een deel van de klanten kiest bewust voor fair trade, zij komen soms van ver. En er zijn ook mensen die speciaal voor mijn ontwerpen komen en het hopelijk als meerwaarde ervaren dat ik enkel met fairtradegoud werk.”
 

De zoektocht naar een leverancier
 
In de beginjaren werkte ze nog parttime bij ngo’s als Vredeseilanden en Max Havelaar. Ana was zich bewust van de mijnproblematiek en dat voelde dubbel: “Ik maakte mooie dingen voor heel speciale momenten, maar werkte met een grondstof die op een minder mooie manier wordt ontgonnen.” Toen zij bij Max Havelaar iets opving over fairtradegoud was ze meteen geprikkeld en volgde ze de ontwikkelingen op de voet. Uiteindelijk kwam er fairtradegoud op de markt in Groot-Brittanië, daarna volgde Nederland. Maar het fairtradegoud naar België krijgen was geen sinecure. Ana kocht al bij een Nederlandse groothandel en gelukkig ging die mee in het fairtradeverhaal. Daarna kwam de uitdaging om het Max Havelaar-label te verkrijgen voor haar juwelen. “Dat was niet evident, ik was de eerste in België. Het uitzoeken heeft ongeveer een jaar geduurd.”
 
 
In België is er vandaag nog steeds geen leverancier van fairtradegoud. Ana koopt haar goud nog altijd bij de Nederlandse groothandel die bestelt bij Oro Verde, een gecertificeerde coöperatie in Colombia. Ana, steeds op zoek naar een duurzamere manier van leven, is blij met het label: “Het is niet zozeer een economische keuze, als je dit niet doet met overtuiging, stop je er beter mee. Je betaalt meer voor het goud, de hele certificering kost veel en het is een echte papierenwinkel. Maar ik heb het er voor over.” Ana kiest heel bewust voor fair trade, niet om ‘iets anders’ aan te bieden. “Natuurlijk moeten er ook mensen zijn die het gat in de markt zien, maar voor mij gaat het daar niet om. Op dit moment loont het vanuit commercieel oogpunt niet de moeite om er mee te beginnen.”
 

De hele keten moet mee
 
Ana werkt ook samen met Catapa, een organisatie die sensibiliseert rond mijnbouwproblematiek. Toen ze hoorde van hun goud:eerlijk?-project in Gent is ze met de gemeente van Heusden-Zolder gaan praten waarna een project werd uitgewerkt rond goud:eerlijk? in Limburg met talrijke partners. Ana hield er een goed contact met Catapa aan over en werd nadien uitgenodigd op een vergadering met de Zuid-Amerikaanse mijnverantwoordelijken in Londen. Ze bespraken de toekomst en de problemen van het ontginnen van fairtradegoud. Wat Ana het meest bijbleef, is dat slechts een klein percentage van wat de mijn bovenhaalt, kan worden verkocht aan eerlijke handelaars, terwijl heel de mijn moet voldoen aan eerlijke voorwaarden. De mijnbouwers hebben daarin heel wat geïnvesteerd en verwachten een grotere omzet. “Jammer want als de fairtrademijnen niet voldoende goud verkopen, zullen zij ermee stoppen.”
 
 
Daarom vindt Ana het heel belangrijk dat er juweelontwerpers bij komen die zich laten certificeren en kiezen voor Fairtradegoud, eerlijk goud met het Fairtrade Max Havelaar-label: “Ik merk dat Max Havelaar dit geen prioriteit vindt, ze kunnen natuurlijk niet op alles inzetten, maar ik vrees dat het op deze manier niet zal blijven bestaan. Iemand zou zich daarin moeten vastbijten en uitzoeken hoe de goudsector in elkaar zit, wat de weg is van grondstof tot afgewerkt product, welke tussenschakels er zijn. Mijn keten is heel kort: ik koop grondstof en bewerk het tot een afgewerkt product, maar de meeste juweliers kopen half afgewerkte producten of maken mallen die ze laten gieten. Als je een hogere omzet van Fairtradegoud wil bereiken, moet je inzetten op de certificatie van gieterijen.”
 
Ana botst nog vaak op een muur van papieren. “Als goudsmid wil ik vooral in mijn atelier werken. Bovenop mijn boekhouding komt er nu ook een hele administratie bij voor Max Havelaar. Spijtig dat de ideologie van Fairtrade zich voor mij vertaalt in een papieren controlesysteem en dat er weinig inhoudelijke ondersteuning is. Zoals het nu in elkaar zit, blijf je vastzitten op het niveau van goudsmeden zoals ik, maar ik maak het verschil niet voor die gecertificeerde mijnen met een halve kilo goud per jaar. Er is absoluut een grotere omzet nodig. Er moeten meer spelers met fairtradegoud aan de slag gaan, dan krijgt het een plaats in de markt. Zoals fairtradebananen een plaats hebben verworven in de supermarkt.”
 

Het eco-verhaal
 
Er is veel te doen rond de arbeidsomstandigheden in de mijnbouw, maar de vervuiling van het milieu is minstens een even groot probleem. Het meeste goud wordt met behulp van kwik of cyanide ontgonnen. “Bij Fairtradegoud is er extra aandacht voor het milieu, onder andere door het gebruik van kwik en cyanide in te perken en vervuild water op te vangen en te recycleren.  Ik vind dit zeer goed en misschien nog belangrijker dan een ‘eerlijk loon’. Wat ben je met geld als de ondergrond vervuild is, er geen drinkbaar water is, de dieren ziek worden,…. Onze afvalberg is een goudmijn. Uit  200 gsms kan je voldoende goud halen om een nieuwe gouden ring maken. Inzetten op recyclage en bewustmaking van onze eigen goudmijnen vind ik zeer belangrijk. Samen met Catapa geef ik hier vormingen over. Tijdens de Dag van de Ambachten kregen de bezoekers een atelierbezoek en informeerden we hen over de mijnbouwproblematiek in het Zuiden en het belang van recycleren.”
 
Ana legt de lat steeds hoger en bruist van de ideeën. Omdat er vaak klanten van ver komen - zo kwam er onlangs een koppel uit Poperinge trouwringen kiezen - is Ana volop een arrangement aan het uitwerken met de focus op duurzaam en lokaal. Doen al mee: B&B moka&vanille, wijnhandelaar ‘maison simple’, een artisanale bakker, cc Muze en natuurlijk Ana Edelsmid. Mensen kunnen het atelier bezoeken, een juweel bestellen, een hapje eten, fairtradewijn proeven, genieten van cultuur en overnachten in een B&B midden in de natuur.
 
Een weekendje weg om je partner ten huwelijk te vragen en meteen een unieke ring uitkiezen, kan het romantischer?
 
Ana Edelsmid
Champert 53
3550 Heusden-Zolder
0496 957 753
an.kindermans@ana-edelsmid.be

maandag 28 april 2014

Biodia: van eerlijke Italiaanse pasta tot Belgische fairtrademelk

Een landbouwbedrijf waar drie generaties het werk verdelen, het is bijna een curiositeit geworden. Een mooi voorbeeld hiervan is De Zwaluw in Lovendegem. Maar ook op andere vlakken vervult de boerderij een voorbeeldfunctie: innovatie en een langetermijnvisie gaan er hand in hand met een faire en ecologische werkwijze. Een gedroomde partner dus voor de groothandel in biovoeding Biosano, die onder het label Biodia faire melk en chocolademelk produceert.
 
Op je eenentwintigste aan het hoofd staan van een groot landbouwbedrijf, het is maar weinigen gegeven. Toch is Nils Mouton erg nuchter over zijn carrièresprong. “In 2010 heb ik de boerderij van mijn vader overgenomen. Ik ben al de vierde generatie op rij die dat doet. Momenteel werken zowel mijn grootmoeder, mijn beide ouders, mijn vriendin en ik samen om het werk gedaan te krijgen. Het lijkt wel alsof er binnen de familie een soort coöperatie is. Zonder hen zou ik het niet kunnen bolwerken.”
 
Tot 1998 was De Zwaluw een ‘gangbaar’ landbouwbedrijf, maar door een samenloop van omstandigheden is er beslist over te stappen op biologische producten. “Een van de redenen is dat er toen varkenspest was vastgesteld op een boerderij uit de buurt, waardoor ook onze varkens vernietigd moesten worden. Mijn vader is toen heel bewust gaan nadenken over onze werkwijze. Hij staat heel erg open voor innovatie en hij is ervan overtuigd dat je je werkwijze moet aanpassen als die niet meer rendabel of werkbaar is. Hoewel we nadien ook als biologische boerderij niet zouden kunnen ontsnappen aan eventuele opruimingen, heeft hij toch de stap gezet.”
 
De Zwaluw is een van de 24 leden van de Coöperatie BioMelk Vlaanderen. Jaarlijks haalt die van haar leden ongeveer 6 miljoen liter melk op die ze in samenspraak met alle boeren verwerkt en vervoert. Samen ijveren ze voor een eerlijke melkprijs door het product deels samen te verhandelen. Heel veel boeren combineren dit met thuisverwerking, omdat ze op die manier hun melk het beste kunnen valoriseren en rechtstreeks contact hebben met de consument.
 
 
Een van hun partners en vaste afnemers is Biodia, een project van Biosano. Mieke Lateir, verantwoordelijke bij Biosano, doet het verhaal achter deze groothandel in biologische voeding uit de doeken. “Het idee achter Biodia is deels gegroeid uit samenwerkingen die zaakvoerder Lode Speleers had met Italiaanse boeren. Hij doet al een tijd zaken met een coöperatie van een honderdtal pastaproducenten. Die bepalen hun prijs op basis van de productiekosten die ze hebben en de hoeveelheid graan die ze oogsten, ongeacht de wereldmarktprijs. In de prijs zitten ook risicomarges vervat die de leden van de Coöperatie beschermen tegen bijvoorbeeld misoogsten door weersomstandigheden.”


Prijsberekeningsmodel

Stilaan kreeg men het idee om iets gelijkaardigs te doen in België. Op dat moment werkte Lateir voor Vredeseilanden. “Naar het voorbeeld van de pastaboeren hebben we Biodia opgericht. Vredeseilanden heeft vervolgens een lastenboek ontwikkeld waarin het hele prijsverhaal gedetailleerd aan bod komt. Biodia wil een eerlijke prijs betalen aan de melkleveranciers in de hoop dat andere afnemers deze werkwijze overnemen. De prijs wordt bepaald aan de hand van het  kostprijsmodel van expert Wim Govaert en wordt jaarlijks opnieuw berekend. In 2011 bedroeg die 44,52 eurocent per liter melk. Dit jaar stijgt die tot 45,10 eurocent per liter. Aanleiding hiervoor zijn heel concrete kosten zoals een prijsstijging van het stro. We baseren ons niet alleen op het model, ook de boeren zelf worden erbij betrokken en hebben inspraak.”
 
 
Mouton is een overtuigd voorstander van het prijsberekeningsmodel en op die manier ook van eerlijke handel. “Het unieke aan dit concept is dat met alle schakels in de keten rekening wordt gehouden. Als de ene problemen ondervindt door onvoorziene omstandigheden moeten de anderen daar respect voor hebben. Op die manier klopt het financiële plaatje voor elk bedrijf en kan ieder zijn visie en bedrijfsvoering voortzetten. Niemand werkt voor niets, wordt uitgebuit of ondermijnd.  Daarom weigeren we samen te werken met boeren die te grote marges zouden hanteren. De marktprijs is eerlijk omdat hij berekend is op de productiekosten die elk lid van de Coöperatie maakt om melk te  produceren en niet op procentuele marges.” Lateir vult aan: “Ook Biosano krijgt in dit verhaal een eerlijke prijs voor de verwerkte melk. Opnieuw draait het om de productiekosten en wordt er onder meer rekening gehouden met transport- en marketingkosten, wat veel eerlijker is dan te werken met procentuele marges.”
 

Kiezen voor duurzaamheid

Duurzaamheid gaat over meer dan alleen eerlijke handel en daarom zijn in het lastenboek van Biodia ook heel wat duurzaamheidcriteria opgenomen. “Zo wordt onder meer het gebruik van lokale eiwitten bevorderd en komen ook het verminderen van antibioticagebruik en het stimuleren van biodiversiteit aan bod vanaf 2015”, legt Lateir uit. Mouton concretiseert: “Naast zelfoogst voor onze groenten en biologische manier van vee telen, passen we in samenwerking met het Agentschap Natuur en Bos en de stad Gent ook natuurbegrazing toe. Dit houdt in dat we onze dieren, in dit geval schapen, gecreëerde of reeds bestaande natuurgebieden laten begrazen zoals de bermen langs de Coupure en de Watersportbaan in Gent. Het is een win-winsituatie want de natuur wordt onderhouden en tegelijkertijd verdienen we er iets aan. Bovendien is het een fijn gezicht voor voorbijgangers. Dankzij natuurbegrazing kan ik nu wel 300 schapen houden want deze werkwijze brengt geen kosten mee voor omheining, erfpacht of dergelijke. Schapen laten grazen  op landbouwgrond brengt immers niets op.”
 
Elke keuze voor duurzaamheid heeft ook een economische consequentie, benadrukt Lateir. Het grootste verschil met ‘gangbare’ bedrijven is volgens haar de langetermijnvisie waaraan fairtradebedrijven vasthouden . Mouton vertelt: “In 2012 waren de melkprijzen laag en die van het krachtvoer erg hoog. Toen hebben we beslist om de koeien voornamelijk gras en gedroogde klaver (ruwvoer) te geven, aangevuld met een minimum aan krachtvoer. De melkproductie was veel lager, maar wel veel goedkoper. Bovendien waren de koeien veel vruchtbaarder waardoor het minder moeite kost om ze te insemineren. Daarnaast raakten ze minder snel uitgeput en hadden ze minder pootproblemen. Voor ons is deze werkwijze winstgevend op lange termijn, want de dieren zullen langer leven, we moeten er minder manuren in steken en we kunnen die uren investeren in onze andere bedrijfstakken. Dankzij die spreiding van inkomsten komen we ook nooit echt in de problemen wanneer het in één bepaalde tak minder goed gaat. Naast de productie van melk, waarvan we een deel hier verwerken en een deel wordt afgenomen door de Coöperatie, telen we groenten en houden we schapen en varkens. Een bioboer met wie we een samenwerking hadden, bood ons eens een veel te lage prijs voor onze groenten. In plaats van ze onder de prijs te verkopen, hebben we beslist ze aan de dieren te voederen. Wij kiezen liever voor de duurzame oplossing. Een bedrijf kan maar succesvol overgaan van generatie op generatie als er op een duurzame manier wordt gewerkt. Als De Zwaluw op deze manier blijft standhouden, zullen ook mijn kinderen het bedrijf met een gerust gevoel kunnen overnemen en verder zetten.”
 
Bioboerderij De Zwaluw
Verbindingsweg 66
Lovendegem
Tel.: 09 372 77 84  
 
Biosano
Carolinalei 6
2930 Brasschaat
Tel.: 03 664 17 69

vrijdag 25 april 2014

Nieuwe Fairtrade Max Havelaar-labels onder vuur

Op 27 januari van dit jaar gaf Fairtrade International in Duitsland het startsein voor zijn Fairtrade Sourcing Programs voor cacao, suiker en katoen. Het doel? De verkoopcijfers van de kleine producenten opdrijven.  
 
Tegelijk neemt ook de kritiek op de nieuwe labels toe. Fairtrade International zou hiermee de multinationals recht in de kaart spelen.
 
We kunnen er niet omheen: de verkoop van sommige fairtradeproducten komt maar niet van de grond. Momenteel wordt amper 1,2 % van alle cacao wereldwijd onder Fairtradevoorwaarden (Fairtrade Max Havelaar) verhandeld en de Fairtrade cacao- en suikerboeren verkopen slechts een derde van hun oogst onder Fairtradevoorwaarden, hoewel de volledige productie gecertificeerd is.

 
Felbegeerd Fairtrade Max Havelaar-label
 
Ondernemingen die het nummer één onder de fairtradelabels op hun producten willen aanbrengen moesten tot hiertoe alle ingrediënten waarvoor strikte normen gelden, laten certificeren volgens het Fairtrade Max Havelaar-lastenboek. Die ingrediënten moesten bovendien samen minstens 20 % van het totale productgewicht uitmaken. Een chocoladereep met melk en noten moest dus uit 100 % gecertificeerde cacao, noten en suiker bestaan om het label te mogen dragen (voor melk bestaan er geen Fairtrade Max Havelaar-normen).

 
Nieuwe ingrediëntenlabels
Dit label, al jarenlang een begrip bij consumenten, en zijn toepassingsvoorwaarden blijven behouden. Tegelijk verschijnen er ook nieuwe labels voor cacao, suiker en katoen die het mogelijk maken om slechts één ingrediënt te certificeren. Ondernemingen mogen een van die nieuwe labels uitsluitend aanbrengen op hun product indien het 100 % Fairtradegecertificeerde suiker, cacao of katoen bevat. Is dat niet het geval, dan kunnen ze opteren voor communicatie op bedrijfsniveau (MVO-verslagen of andere B2B- of B2C-communicatietools). Een T-shirt dat slechts voor 10 % uit katoen bestaat, mag dus het label dragen mits die 10 % katoen volledig Fairtrade gecertificeerd is (1).
Volgens Max Havelaar België is het echter niet meteen de bedoeling om "het label toe te kennen aan eindproducten; het nieuwe programma wil ondernemingen vooral aanzetten om Fairtrade in hun toeleverketen te integreren (voor minstens 10 % van de aanvoer van een bepaald ingrediënt). Het Fairtrademodel wordt erkend als een ontwikkelingsmodel, maar kan pas efficiënt zijn wanneer voldoende grote volumes onder Fairtradevoorwaarden worden verkocht. Pas dan wordt het gunstige effect voor de cacao- en katoenboeren voelbaar. Na 25 jaar actie voeren, stellen we vast dat de bananen- en koffieboeren eindelijk de vruchten plukken van onze inspanningen doordat we een grote afzetmarkt voor die producten hebben opgebouwd. Voor cacao, suiker en katoen blijft de vraag vanuit Europa evenwel haperen. We moeten dus innoveren om in te spelen op de problemen waarmee de boeren worden geconfronteerd."
 

Grotere afzetmarkt voor cacaoboeren
 
De multinationals reageerden meteen enthousiast op dit nieuwe initiatief. Snoepreus Mars (2) en andere grote Zwitserse, Japanse en Duitse merken en supermarktketens, waaronder Rewe en Lidl, waren er als de kippen bij om het nieuwe Fairtrade Sourcing Program voor cacao te onderschrijven (3). Dit alleen al zal resulteren in een verzesvoudiging van de verkoop van Fairtradecacao in Duitsland in 2014. De omzet van de Fairtrade-cacaoboeren zou navenant stijgen met 14 %, goed voor 1,2 miljoen dollar extra ontwikkelingspremies voor de cacaoboeren.
 
"Dit is de doorbraak waar we al zo lang naar uitkeken. De Afrikaanse boeren die ik vertegenwoordig, willen al langer meer cacao verkopen volgens Fairtradevoorwaarden", zo verklaarde Fortin Bley tijdens de persconferentie bij de lancering van de nieuwe labels. Bley is voorzitter van Fairtrade Africa Cocoa Network en tevens zelf cacaoboer en secretaris-generaal van CANN, een coöperatie uit Ivoorkust.
"Met het nieuwe programma kunnen we onze verkoop van Fairtradecacao opkrikken. Dat houdt in dat we meer ontwikkelingspremies kunnen investeren in opleiding. Het resultaat: een betere productiviteit en dus meer inkomsten voor de boeren. Dat betekent ook dat meer middelen die kunnen besteed worden aan maatschappelijke projecten, zoals drinkwatervoorzieningen, nieuwe scholen en betere levensomstandigheden voor onze gemeenschappen."

 
Bezorgdheden voor suikerboeren en producenten van andere chocoladereep-ingrediënten
 
Een chocoladereep mag dus het label ‘Fairtrade Cocao Program’ dragen zonder dat de suiker en andere ingrediënten, zoals noten of vanille, Fairtradegecertificeerd zijn. Volgens het CTA (4) "wordt 70 % van alle suiker in Europa verbruikt onder de vorm van suikerhoudende voedingsmiddelen" (5) en dus niet als pure suiker. Het zijn dus "die voedingsmiddelen waarin suiker wordt verwerkt die op lange termijn het grootste groeipotentieel voor het verbruik van fairtradesuiker in de EU bieden. De nieuwe Fairtraderegels zetten evenwel mogelijk een rem op de verwerking van eerlijke suiker in voedingsmiddelen of kunnen zelfs resulteren in een terugval. De timing is bijzonder slecht, nu de leveranciers van suiker uit de ACS-landen (die ongeveer 90 % van de eerlijke suiker leveren) steeds meer concurrentie van de Europese suikermarkten zullen ondervinden door de afschaffing van EU-quota voor de productie van suiker en isoglucose. " (6) 
 
Ekitinfo sprak met Eric Garnier, Directeur “keten en PR” bij Alter Eco, die het risico voor de suikerboeren toelicht: "We kopen onze biologische Fairtraderietsuiker 300 % duurder dan de suikerprijs op de beurs van New York! Voor cacao is dit verschil 15 tot 20 %. Uiteraard wil een multinational geen 300 % meer voor zijn suiker betalen (…). Gezien de grote merken, zoals Nestlé en Cadbury, het grootste deel van hun omzet uit melkchocolade halen (dat veel suiker en amper 35 % cacao bevat), heeft dit nieuwe systeem geen impact op 2/3 van hun grondstofkosten, hun inkoopbeleid en de keuze van hun toeleverketen en ingrediënten" (7). We moeten ons dus afvragen: "Zijn we de regels van de wereldhandel wel effectief aan het bijstellen" (8)?
 
Max Havelaar België is zich bewust van het probleem: "Fairtrade International wil ook de suikerboeren mee laten profiteren van dit programma. Dit is een belangrijk punt voor ons en daarom werken we momenteel intern aan een project om dat voor elkaar te krijgen." Ook de Fairtrade noten- en vanilleboeren worden mogelijk met een dalende vraag geconfronteerd vermits de grote chocolademerken die ingrediënten niet langer tegen Fairtradevoorwaarden moeten aankopen om een Fairtradelabel op hun chocolade te mogen aanbrengen.  
 
Een economische herlokalisering en het gebruik van Europese bietsuiker zou ergens verdedigbaar zijn, indien het ook voor andere producten zou gelden zoals wijn. In dat geval moet een eerlijke handel voor boeren uit het Noorden worden opgezet, iets waar Max Havelaar zich vooralsnog niet aan wil wagen. (9)
 

Labelkoorts
 
Het evenwicht op de cacaomarkt is momenteel zoek, met een toenemende vraag naar chocolade - en dus ook naar cacao – onder andere in China. De uitdaging voor de chocolade-industrie is bijzonder groot. Hoe kunnen ze de productie opdrijven? En hoe ondervangen ze de daling van het aantal cacaoboeren, die omwille van de aanhoudende lage prijzen hun cacaobedrijf stopzetten en overschakelen naar een meer rendabel product?Hier komen labels goed van pas: ze dragen bij tot een betere traceerbaarheid en garanderen bonen van topkwaliteit. Daarnaast helpen ze kinderarbeid bestrijden, een doorn in het oog voor het imago van de chocoladeproducenten, vermits kinderen nog al te vaak worden ingeschakeld op cacaoplantages in Ivoorkust en Ghana, de twee grootste cacaoproducerende landen.
 
Bijna alle grote chocoladefabrikanten hebben bovendien aangekondigd dat ze tegen 2020 het Fairtrade, Utz Certified of Rainforest Alliance-certificering willen behalen. Die laatste twee labels zijn nog nieuwer  en zijn op het gebied van economische en sociale normen minder streng dan het Fairtrade Max Havelaar-label. Geen van beide labels biedt de boeren een gewaarborgde minimumprijs, terwijl het Fairtrade Max Havelaar-label een minimumprijs van 2000 USD/ton garandeert met daarboven op nog een ontwikkelingspremie van 200 USD/ton. Utz Certified geeft de boeren wel een opleiding zodat ze zelf over betere prijzen kunnen onderhandelen. Utz gaf in 2012 een gemiddelde premie van 155 USD/ton. Het is jammer genoeg dan ook niet verwonderlijk dat certificeringssystemen zoals dat van Utz Certified aantrekkelijker zijn voor grote ondernemingen. Fairtrade International is dus certificeringsterrein aan het verliezen, wat deels de lancering van de nieuwe Fairtrade Sourcing Programs verklaart.

 
'Oneerlijke' concurrentie en verwarring bij de consument
 
Guebre Albert, de la Coopérative Agricole N'Zrama de N'Douci (CANN) - Côte d'Ivoire
Aanhangers van het credo ‘alles wat fair trade aan een product kan zijn, moet dat ook zijn’, die dus chocoladerepen aanbieden die Fairtradecacao en -suiker bevatten (en ook andere producten), zullen oneerlijke concurrentie ondervinden vanwege de grote merken en supermarktketens. Zij beschikken immers over aanzienlijke communicatiebudgetten en kunnen zo, ondanks het feit dat hun suiker en andere ingrediënten niet gecertificeerd zijn, toch uitpakken met het Fairtrade Max Havelaar Cocoa Program.
 
De verschillende Oxfam-organisaties die rond fair trade werken, zijn dan ook helemaal niet opgezet met de nieuwe programma’s: "Hoewel Oxfam erkent dat meer afzetmogelijkheden moeten gevonden worden voor de cacaoboeren denken we niet dat een versoepeling van de fairtradenormen de juiste oplossing is. Onze aanbeveling aan Fairtrade International is om een alternatieve strategie te volgen, waarbij meer middelen worden geïnvesteerd in marketing en consumenten beter worden geïnformeerd of gesensibiliseerd." De Oxfam-organisaties zullen dan ook geen gebruik maken van de nieuwe ingrediëntenlabels. 
 
Omdat de nieuwe labels een eerlijke handel met twee snelheden in de hand werken, vinden ze geen ingang bij de gevestigde spelers. Artisans du Monde, het Franse netwerk van winkels die al 40 jaar bewust kiezen voor eerlijke handel, is zelfs van mening dat de Fairtrade Sourcing Programs een "nieuwe certificeringsbenadering hanteren die niet voldoet aan de eisen van eerlijke handel." Het netwerk zal trouwens heel binnenkort beslissen of het zijn "samenwerking met Fairtrade International al dan niet zal voortzetten." Hetzelfde horen we bij de BFTF, de Belgische Federatie voor Eerlijke Handel: "Het FSP-model druist duidelijk in tegen de waarden van een eerlijke handel die de Belgian Fair Trade Federation en haar leden nastreven."
 
En de consument? Die weet momenteel nog maar weinig over de nieuwe Fairtrade Max Havelaar ingrediëntenlabels. De labels zijn immers nog niet aanwezig op de Belgische markt, maar dat zal met de eengemaakte Europese markt niet lang meer duren. En zullen consumenten dan nog wegwijs raken uit al die labels? Hoe kunnen ze een onderscheid maken tussen twee logo’s die visueel erg op elkaar lijken (de ingrediëntenlabels hebben immers dezelfde blauwe en groene kleur als het historische label, maar tegen een witte i.p.v. een zwarte achtergrond, en dragen de vermelding Cocoa Program, Cotton Program of Sugar Program)? Kunnen ze daaruit zelf afleiden dat het ene product eerlijker is dan het andere?
 
Het risico bestaat dat de nieuwe labels, die we kunnen beschouwen als een ‘light’ afkooksel van het Fairtrade Max Havelaar-label, het traditionele label buitenspel zullen zetten voor chocoladeproducten, suiker en katoenen kleding. De verwarring en risico’s zijn zo groot dat zelfs Fairtrade Canada en Fairtrade America, die net als Max Havelaar België lid zijn van Fairtrade International, beslist zouden hebben om de nieuwe labels niet te gebruiken.
 

Opgeblazen statistieken
 
Christian Jacquiau, econoom en criticus van het Max Havelaar-label en tevens auteur van het boek ‘Les coulisses du commerce équitable’ (Een blik achter de schermen van eerlijke handel) stelt dat fabrikanten voortaan eerlijke chocolade kunnen verkopen zonder dat de cacao gecertificeerd is, zo lang de suiker dat maar is. Gelet op het prijsverschil tussen eerlijk en niet-eerlijk, dat groter is voor suiker dan voor chocolade (zie de eerdere toelichting van Eric Garnier), lijkt dat echter weinig waarschijnlijk. Christian Jacquiau heeft echter wel een punt wanneer hij het over ‘opgeblazen statistieken’ heeft. Hij licht zijn bewering toe in een interview met het magazine TerraEco: "Wanneer een chocoladereep langs de kassa passeert, wordt die voor de volledige verkoopsprijs geregistreerd als fairtradeproduct en niet alleen voor die paar grammen suiker op basis waarvan de fabrikant het Max Havelaar-logo op zijn verpakking mag zetten. De omzet van de supermarkten uit die zogenaamde Fairtradeproducten zal dus fors toenemen, wat erop wijst dat ze een regelrecht succes zijn ... althans in de statistieken. Maar wie wordt hier beter van?“ (10)
 

Wordt vervolgd...
 
In haar nota "Pourquoi vous ne verrez pas le nouveau label ‘FSP’ de Max Havelaar sur les produits Ethiquable" (Waarom u het nieuwe FSP-label van Max Havelaar niet op Ethiquable-producten zult zien) gaat de Franse organisatie Ethiquable dieper in op een andere discussie die binnen Fairtrade International wordt gevoerd. Deze keer wordt de ontwikkelingspremie doorgelicht. Tot nu toe beslisten producentenorganisaties, of in het geval van plantages comités waarin zowel werknemers als werkgevers zetelen, op democratische wijze voor welk doel de premie precies wordt aangewend. Met de premie worden doorgaans maatschappelijke programma’s (onderwijs, drinkwatervoorziening …) of projecten voor economische ontwikkeling (kwaliteitsverbetering, investeringen …) gefinancierd.
 
"Sommigen vinden dat een deel van de premie moet worden besteed aan de modernisering en verbetering van de cacaoplantages. Eén mogelijkheid zou zelfs zijn om per land een fonds op te zetten waarin een deel van de premie terechtkomt ter financiering van programma’s die de cacaoteelt ondersteunen." (11)  Als deze optie wordt doorgedreven, dan betekent dit dat de boeren niet langer zelf beslissen hoe ze de ontwikkelingspremie willen besteden. Hoewel een eventuele modernisering van de cacaoplantages goed zou zijn voor de boeren, zijn het toch vooral de grote chocoladefabrikanten die daar beter van worden. Zij hebben immers de grootste moeite om voldoende kwaliteitsbonen te vinden (zie inzet).

 
Wat na 2015?
 
Zoals de CLAC (12) (de Coördinatie van kleine producenten van eerlijke handel in Latijns-Amerika en de Caraïben) al aangaf, kunnen tot 2015 alleen koffie, cacao, suiker en katoen afkomstig van producentenorganisaties (en dus niet van plantages) Fairtrade Max Havelaar gecertificeerd worden. En wat daarna? Zijn de FSP-labels dan niet de rode loper voor certificering van producten afkomstig van plantages?

 
Label voor kleine producenten
 
Ethiquable en Oxfam-Wereldwinkels zetten (alleszins op hun website) vooral het label voor kleine producenten in de verf. Dit label werd in 2010 binnen de CLAC ontwikkeld door en voor kleine producenten. Het idee voor zo’n label ontstond al eerder toen duidelijk werd dat Fairtrade International, door haar label open te stellen voor grote plantages voor producten zoals thee, bananen, druiven of bloemen, verder afstand nam van haar oorspronkelijke opdracht: de markt toegankelijk maken voor kleine producenten en een nieuwe manier van internationale handel introduceren.
"We wilden ons onderscheiden als kleine producenten die de originele waarden van een eerlijke handel voorstaan: samenwerking, democratisch bestuur, ondersteuning van de boerenlandbouw …", aldus Jéronimo Pruijn, directeur van Fundeppo (Fundación de Pequeños Productores Organizados – Stichting van georganiseerde kleine producenten). (13)

BFTF, de Belgische Federatie voor Eerlijke Handel, stelt vast "dat een aantal historische organisaties voor eerlijke handel in Europa de voorbije jaren ietwat afstand hebben genomen van het Fairtrade Max Havelaar-label door het van hun producten te verwijderen. Het ziet ernaar uit dat ook andere organisaties binnenkort hun voorbeeld zullen volgen."
 
 
Enge visie op fair trade
 
Het begrip ‘eerlijke handel’ in de versie van Fairtrade Max Havelaar lijkt steeds meer uitgehold te worden. Het ontwikkelingsmodel is niet meer wat het vroeger was en de rol van eerlijke handel als motor van maatschappelijke verandering heeft daardoor een deel van zijn glans verloren. Het streven naar meer omzet heeft de tweeledige doelstelling van de initiatiefnemers van eerlijke handel naar de achtergrond verdrongen: de misbruiken van de internationale handel aan de kaak stellen en aantonen dat het ook anders kan dankzij een alternatief solidair handelsmodel.
 
Samuel Poos
 
De meningen die in deze publicatie naar voren worden gebracht zijn niet noodzakelijk de opvattingen van BTC of de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.
 
© Guebre Albert, de la Coopérative Agricole N'Zrama de N'Douci (CANN) - Ivoorkust.

 
1. Meer info over het gebruik van de nieuwe labels op de site van Fairtrade International : http://www.fairtrade.net/using-the-fairtrade-mark.html#c8966
2. Zie artikel Novethic : Mars veut 100% de cacao issu de sources certifiées d'ici 2020.
3. De Zwitserse vereniging Switcher heeft eind januari aangekondigd eveneens te starten met het nieuwe programma voor katoen.
4. Het Technical Centre for Agriculture and Rural Cooperation (CTA) is een gezamenlijk internationaal instituut van de African, Cariribbean and Pacific States (Landen in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan) en de Europese Unie (EU).
5. CTA, Agritraide, Fairtrade certification for multiple-ingredient products to be modified, 20 januari 2014. http://agritrade.cta.int/en/Agriculture/Topics/Product-differentiation/F...
6.CTA, Agritraide
7. Didier Pérou, Max Havelaar lance de nouveaux labels ! Évolution logique ou réel retour en arrière ?, Ekitinfo, 27 januari 2014.
8. Didier Pérou
9. Lees in dit verband: Eerlijke handel, ook voor Belgische boeren?
10. Le commerce équitable trouble davantage les esprits qu’il ne convainc », Interview de Christian Jacquiau, Terra eco. 3 février 2014. http://www.terraeco.net/Le-commerce-equitable-trouble,53604.html
11. Ethiquable, Pourquoi vous ne verrez pas le nouveau label « FSP » de Max Havelaar sur les produits Ethiquable, http://www.ethiquable.coop/page-dactualites-mag/pourquoi-vous-ne-verrez-pas-nouveau-label-fsp-max-havelaar-sur-produits#.UwKIGxSDjqc.twitter
12. CLAC (Coördinatie van kleine producenten van eerlijke handel in Latijns-Amerika en de Caraïben), brief van 18 september 2013 geadresseerd aan Fairtrade International
13.Philippe Chibani-Jacquot, La liste des labels équitables s'allonge, Novethic, maart 2012.

vrijdag 18 april 2014

Leuvens Wereldcafé: dromen van een netwerk van Wereldcafés

Nippend van een Mongozo, een Afrikaans fairtradebiertje op basis van banaan, doet Peter Raymaekers de krachtlijnen van het Leuvense Wereldcafé uit de doeken. Dit unieke concept bestaat intussen al tien jaar. De succesformule? De eigenzinnige combinatie van een bedrijf in de vorm van een  coöperatie en een vereniging die gesteund wordt door wel negentig vrijwilligers.

Eén jaar lang hebben de oprichters gebrainstormd, gereflecteerd en visieplannen uitgewerkt. In 2004 opende het Wereldcafé zijn deuren in de Bondgenotenlaan in Leuven, vertelt een trotse Peter Raymaekers, voorzitter van de raad van bestuur. “Het idee komt van een medeoprichter die in Canada geïnspireerd werd  door een fairtradekoffiebar. Zijn doel was om het concept te introduceren in Leuven. De basisprincipes die we toen hebben vastgelegd, gelden nog altijd: in de eerste plaats willen we fairtradeproducten uit het Zuiden verkopen, maar dan in een laagdrempelige context zoals een café-restaurant.”
 
“Voor onze gerechten werken we onder meer samen met sociale economiebedrijven.  Zo levert het Dagcentrum De Wroeter in Kortessem onze quiches. De werknemers van De Wroeter kunnen niet in het gewone circuit aan de slag en worden als Arbeidszorgproject gefinancierd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap” gaat Raymaekers verder. “Op activiteitenboerderij De Brabander uit Kersbeek-Miskom wordt het brood bereid dat in het Wereldcafé op de plank komt.
 
Een van de vrijwilligers is lid van de Leuvense Biertherapeuten en is verantwoordelijk voor de exclusieve bierkaart die telkens wordt aangevuld met enkele bieren van de maand. De fairtradebieren en lokale Belgische biersoorten op de drankkaart zijn streekproducten met een eigen verhaal. Voor een Stella of een Jupiler kun je niet terecht bij het Wereldcafé, maar een frisse Anker, het huisbier van een Mechelse brouwerij, staat er steevast op de kaart.”
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vrijwilligers aan de basis
 
Fairtradeproducten, streekbieren en smakelijke, eenvoudige gerechten: op het eerste gezicht is het concept niet revolutionair. Wat het Wereldcafé uniek maakt in zijn soort, is de bedrijfsvorm. Het is opgericht als een coöperatie waarin aandeelhouders medezeggenschap hebben. “180 vennoten hebben samen een kapitaal van 90.000 euro  ingebracht en bepalen vanuit de algemene vergadering mee welke richting het Wereldcafé uitgaat. Een winstuitkering krijgen ze niet. Hoewel het niet evident is om in de horecasector veel winst te maken, herinvesteren we de gemaakte winst in het Wereldcafé of steunen we er  boeren(gemeenschappen) in het Zuiden en sociale economiebedrijven in het Noorden mee. Zo ging een deel van onze winst onder andere naar een coöperatieve graanbank en microkredietinstelling van de ngo Hundee in Ethiopië. . Daarnaast steunen we ook acties, zoals 11.11.11. Zelfs eventuele fooien staan onze vrijwilligers graag af aan een goed doel. Ze beslissen zelf naar welk project het geld gaat.”
 
Als sociale onderneming draait het Wereldcafé dankzij de inzet en het engagement van zeven vaste krachten en meer dan negentig vrijwilligers, onder wie ook de leden van de raad van bestuur. “Het Wereldcafé houdt het midden tussen een klassiek café en een beweging”, legt Raymaekers uit. “We willen een ontmoetingsplek bieden voor mensen en organisaties die werken rond duurzame handel en ontwikkeling of rond de Noord-Zuidproblematiek.”
 
Of het geen uitdaging is om telkens weer voldoende gegadigden te vinden, die hun vrije tijd kosteloos opofferen voor het goede doel? “Nadat we ons eerste filiaal in de Bondgenotenlaan moesten verlaten, lag het Wereldcafé een jaar lang stil. Sinds de opening op het Joris Helleputteplein, op een boogscheut van de Oude Markt, zijn heel veel vennoten vrijwilliger geworden. Bijna wekelijks biedt jong en oud zich hier aan om een handje te komen helpen zonder dat we er grootse campagnes voor hoeven te voeren.”
 
Een café-restaurant vijf dagen per week open houden en daarnaast op zondagen en maandagen activiteiten organiseren, vergt een doorgedreven planning. “Onze vrijwilligers doen echt álles, ook achter de schermen. Ze doen de bestellingen, poetsen of volgen de boekhouding op. Samen met onze vaste staf zijn zij de kracht van het Wereldcafé, want dankzij hen kunnen we onze prijzen democratisch houden: een studentencafé zijn we uiteraard niet, maar onze prijzen zijn vergelijkbaar met de prijzen op de Oude Markt. Voor tien euro krijg je hier een lekkere maaltijd.”

 
Stamgasten
 
In het Wereldcafé kun je niet alleen terecht voor een dampende kom soep, bieren uit exotische landen en huisbereide chocomousse, soms doet het café-restaurant ook dienst als decor voor academische informatieavonden met gastsprekers van onder meer de universiteit van Leuven. Op zulke momenten zijn alle vennoten en vrijwilligers welkom om samen bij te komen leren over fair trade. “We organiseren die avonden niet alleen zelf, ook andere organisaties maken van de infrastructuur gebruik om kennis over te brengen en te delen. Zo komen onder andere The Blue Academy en The School for Social Entrepreneurship hier reflecteren over eerlijke handel en sociaal ondernemen. Verder krijgen we weleens internationale studenten over de vloer die benieuwd zijn naar hoe het er aan toe gaat in een sociale onderneming.”
 
Verder staat elke maand een Wereldse Zondag op het programma. Samen met een vierdepijlerorganisatie houdt de vrijwilligersploeg het café dan een hele dag open ten voordele van een project in het Zuiden. “Een voorbeeld hiervan is het straathoekwerk van de Mobile School in de Boliviaanse stad Sucre. De Wereldse Zondag heeft toen 2000 euro opgehaald, een bedrag waarmee de organisatie iemand acht maanden in Bolivia kan tewerkstellen. Tot de stamgasten van het Wereldcafé behoren het Femma naaisalon, KVLV haak- en breicafé, Amnesty International, het Filosofisch Café, (W)arme landen, Okra, Mayong en Kazou.”
 

Not all small is beautiful
 
Raymaekers gelooft in een economie waar winstmaximalisatie niet op de eerste plaats komt, zodat aandeelhouders niet zomaar kunnen overgaan tot het delokaliseren of sluiten van bedrijven omwille van meer winst. Wanneer we het over de rol van fairtradeorganisaties in een globale context hebben, is Peter Raymaekers duidelijk: “Op wereldschaal bekeken is fairtradeproductie slechts een druppel op een hete plaat. Er worden certificaten uitgereikt en controles gehouden, maar not all small is beautiful: soms hebben kleinere bedrijven nu eenmaal niet de knowhow en de capaciteit om op een eerlijkere manier te handelen. Vaak zijn het iets grotere bedrijven die dit wel kunnen waarmaken. Dat je wel degelijk een rendabele onderneming kunt runnen vanuit sociale en ecologische principes is de boodschap die we willen uitstralen.”
 
Over de toekomst is Raymaekers voorzichtig positief. “Hoewel het Wereldcafé nog kleinschalig is, zou ik het concept graag zien uitbreiden in Vlaanderen. We merken dat er interesse is en voelen ons verbonden met buitenlandse fairtradecafés, zoals het Weltcafé in Wenen en binnenlandse initiatieven zoals het Wereldhuis Bonangana in Sint-Niklaas. Laatst hadden we Nederlanders op bezoek die bijzonder enthousiast waren en in Amsterdam een dergelijk concept willen opstarten. Het zou geweldig zijn als er een netwerk van Wereldcafés kan ontstaan, net zoals er tien jaar geleden maar één filiaal van de Wereldwinkel in Antwerpen te vinden was, en intussen verspreid is geraakt over heel Vlaanderen.”
 
© Wereldcafé Leuven

Wereldcafé Leuven
Joris Helleputteplein 2, 3000 Leuven
coop@wereldcafe.be
Tel: 0468 17 82 72

dinsdag 15 april 2014

Meer dan Mooi: fashionable fair

Vijf jaar geleden startte Nancy De Poorter met een cadeautjeswinkel en webshop in Zammel, bij Geel. Haar passie voor geschenken die op een eerlijke manier tot stand komen, ontdekte ze als vrijwilliger bij de wereldwinkel van Westerlo, waar de nadruk vooral op voeding lag. Meer dan Mooi groeide al snel uit van een winkel voor fairtradegeschenken en interieurspulletjes tot een fairtradekledingzaak waar ook bio van belang is.
 
Oorspronkelijk wou Nancy geen kledingwinkel, nu biedt ze zelfs mannen- en kinderkledij aan. Vanwaar die ommekeer? “Ik vond zo zelden mooie fairtradekleding voor mezelf dat ik er maar zelf mee ben gestart. Soms moet ik mezelf tegenhouden. Ik zag eens een hele mooie theedoos, maar dan moet je ook thee aanbieden. Als je daar mee begint, moet je ook koffie aanbieden. Ik wil ook geen schoenen of bh’s verkopen, dat vind ik een vak apart. Maar ja, soms verander ik van mening, zoals met de kleding.”
 
Zo groeide langzaamaan het aanbod in de kleine maar gezellige shop. Vandaag vind je er kleurrijke sjaals van wilde zijde uit Vietnam, tijdloze tassen van ecologisch gelooid leer uit India, fijne oorbellen uit Colombia en een zilveren armband met edelstenen uit Nepal, naast casual kleding van biokatoen met het Fairtrade Max Havelaar-label. Dat is het bekendste keurmerk, maar niet het enige. Alle kledingstukken hebben het GOTS-keurmerk, wat staat voor ecologisch en sociaal verantwoord textiel. Sommige sjaals zijn van gewoon katoen maar fair trade gemaakt, voor de kleding is het altijd een combinatie van beide labels.
 
Nancy studeerde psychologie en had in een vorig leven een gewone kantoorbaan. Een eigen zaak was nooit een droom: “Ik wou gewoon fair trade stimuleren, zoveel mogelijk producenten uit verschillende werelddelen helpen. Een eigen zaak was geen doel op zich maar een middel om dat doel te bereiken.” Haar missie is fairtrade- en biokleding bekend maken bij een breder publiek. Daarbij botst ze nog steeds op vooroordelen, alsof je fair trade kleden gelijk staat aan een juten zak aantrekken. Vaak hebben mensen een heel ander beeld van fairtrade- en biokleding en zijn ze verbaasd als ze de mooie ontwerpen zien. Nancy selecteert dan ook met zorg: “Ik kies voor een stijl die niet zozeer alternatief is en vermijd de typische sieraden uit Nepal of de Afrikaanse maskers. De bloemensieraden uit Thailand die ik aanbied zijn wel typisch voor dat land, maar ze worden soberder bewerkt.”


Stoute schoenen aantrekken


Met Meer dan Mooi hoopt Nancy niet enkel mensen te bereiken die al bezig zijn met fair trade. Daarom organiseert ze evenementen zoals de jaarlijkse modeshow of een workshop sjaals knopen. Daarmee bereikt ze een ander publiek. De modeshow is 100% fair trade en bio, dus ook de make-up, de schoenen en de kapsels.


Uit de organisatie van de modeshow heeft ze vooral geleerd dat je niet mag denken dat je maar een kleine speler bent: “Toen mijn partner voor de schoenen plots afzegde, trok ik mijn stoute schoenen aan en belde ik naar Torfs. Die waren meteen bereid om hun schoenen van ecologisch gelooid leer uit te lenen. En dankzij deze samenwerking zal Torfs de eco-merken voortaan meer in de kijker zetten. Ik leer nog elke dag bij, er zijn veel meer merken bezig met goede doelen of met recyclage dan je denkt.” Toch blijft zo’n modeshow organiseren een intensieve job: “Het is niet gewoon een plan b of c bedenken, maar twee keer het ganse alfabet.” Maar het loont de moeite. “Veel van mijn klanten kochten nog nooit bewust fair trade."
 
"Mensen uit de buurt komen voor de cadeautjes en sieraden, zoals de bloemencollectie uit Thailand, die uniek is in België. Voor de kleren komen ze van Antwerpen, Leuven of Hasselt omdat er zo weinig aanbod is in Vlaanderen. Er zijn wel online shops, maar mensen passen toch liever. Juist die klanten die voor fair trade en bio kiezen, vinden het belangrijk te weten hoe de stof aanvoelt.”
 
En klant is hier koning. Of je nu iets klein koopt of gewoon eens komt kijken, je wordt altijd vriendelijk geholpen en het eerlijke advies krijg je er gratis bij. Het contact met de klant vindt Nancy heel belangrijk. Dat gebeurt in de eerste plaats in de winkel, maar zeker ook via Facebook. Geregeld krijgen volgers de kans om mee te kiezen wat in de shop komt: ze beslissen of er al dan niet jumpsuits komen, welke kleur van een artikel wordt besteld of ze maken kans om ondergoed te testen en er hun ongezouten mening over te geven. Voor ze startte met mannenkleding deed Nancy eerst een rondvraag. Daaruit bleek dat mannen geen prints of logo’s willen en dat het niet te strak mag zitten.


Strenge selectie
 
Nancy speurt zelf naar leveranciers op het net en schrijft hen aan. “Het is echt een zoektocht. Als ik iets vind dat de moeite lijkt, ga ik op onderzoek: wat zijn de voorwaarden, hoe is de kwaliteit? Het heeft geen zin als het enkel een mooi project is maar na een week uit elkaar valt. Of als het bio is maar door kinderen werd gemaakt. Het moet van goede kwaliteit zijn, mooi en betaalbaar. Als je mensen laat kiezen tussen twee vergelijkbare kettingen met dezelfde prijs, waarvan de ene fair trade is en de andere niet, kiest niemand voor unfair. Maar er moet genoeg keuze zijn en de klant moet het ook mooi vinden. Je koopt niet iets om een project te steunen om het dan in de kast te laten liggen.”
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 Nancy vindt het belangrijk om met een importeur te werken: “Je kan niet wereldwijd rechtstreeks werken. Als ik op bezoek zou gaan in ateliers in landen waar kinderarbeid normaal is, zullen ze me verzekeren dat ze niet met kinderen werken. Zodra het contract getekend is, verlies ik de controle. Ik vertrouw de importeurs waarmee ik werk want zij hebben al jarenlang een band met dezelfde producenten. Zij bewaken ook de kwaliteit: als iets niet in orde is, kan je het terugsturen. Het zou heel naïef zijn te denken dat ik dit allemaal zelf kan. In het Westen vinden wij zoveel dingen vanzelfsprekend: wij vinden het een ramp als twee oorbellen niet gelijk zijn, de producenten daar niet. Dat elk stuk in een bepaalde kledingmaat identiek moet zijn, leg dat maar eens uit!”

Een kleine stap voor de mens...

Voor Nancy is fair trade een manier van leven. Ze kiest vanzelfsprekend voor fairtradeproducten en -voeding uit respect voor de mensen die ze maken. “Eerlijke handel, goede werkomstandigheden, dat is een ideaal, ik denk dat het nooit wereldwijd kan worden bereikt, maar iedere stap telt. Als je in een streek waar kinderarbeid heel normaal is, kan bereiken dat er in een gezin twee kinderen werken en twee naar school gaan, ben je al een stap vooruit. Dat is hoe de wereld werkt. Zulke zaken veranderen geleidelijk. Als consument kan je wel het verschil maken: als je bij alles wat je koopt eerst bekijkt of er een eerlijk alternatief is, ben je je tenminste bewust van de problematiek. Als je iets koopt dat niet fair trade is, zoals een leren jas made in Bangladesh, zie er dan even het beeld bij van wie het gemaakt heeft.”
 
Fair trade is niet enkel eerlijke productie, het gaat ook om handel volgens een totaal ander principe. Maar het blijft wel trade, natuurlijk. “Als elke handelaar een beetje anders zou werken, zou er al veel veranderen in de wereld. Als je weet dat slechts 2% van de prijs naar de loonkosten gaat, zou je denken dat grote bedrijven iets meer van hun winstmarge met de producent delen, maar daar wordt altijd op beknibbeld. De producent kan makkelijk een hogere vergoeding krijgen zonder dat het product veel duurder wordt. En als grote kledingmerken niet meer met ‘oneerlijke’ producenten zouden werken, dan zou iedereen gewoon fairtradeproducten kopen.” Inderdaad, een grote stap voor de mensheid.
 
© Meer dan Mooi

Meer dan Mooi
Smallerijt 21, 2440 Zammel (Geel)
Tel. 014 54 15 23
info@meerdanmooi.be