Posts tonen met het label België. Alle posts tonen
Posts tonen met het label België. Alle posts tonen

donderdag 12 maart 2015

Puro koffie redt regenwoud


Jaarlijks worden er wereldwijd miljoenen kilo’s Puro Fairtrade Coffee verkocht. Voor CEO Frans Van Tilborg gaat ondernemen niet enkel om geld verdienen. Het gaat ook om de mensen en de planeet. Daarom wordt met een deel van de omzet van de fairtradekoffie bedreigd regenwoud gekocht. Sinds de lancering tien jaar geleden kon Puro al meer dan 10.000 voetbalvelden regenwoud aankopen en duurzaam beschermen.
 
Puro is een koffiemerk van het Turnhoutse bedrijf Miko, dat vandaag al meer dan 200 jaar bestaat. “We zijn er al langer dan België,” lacht CEO Frans Van Tilborg. Miko begon in 1801 als een handel in koloniale waren. Er werden exotische producten zoals peper, zout, koffie en thee verkocht.
 
Aan het eind van de 19e eeuw legde Miko zich volledig toe op koffie. De koffie werd gebrand die met een kleine koffiebrander en daarna aan huis geleverd met de bakfiets.
 
Met de oprichting van de koffiebranderij in Turnhout werden de activiteiten verder geprofessionaliseerd. Tot de jaren ’70 leverde Miko koffie aan de detailhandel. “Door de opkomst van de grote supermarkten wijzigde Miko van koers. Sindsdien richten we ons op de buitenhuismarkt. Eerst enkel in België en vervolgens zijn we internationaal uitgebreid,” vertelt Van Tilborg. “We leveren vooral aan bedrijven, maar bijvoorbeeld ook aan horeca en gezondheidsinstellingen.”
 
In 2005 ontstond binnen Miko-groep het idee om een duurzaam koffiemerk te lanceren: Puro Fairtrade Coffee. “We hadden al één eerlijke koffie binnen het MIKO-assortiment. Vooral vanuit de UK was daar veel vraag naar. Maar we besloten dat we een duidelijker onderscheid moesten maken tussen wat wij ‘free trade’ en ‘fair trade’ noemen.
 

Candico: miljoenen kilo's eerlijke suiker

Ruim 22 miljoen kilo suikerproducten verlieten vorig jaar de Candico fabriek in Merksem bij Antwerpen. Bijna de helft daarvan was Fairtrade gelabeld. De fabriek, waar 78 mensen werken, verpakt rietsuiker die via de haven van Antwerpen ingevoerd wordt en maakt ook kandijsuiker.
Antwerpen kent een lange traditie van suikerproductie en -verwerking. De Suikerrui dankt zijn naam aan de meer dan honderd suikerbakkerijen die zich in het begin van de 16e eeuw in de buurt tussen de Grote Markt en de kade vestigden. De eerste suikerraffinaderij in Antwerpen komt er in 1508. Deze raffinaderijen zuiveren de ruwe rietsuiker en maken er kandijsuiker van, een luxeproduct. Tot de 19e eeuw werd alle suiker gewonnen uit suikerriet, die uit verre landen afkomstig is. Tijdens de Napoleontische oorlogen werd de invoer van overzeese producten stilgelegd als gevolg van de continentale blokkade. De suikerindustrie begint op dat moment met de productie van bietsuiker.
 
In de loop van de eeuwen is het aantal kandijfabrieken in Antwerpen sterk teruggedrongen. In 1935 besluiten vier raffinaderijen de krachten te bundelen onder de vennootschap Candico. “Vandaag gebruiken we nog steeds hetzelfde recept voor onze kandijsuiker als de eerste raffinaderijen in de 16e eeuw. Alleen wordt de kandijsuiker nu geproduceerd op basis van bietsuiker,” vertelt Isabelle Roelandts, Communications & Governmental Relations Manager van de Tiense Suikerrafinaderij, waar Candico sinds 1969 toe behoort.

Klingele: chocolade om van te genieten

 
Klingele maakt al meer dan 20 jaar chocolade en is gespecialiseerd in enerzijds suikervrije en anderzijds biologische fairtradechocolades.  Naast hun eigen merken Balance en Green Dream produceren ze chocolade voor andere merken. De kans is groot dat ook jouw supermarkt producten van Klingele in de rekken heeft liggen.

De jonge Koen Klingele was helemaal niet van plan om chocoladeproducent te worden. Hij studeerde tropische landbouw met de bedoeling om aan ontwikkelings-samenwerking te gaan doen. “Tijdens mijn thesisonderzoek in het buitenland besefte ik dat het niets voor mij was om ver weg van vrienden en familie te zijn. Dus heb ik in België werk gezocht. Ik vond aanvankelijk werk in de verkoop van pesticiden, hoewel ik eigenlijk tegen het gebruik van pesticiden ben,” lacht Koen Klingele. “Toen ik daarna voor een bedrijf werkte dat aan ongediertebestrijding deed, kwam ik bij enkele chocoladebedrijven over de vloer. Daar begon het idee te groeien om zelf iets met chocolade te doen.”

In het begin maakte Klingele enkel chocolade zonder toegevoegde suiker. “Ik wilde iets maken dat anderen niet verkochten, een niche-product. Ik ben in de eerste helft van de jaren ’90 heel klein gestart. Ik maakte in mijn keuken chocolade, goot het in vormpjes en bracht de repen zelf met de fiets naar een aantal biowinkels in Gent.” Na vier jaar startte Klingele het merk Balance en begon op grotere schaal chocolade zonder toegevoegde suiker te produceren.
 

GingerLove: eerlijk alternatief voor koffie en thee

 GingerLove, een warme drank met een stevige smaak van citrusvruchten, gember en kruiden, vond de weg van de menukaart van eethuis Lombardia naar vele huiskamers. Uitvinder Alain Indria toverde ondertussen nog twee smaken uit zijn hoed: Coconut Vibrations en GreenLove.
 
GingerLove ontstond per toeval in het populaire vegetarische eethuis Lombardia in Antwerpen. Alain Indria, de zoon van de oprichtster van Lombardia, maakte bijna tien jaar geleden een warme drank op basis van citrusvruchten en gember voor zichzelf. Een klant vroeg of hij het mocht proeven en vond het heerlijk.
 
“Verschillende andere klanten wilden het ook proberen en zo is de bal aan het rollen gegaan,” vertelt Alain Indria, die we ontmoeten in het legendarisch restaurant. “Ik verdraag geen koffie en thee vind ik nogal flauw van smaak. Ik mengde dus altijd allerlei ingrediënten tot een drankje dat ik lekker vind en dat me de nodige energie verschafte. Vijf builtjes thee, kruiden, bloemen, sappen, enzovoort.”
 
Alain doet niets liever dan smaken creëren die mensen graag lusten. “Langs de kant van mijn moeder hebben we al 120 jaar koks in de familie. Ik kook niet graag, maar ik creëer wel smaken. Ik droom er zelfs van.” De vegetarische patés die je in de Lombardia kan krijgen, heeft Alain uitgevonden. “Het idee ontstaat in mijn hoofd en ik kan de smaak exact beschrijven. Na ettelijke experimenten in Lombardia bereik ik mijn eureka moment : ‘Dat is het!’”

Peace and love
 
Door de enthousiaste reacties van zijn klanten besloot Alain de gemberdrank op de menukaart van Lombardia te plaatsen. Deze gezonde hot drink met schuimlaagje werd een hit. In 2010 werd het de officiële warme drank van het Belgische paviljoen op de wereldexpo in Shanghai. Op dat moment was Alain net gestart met de verkoop van de drank, die GingerLove gedoopt werd, in doosjes. “Mensen wilden de drank ook thuis kunnen drinken. Het was een lange zoektocht naar de juiste ingrediënten, maar uiteindelijk lukte het me om een kwalitatief en gezonde drank te ontwikkelen.”
 
 

donderdag 29 januari 2015

Clarysse: 4 miljoen faire handdoeken

Meer dan 70 jaar geleden begon Jules Clarysse met de productie van badtextiel op zeer kleine schaal. Vandaag is Clarysse N.V. Europees marktleider en produceert het jaarlijks 20 miljoen handdoeken, waarvan in 2014 één vijfde fairtradebadtextiel. Ook tijdens de crisis is Clarysse blijven geloven en investeren in duurzaamheid.


Het bedrijf is nog steeds in handen van de familie Clarysse. De twee kleinzonen van Jules Clarysse, Luc en Bernard, hebben nu de algemene leiding samen met Peter Bauwens die commercieel directeur is. “Ik ben hier 18 jaar geleden na mijn kandidaturen geneeskunde beginnen werken als bediende,” herinnert Bauwens zich.

“In onze sector zijn we op vlak van duurzaamheid de nummer één in de wereld,” zegt Bauwens. “Duurzaamheid heeft een ethische en een ecologische component. Ongeveer tien jaar geleden zijn we gestart met een aanbod van handdoeken van fairtradekatoen. Enkele jaren later ontwikkelden we cradle to cradle handdoeken.” Cradle to cradle is een businessmodel dat als streefdoel heeft om producten zodanig te ontwerpen dat ze van begin tot einde veilig en herbruikbaar zijn.

> Lees meer

dinsdag 27 mei 2014

Tierra: natuurbeleving en pragmatisme hand in hand

Op enkele meters van het station van Leuven boek je bij reisbureau Reispunt de reis van je dromen en geniet je meteen daarna van een kopje eerlijke koffie in de aanpalende fairtradekoffiebar. Het reisagentschap biedt letterlijk voor ieder wat wils, maar in de op vegetale inkt gedrukte brochure springen voornamelijk de natuurreizen van Tierra in het oog.
 
Om de leemte in het aanbod van de toen bestaande reisbureaus op te vullen, ging Tierra twintig jaar geleden van start. Oprichter en verantwoordelijke Willy Paquay doet het verhaal van de organisatie: “Geen enkele touroperator legde toen de link met natuurbeleving. Aangezien je destijds nog een licentie moest hebben, zijn we begonnen als vzw en werkten we samen met een ander reiskantoor. Onze partner verkocht onze reizen, wij voerden promotie en stonden in voor de organisatie ervan.” Kleinschalige themaweekends in samenwerking met het tijdschrift Feeling rond ‘Geluiden in het bos’ vormden toen het aanbod van Tierra. “Beleving was daarbij het sleutelwoord: ’s nachts het bos in gaan en stilstaan bij alle hoorbare geluiden.”
 
“In samenwerking met Wielewaal, het latere Natuurpunt, zijn de weekends stilaan geëvolueerd naar Europese en verre reizen. Van meet af aan staat Tierra mee in voor vogel- en natuurgroepsreizen naar alle windstreken voor de Natuurpuntleden. Intussen vormen groepsreizen met een freelance, in natuur gespecialiseerde reisgids – eventueel in combinatie met een lokale gids – onze core business. De insteek is intussen uitgebreid naar een combinatie van natuur, cultuur en lokale bevolking. Daarnaast stellen we ook reizen samen voor individuele reizigers. De trend is immers niet meer om in groep te reizen, maar wel samen met het gezin of de familie, met vrienden of als koppel. Mensen willen met dezelfde inslag reizen, maar niet zelf een hele reis in elkaar boksen”, vat Paquay samen.
 

Van safari tot anti-walvisvangstcampagne
 
Sobere maar comfortabele charmehotels als accommodatie, geen al te zware wandelingen of te avontuurlijke programma’s: Tierra stelt alles in het werk om zo veel mogelijk tijd te kunnen besteden aan het observeren van de natuur. “Automatisch trek je dan een oudere doelgroep aan. Groepsreizen voor 50-plussers zijn dan ook onze specialiteit. Met Wielewaal werd er traditioneel in grote groepen per autobus gereisd. Intussen houdt Tierra vast aan een klein reisgezelschap van maximum zestien personen voor Europese reizen en twaalf reizigers voor verre bestemmingen. We houden de groepen beperkt deels omwille van de duurzaamheid, maar ook om ten volle van de natuur te genieten. Plaatselijke dorpjes staan veel minder op stelten als  een select groepje er verblijft dan wanneer je in groten getale reist”, legt Paquay uit. Bovendien zijn de verplaatsingen ter plekke op die manier veel gemakkelijker te regelen. Hoewel wandelen meestal centraal staat, is de minibus een logische en praktische keuze om rond te reizen. “Alles hangt van de bestemming af: in Extremadura (Spanje) verblijven we een hele week op één plaats omdat we van daaruit heel wat bezienswaardigheden kunnen bereiken. In Roemenië daarentegen logeren we op een hotelboot in een deltagebied die zich telkens ’s nachts verplaatst.”
 
Dat duurzaam toerisme geen evidentie is, beaamt Paquay: “Eigenlijk staat duurzaam reizen gelijk aan thuis blijven. In dit opzicht heeft Tierra gekozen voor de pragmatische aanpak. Je kunt er niet om heen dat er veel gereisd wordt. Deze realiteit proberen wij aan te wenden om bepaalde waarden en ideeën mee te geven met de reiziger, zodat hij niet alleen iets bijleert maar tegelijkertijd ook een mooie tijd beleeft. Door van de natuur te genieten, krijg je er immers ook respect voor. In de natuur zijn er sowieso enkele vanzelfsprekende spelregels waaraan je je moet houden, zoals afstand houden van dieren, dieren niet storen, op de paden blijven en bepaalde gebieden niet betreden tijdens het broedseizoen. Concrete voorbeelden zijn walvis- en andere safari’s: hoewel velen toch zo dicht mogelijk bij de dieren willen komen om ze te kunnen fotograferen, houden wij het been stijf en blijven we op een afstand. Hierin hebben onze reisbegeleiders, die overigens zelf dagelijks met natuurbeheer bezig zijn of bij Natuurpunt werken, een grote verantwoordelijkheid.” In sommige gevallen gaat Tierra een stapje verder. “Aangezien Ijsland tot onze bestemmingen behoort en walvisvangst er nog steeds voorkomt, hebben we in het verleden samen met het WWF en enkele andere touroperators internationaal campagne gevoerd om de regering onder druk te zetten. Ijsland valt erg goed in de smaak bij reizigers en dus kozen we ervoor om in plaats van een boycot verantwoorde walvistrips te ondersteunen en petities te organiseren.”
 
Duurzaam toerisme gaat voor Paquay verder dan het ecologische aspect alleen. Ook de lokale economie en bevolking zijn belangrijke factoren om rekening mee te houden. “We werken alleen met begeleiders die de bestemming door en door kennen. Zo spreekt onze man in Indonesië naast het Bahasa ook lokale dialecten waardoor hij kan samenwerken met lokale contactpersonen en beter kan nagaan wat er met de inkomsten gebeurt. Voor verre bestemmingen zoeken we steeds lokale partners – onze Portugese partner is vergelijkbaar met Natuurpunt – die onze filosofie delen. Zij staan in voor de accommodatie en het transport. Grote concerns zijn uit den boze.” Een andere vorm van duurzaamheid is volgens Paquay aandacht besteden aan de lokale keuken. “Vaak houden mensen te hard vast aan de keuken die ze gewend zijn. In Indonesië gaat de reisleider met de groep vis kopen op een plaatselijke markt, die dan in een lokaal restaurantje op traditionele wijze wordt bereid. Op die manier leer je een land niet alleen kennen door ernaar te kijken, maar ook door er letterlijk van te proeven.”

 
Pragmatisme en respect
 
Volgens Paquay is het een taak van overheden om te waken over duurzaam toerisme. “Op vliegtuigbrandstof wordt bijvoorbeeld nog altijd geen taks geheven. Je mag dat niet overlaten aan particuliere initiatieven van klanten die bewust willen reizen. Als je een eerlijke prijs wil voor een ticket moet je die taks doorrekenen. Door de opkomst van lowcostmaatschappijen zijn de prijsverhoudingen helemaal scheefgetrokken. Voor de prijs van een vliegticket kun je vaak al niet meer reizen. Maar dat is de realiteit van vandaag en daar moet je als bedrijf rekening mee houden”, zegt de realistische zaakvoerder. “De Vlaamse markt is te klein voor een reisorganisatie die zich alleen zou richten op idealistische en duurzame reizigers.”
Door de economische crisis heeft Tierra een terugval gekend voor de verre bestemmingen. “Mensen hebben voelbaar hun gedrag aangepast: ze gaan minder ver op reis en organiseren meer zelf. Ze gaan bv. op reis naar Zuid-Frankrijk met de wagen. Toch is deze evolutie weer aan het keren intussen.” Naast het financiële aspect speelt ook het almaar stijgende internetgebruik en gebruiksgemak van reiswebsites een grote rol. “Mensen nemen steeds vaker het opzoekwerk op zich en lokale contacten zijn ook online bereikbaar. Dan is het de taak van een reisbureau om zich te profileren als een bedrijf dat een bepaalde service biedt. Een sneeuw- of strandvakantie kun je gemakkelijk zelf boeken, in tegenstelling tot een reis naar Ethopië. Daarin willen wij het verschil maken.”
 
 
Tierra c.v.b.a
Marterlarenlaan 24
3010 Leuven
Tel: 016 25 56 16

dinsdag 20 mei 2014

Joker: duurzaamheid als hefboom voor lokale economie

Duurzaam reizen voor jong en oud met een flinke dosis avontuur: daar staan Joker en Anders Reizen voor. Daarnaast geven zusterorganisaties ViaVia Tourism Academy en Karavaan samen vorm aan het maatschappelijk verantwoorde luik van de organisatie.
 
Duurzaamheidscoördinator Greet Huybrechts heeft Joker mee zien uitgroeien tot een touroperator met negen reiskantoren in Vlaanderen en trotse eigenaar van een Travelife-certificaat.
 
Greet Huybrechts ontvangt ons in het hoofdkantoor van Joker. Het uitnodigende open werklandschap op een boogscheut van het station van Mechelen oogt als een aangename werkplek. Gestart als een kleine touroperator stelt Joker vandaag meer dan 60 mensen te werk. Greet vertelt hoe het allemaal begon. “In 1968 reizen enkele Leuvense economiestudenten per bus naar Moskou. Onderweg worden ze geconfronteerd met de Koude Oorlog en het IJzeren Gordijn. Onder andere in Polen en het toenmalige Tsjecho-Slowakije rommelt het op dat moment."
 
"Op die reis ontstaat de goesting om te blijven reizen. Daarom richten ze in 1971 reisbegeleidersorganisatie vzw Jest (Jeugd en Studenten Toerisme) op, de voorganger van het intussen 400 begeleiders tellende Karavaan vzw. In 1981 verzamelen 36 begeleiders van Jest het nodige kapitaal om reisorganisatie Joker boven de doopvont te houden. 83 % van de aandelen is vandaag nog steeds in handen van de oorspronkelijke oprichters. Joker hangt dus niet af van andere grote spelers of internationals. De vier oorspronkelijke pijlers – ontmoeting, openheid, verwondering en gelijkwaardigheid – zijn nog even actueel als bij het prille begin. Op vraag van de stichter van Anders Reizen, die in 2001 met pensioen gaat, neemt  Joker het bedrijf over. Anders Reizen bestaat wel op zich en behoudt zijn eigen identiteit. De organisatie is gespecialiseerd in wandelreizen.”
 
 
Vandaag de dag biedt Joker een waaier van groepsreizen aan, samen goed voor ongeveer 3000 deelnemers per jaar. “Joker Avontuur is een formule op maat van avonturiers van alle leeftijden. Voor jongeren van 18 tot 26 jaar is er het Go-26-programma, voor 46-plussers de Kaap 46-brochure. Ook citytrippers komen aan hun trekken met de Joker CityMix. Joker Sneeuw, SportWeg en Kookreizen vervolledigen het aanbod. Daarnaast kun je bij Joker ook terecht voor individuele reizen, groepsreizen in internationaal gezelschap en trips met de Nederlandse touroperator Sawadee.”
 

ViaVia-netwerk
 
In 1995 opent het allereerste ViaVia Joker Reiscafé in Heverlee zijn deuren, gevolgd door één in Yogyakarta (Indonesië) en 14 andere Reiscafés op 4 continenten. Ze vormen een netwerk van ontmoetingsplaatsen in de hele wereld voor de lokale bevolking en de individuele reiziger.
 
“Toerisme kan een hefboom zijn voor de lokale economie en is een sterk wapen in de strijd tegen de armoede, een van de Millenniumdoelstellingen. Omwille daarvan en om onze kennis over duurzaam toerisme te verspreiden, hebben we in 2001 Living Stone Dialoog – de huidige ViaVia Tourism Academy – opgericht”, legt Greet uit. “We bieden onder andere opleidingen aan rond interculturaliteit, innovatief toerisme, management en de ontwikkeling van een toeristisch beleid voor overheden. Zo is een collega laatst afgereisd naar Mozambique om er een volwaardige opleiding rond toerisme op punt te stellen.
 
Van de projecten in het Noorden neem ik een deel voor mijn rekening. Ik coördineer onder andere het lerend netwerk Duurzaam en Innovatief Toerisme, waarmee we ons enerzijds richten tot alle docenten van de Nederlandstalige bachelors Toerisme en Hotelmanagement en anderzijds tot alle leerkrachten van de 41 secundaire toerismescholen. Jaarlijks organiseren we minimum drie thematische studiedagen. Enkele thema’s van voorbije studiedagen zijn duurzaam toerisme als marketing- en communicatietool, innovatieve streekproducten en tewerkstelling en duurzame festivals. Verder beheren we een digitaal platform waarop we zo veel mogelijk materiaal willen aanreiken.”
 

Projectenfonds
 
Voor de respectievelijk tiende en twintigste verjaardag van Joker en Karavaan is het Projectenfonds opgericht. Per klant schenkt Joker een bepaald bedrag aan het fonds, Karavaan doneert een percentage van het lidgeld. “Het Projectenfonds heeft heel uiteenlopende projecten gefinancierd, vaak op aanraden van de reisbegeleiders zelf. In vele gevallen hebben ze ter plaatse musea helpen oprichten om bepaalde tradities te kunnen bewaren. In Bolivia hebben onze begeleiders een alfabetiseringsproject op poten gezet voor mijnwerkersvrouwen. Verder waren er projecten om de werkomstandigheden te verbeteren voor de dragers die toeristen assisteren bij het beklimmen van de Kilimanjaro in Tanzania.“
 
 
Sinds 2010 concentreert het projectenfonds zich opnieuw op zijn core business: het toeristisch product en het opleiden van reisbegeleiders. “Daarom hebben we het Projectenfonds uitgebreid met de ViaVia Tourism Academy en de Reiscafés. Reisbegeleiders die door de Academy zijn opgeleid, leiden op hun beurt zowel reisgidsen als lokale touroperators op. Zo organiseren we sinds 2002 onder andere een Joker Go-26 reis samen met de Professional Tourguide School (PROTS) in de Tanzaniaanse stad Arusha. De hele reis wordt begeleid door Tanzaniaanse studenten in het kader van hun stage. De deelnemers logeren ook een lang weekend bij Tanzaniaanse families. De samenwerking met PROTS wordt vanaf 2014 dieper uitgewerkt. Het is de bedoeling dat er in de toekomst een wederzijdse vorming komt waarbij ervaring en kennis worden uitgewisseld.”
 
Ook in thuisbasis Mechelen is Via Via Tourism Academy actief op het vlak van sensibiliseren en informeren: tot eind 2014 zetten de organisatie en de stad hun schouders onder het interculturele project Café Herman. “Via deze vzw richten we ons op ondernemers van allochtone afkomst in Mechelen. Vele van hen geven hun zaak immers al snel op. Voornaamste reden hiervoor is dat ze vaak niet op de hoogte zijn van de verschillende informatiekanalen. Daarom voorzien wij hen van informatie: hoe werk je klantgericht, innovatief, duurzaam enzovoort. Want ook zij kunnen met hun zaak een troef vormen voor de stad als toeristische trekpleister.”
 

Planet, people, profit & pleasure
 
“Ik ben ervan overtuigd dat we via deze weg grootse dingen kunnen bereiken”, benadrukt de duurzaamheidscoördinator. “Onze opleidingen en de impact die we hebben op het vlak van sensibilisering rond duurzaamheid geven Joker zijn eigenheid en uniciteit. Alle vormen van toerisme zouden zo duurzaam mogelijk moeten zijn, maar duurzaam genoeg bestaat natuurlijk niet. Het is altijd een evenwichtsoefening tussen de vier P’s, Planet, People, Profit en Pleasure. Bij de ene beslissing weegt de ene ‘P’ meer door dan de andere. Je kunt maar spreken van duurzaam toerisme als zowel de overheid, de media, het onderwijs, de lokale bevolking, de toerist, de reissector en ngo’s op dezelfde golflengte zitten en samenwerken.”
 
In januari heeft Joker als eerste Belgische touroperator een Travelife-certificaat gekregen, dat zowel intern als extern duurzaam beleid prijst. Deze internationale, op de Global Sustainable Tourism Criteria (GSTC) gebaseerde erkenning, is opgesteld in samenspraak met de World Tourism Organization (UNWTO). “Om dit certificaat te krijgen, hebben we aan de hand van een lijvig dossier moeten bewijzen dat we aan wel meer dan 150 duurzaamheidscriteria voldoen. Hierdoor beseffen we dat we al heel wat hebben bereikt, maar dat er ook nog heel veel voor verbetering vatbaar is. Bovendien beginnen steeds meer inwoners van opkomende landen te reizen en zou het goed zijn dat ze dit op een zo duurzaam mogelijke manier aanpakken. Daarom vind ik het zo belangrijk dat ook grote touroperators met duurzaamheid bezig zijn.”
 
© Joker

Hoofdkantoor Joker NV

Geerdegemvaart 96/98
2800 Mechelen
www.joker.be

donderdag 8 mei 2014

Fairytale: fairtradetraktaties voor alle gelegenheden

Het hart op de juiste plaats en uiterst gedreven, maar ook nuchter als het moet: op haar manier draagt Barbara Brugmans haar steentje bij in samenwerking met en voor vrouwen in de hele wereld. Tien jaar geleden stampte ze de faire doopsuikerwebwinkel Fairytale uit de grond. In 2010 werd ze beloond voor haar harde werk met de Be Fair Award van het Trade for Development Centre.

In de grote hal van Brussel-Centraal weet ik al gauw wie Barbara Brugmans is: een dame bepakt en bezakt met kleurige snuisterijen uit alle windstreken. “Vanuit een zoektocht naar een eerlijk, nieuw product hadden enkele vrienden en ik het idee om iets in de babysector te gaan doen. De doopsuikertraditie in Vlaanderen leek ons het ideale uitgangspunt. Aangezien het niet voor iedereen weggelegd is om een goed doel te steunen in plaats van een geboortelijst aan te leggen, wilde ik doopsuiker en een goed doel combineren.” Niet lang daarna was de vzw Fairytale een feit. In ruil voor een halftijds minimumloon zet Barbara zich in voor de vzw.
 
Of ze bepaalde criteria hanteert bij het zoeken naar samenwerkingsverbanden met buitenlandse projecten? “Ik bezoek niet alle projecten zelf, vaak komen samenwerkingen tot stand door ontmoetingen met mensen uit het circuit. Op die manier kom je al snel te weten welke projecten blijvend zijn en evolueren in positieve zin. Niet allemaal zijn ze immers in staat om vrouwen bij elkaar te brengen, op te leiden, een kwalitatief product te vervaardigen en het transport te organiseren.”

 
Popjes en vogeltjes van geluk
 
Afhankelijk zijn van sponsoring en subsidies was geen optie voor Barbara. Daarom besliste ze zelf geld in het laatje te brengen om dat op zijn beurt in projecten te investeren. “Dankzij een kennis in Kenia ben ik in contact gekomen met een school in Kibera, een sloppenwijk in Nairobi. We hebben een oproep gedaan om een vrouwengroep op te richten en de productie van levensbomen en het transport ervan naar België te regelen. Voor de verkoop en marketing sta ik in. De vrouwen krijgen een eerlijk loon, de opbrengst gaat naar een kinderproject.”
 
“Intussen werk ik samen met een zestal vierdepijlerorganisaties met projecten in alle windstreken. Een ervan is Mama Alice die straatkinderen met een schoolachterstand opvangt en begeleidt. Hun moeders maken onze gelukspopjes en krijgen daar een eerlijk loon voor. Dankzij hun aandeel in het gezinsinkomen krijgen ze meer zelfvertrouwen en hebben ze thuis meer te zeggen. Bovendien hoeven de kinderen niet meer de straat op om een inkomen te vergaren.” Een andere partner is het Indiase Opus III, eveneens een vrouwengroep die geluksvogeltjes vervaardigt. De opbrengst gaat naar schooltjes, gemeenschapshuizen en gezondheidscentra.
 
 
“Fair trade werkt alleen als je er zeker van bent dat het geld naar de juiste personen gaat.” Barbara is zich bewust van de moeilijkheid die hierin schuilt. “Voor het project in Kenia staat een Keniaanse vrouw ter plaatse in voor de correcte uitbetaling van de vrouwen. Zij heeft in Leuven gestudeerd, woont in Kenia en reist de wereld rond met haar eigen juwelencollectie. Ze kan dus zowel mijn noden als die van de vrouwen inschatten. Aangezien het leven er op tien jaar tijd duurder is geworden, moeten de lonen stijgen.
 
Uiteraard moet het salaris in verhouding en redelijk blijven, om geen afbreuk te doen aan de lokale economie. Je zou de lonen van die vrouwen kunnen vergelijken met die in Vlaanderen en daaruit afleiden dat de kloof nog altijd erg groot is, maar in hun specifieke context zijn ze wel fair. We hebben ervoor gekozen om de vrouwen te betalen per stuk dat ze afleveren. Er zijn immers verschillende factoren waar we rekening mee moeten houden: het gaat bijna altijd om sociaal zwakkere vrouwen met kinderen die niet voltijds voor het project werken. Als het voldoende regent, werken ze ook op het veld om te voorzien in hun levensonderhoud.” Om na te gaan of de andere projecten hun werknemers eerlijk uitbetalen, bekijkt Barbara de jaarverslagen en heeft ze contact met de projectleiders.


Eigen inkomen

“Dankzij mijn contactpersoon in Kenia loopt alles meestal goed. Als zij er niet is, gebeurt het dat hier containers toekomen met scheve boompjes of mandjes die te klein gemaakt, verkleurd of slecht geverfd zijn... Die moet ik dan allemaal zelf herstellen.  Er zijn ook eens zakken mandjes door termieten opgegeten. Ik betaal de lonen wel, maar heb dan geen mandjes voor mijn geld. We hebben ook soms problemen met het verschepen van de containers. Soms komt een container een maand later toe dan voorzien. De redenen zijn divers: piraten die het scheepverkeer vertragen, grondige controles op de containers tegen ivoorsmokkel … Ik leg me daar wel bij neer, maar het is niet fijn. Mijn publiek, voornamelijk zwangere vrouwen, kan niet altijd wachten. Sommigen bestellen ruim op voorhand, maar anderen niet en dan is dat een kleine ramp.”
 
Wat de levensomstandigheden van de vrouwen betreft, is er volgens Barbara nog een lange weg af te leggen. Toch is er al heel wat verbeterd: dankzij het project kunnen de vrouwen  intussen hun kinderen naar school sturen. Barbara benadrukt het belang hiervan: “Doordat hun kinderen naar school kunnen gaan, raken ze uit de vicieuze cirkel van armoede. In oktober 2013 heb ik het project in Kenia nog bezocht. De vrouwen mogen zelf kiezen wat ze met de opbrengst van de levensbomen doen, we leggen hen niets op. In de eerste plaats gaat die uiteraard naar onderdak en voedsel. Toen ik voor het eerst in Kenia was, heerste er hongersnood in de streek waar de mandjes worden gemaakt. Dat houdt in dat vooral mensen zonder inkomen die louter afhangen van wat ze zelf kweken, honger lijden als de oogst mislukt. Dankzij het project kunnen ze nu mandjes maken en met de winst voedsel kopen. Daarnaast investeren ze de opbrengst in de gemeenschap, bv. in de bouw van een kerkje. Voor hen is het erg belangrijk om een eigen kerk te hebben. Voordien deden ze er een uur over om de dichtstbijzijnde kerkgemeenschap te bereiken.”

Eerlijke handel als norm

Een eerlijk product betekent niet per se een duur prijskaartje volgens Barbara. “Dat mijn doopsuikerverpakking fair is, mag geen reden zijn waarom mensen overgaan tot aankoop. Het mag een pluspunt zijn, maar het product moet hen in eerste instantie aanspreken. Ook in Nederland, waar men geen traditie van doopsuiker heeft, worden mijn producten verkocht. Daar doen ze vooral dienst als geschenkjes bij verjaardagen en andere gelegenheden. Fairytale-hebbedingetjes kan je niet enkel gebruiken als doopsuikerverpakking, maar voor traktaties in het algemeen: verjaardagen, huwelijken, communies …”
 
Dat eerlijke handel de norm zou moeten zijn in plaats van een uitzondering, staat vast voor Barbara. “Eerlijke handel zou algemeen aanvaard moeten zijn en er zouden alleen maar eerlijke producten op de markt verkrijgbaar mogen zijn. Ook al is de huidige situatie een gevolg van de vrijemarkteconomie, het is betreurenswaardig dat er vanuit overheden niet meer regels of wetten ingevoerd worden om eerlijke handel te verplichten. Als je in het Westen aan de lonen van werknemers raakt, komen deze ook in opstand. Helaas wordt fair trade of eerlijke handel nog al te vaak geassocieerd met alternatieve producten. Van dat imago moet fair trade af.”
 
In de toekomst wil Barbara het aanbod en dus ook het marktaandeel van Fairytale uitbreiden. “Om originelere en hippere spullen te kunnen verkopen, zou ik graag een productontwikkelaar onder de arm nemen. Op die manier zou Fairytale kunnen evolueren naar een sociaal ondernemerschap. Eventueel wil ik het ook dichter bij huis zoeken en in zee gaan met sociaal zwakkere vrouwen in Vlaanderen.”
 
Foto's
1. © Trade for Development Centre
2. © Fairytale

 
Latstraat 49
3212 Pellenberg

dinsdag 6 mei 2014

Goudeerlijk

In de bosrijke omgeving van Heusden-Zolder heeft Ana Kindermans haar atelier. Hier ontwerpt zij juwelen van fairtradegoud. Ana is een pionier: zij was de eerste Belgische ontwerpster die koos voor goud dat op een eerlijke en menswaardige manier wordt ontgonnen.
 
Het was in Latijns-Amerika dat Ana de smaak van juwelen maken te pakken kreeg. “Toen ik een nieuwe uitdaging zocht en voor een stage naar Nicaragua trok, deed een vriendin me materiaal cadeau om sieraden te maken. Ze wist dat ik dat daar veel zou tegenkomen en misschien iets nieuw kon leren. Op zoek naar een alternatief voor de draad die gebruikt wordt voor oorbellen maar waar veel mensen allergisch aan zijn, kwam ik in een atelier terecht waar smeden uit verschillende landen aan het werk waren. Ik had geen flauw idee of ze draad konden maken, maar voor ik het wist, begon een van die mannen uit een klompje zilver draad te trekken. Fascinerend! Ik kreeg de kans om een maand in het atelier te werken. Terug in België wist ik wat ik wou doen en startte ik meteen een opleiding tot goudsmid.”
 
Stapje voor stapje bouwde ze haar zaak op: “Wat ik fijn vind, is dat mensen soms gewoon om juwelen komen en dan fairtradegoud krijgen. Sommigen weten niet eens wat dat is. Een deel van de klanten kiest bewust voor fair trade, zij komen soms van ver. En er zijn ook mensen die speciaal voor mijn ontwerpen komen en het hopelijk als meerwaarde ervaren dat ik enkel met fairtradegoud werk.”
 

De zoektocht naar een leverancier
 
In de beginjaren werkte ze nog parttime bij ngo’s als Vredeseilanden en Max Havelaar. Ana was zich bewust van de mijnproblematiek en dat voelde dubbel: “Ik maakte mooie dingen voor heel speciale momenten, maar werkte met een grondstof die op een minder mooie manier wordt ontgonnen.” Toen zij bij Max Havelaar iets opving over fairtradegoud was ze meteen geprikkeld en volgde ze de ontwikkelingen op de voet. Uiteindelijk kwam er fairtradegoud op de markt in Groot-Brittanië, daarna volgde Nederland. Maar het fairtradegoud naar België krijgen was geen sinecure. Ana kocht al bij een Nederlandse groothandel en gelukkig ging die mee in het fairtradeverhaal. Daarna kwam de uitdaging om het Max Havelaar-label te verkrijgen voor haar juwelen. “Dat was niet evident, ik was de eerste in België. Het uitzoeken heeft ongeveer een jaar geduurd.”
 
 
In België is er vandaag nog steeds geen leverancier van fairtradegoud. Ana koopt haar goud nog altijd bij de Nederlandse groothandel die bestelt bij Oro Verde, een gecertificeerde coöperatie in Colombia. Ana, steeds op zoek naar een duurzamere manier van leven, is blij met het label: “Het is niet zozeer een economische keuze, als je dit niet doet met overtuiging, stop je er beter mee. Je betaalt meer voor het goud, de hele certificering kost veel en het is een echte papierenwinkel. Maar ik heb het er voor over.” Ana kiest heel bewust voor fair trade, niet om ‘iets anders’ aan te bieden. “Natuurlijk moeten er ook mensen zijn die het gat in de markt zien, maar voor mij gaat het daar niet om. Op dit moment loont het vanuit commercieel oogpunt niet de moeite om er mee te beginnen.”
 

De hele keten moet mee
 
Ana werkt ook samen met Catapa, een organisatie die sensibiliseert rond mijnbouwproblematiek. Toen ze hoorde van hun goud:eerlijk?-project in Gent is ze met de gemeente van Heusden-Zolder gaan praten waarna een project werd uitgewerkt rond goud:eerlijk? in Limburg met talrijke partners. Ana hield er een goed contact met Catapa aan over en werd nadien uitgenodigd op een vergadering met de Zuid-Amerikaanse mijnverantwoordelijken in Londen. Ze bespraken de toekomst en de problemen van het ontginnen van fairtradegoud. Wat Ana het meest bijbleef, is dat slechts een klein percentage van wat de mijn bovenhaalt, kan worden verkocht aan eerlijke handelaars, terwijl heel de mijn moet voldoen aan eerlijke voorwaarden. De mijnbouwers hebben daarin heel wat geïnvesteerd en verwachten een grotere omzet. “Jammer want als de fairtrademijnen niet voldoende goud verkopen, zullen zij ermee stoppen.”
 
 
Daarom vindt Ana het heel belangrijk dat er juweelontwerpers bij komen die zich laten certificeren en kiezen voor Fairtradegoud, eerlijk goud met het Fairtrade Max Havelaar-label: “Ik merk dat Max Havelaar dit geen prioriteit vindt, ze kunnen natuurlijk niet op alles inzetten, maar ik vrees dat het op deze manier niet zal blijven bestaan. Iemand zou zich daarin moeten vastbijten en uitzoeken hoe de goudsector in elkaar zit, wat de weg is van grondstof tot afgewerkt product, welke tussenschakels er zijn. Mijn keten is heel kort: ik koop grondstof en bewerk het tot een afgewerkt product, maar de meeste juweliers kopen half afgewerkte producten of maken mallen die ze laten gieten. Als je een hogere omzet van Fairtradegoud wil bereiken, moet je inzetten op de certificatie van gieterijen.”
 
Ana botst nog vaak op een muur van papieren. “Als goudsmid wil ik vooral in mijn atelier werken. Bovenop mijn boekhouding komt er nu ook een hele administratie bij voor Max Havelaar. Spijtig dat de ideologie van Fairtrade zich voor mij vertaalt in een papieren controlesysteem en dat er weinig inhoudelijke ondersteuning is. Zoals het nu in elkaar zit, blijf je vastzitten op het niveau van goudsmeden zoals ik, maar ik maak het verschil niet voor die gecertificeerde mijnen met een halve kilo goud per jaar. Er is absoluut een grotere omzet nodig. Er moeten meer spelers met fairtradegoud aan de slag gaan, dan krijgt het een plaats in de markt. Zoals fairtradebananen een plaats hebben verworven in de supermarkt.”
 

Het eco-verhaal
 
Er is veel te doen rond de arbeidsomstandigheden in de mijnbouw, maar de vervuiling van het milieu is minstens een even groot probleem. Het meeste goud wordt met behulp van kwik of cyanide ontgonnen. “Bij Fairtradegoud is er extra aandacht voor het milieu, onder andere door het gebruik van kwik en cyanide in te perken en vervuild water op te vangen en te recycleren.  Ik vind dit zeer goed en misschien nog belangrijker dan een ‘eerlijk loon’. Wat ben je met geld als de ondergrond vervuild is, er geen drinkbaar water is, de dieren ziek worden,…. Onze afvalberg is een goudmijn. Uit  200 gsms kan je voldoende goud halen om een nieuwe gouden ring maken. Inzetten op recyclage en bewustmaking van onze eigen goudmijnen vind ik zeer belangrijk. Samen met Catapa geef ik hier vormingen over. Tijdens de Dag van de Ambachten kregen de bezoekers een atelierbezoek en informeerden we hen over de mijnbouwproblematiek in het Zuiden en het belang van recycleren.”
 
Ana legt de lat steeds hoger en bruist van de ideeën. Omdat er vaak klanten van ver komen - zo kwam er onlangs een koppel uit Poperinge trouwringen kiezen - is Ana volop een arrangement aan het uitwerken met de focus op duurzaam en lokaal. Doen al mee: B&B moka&vanille, wijnhandelaar ‘maison simple’, een artisanale bakker, cc Muze en natuurlijk Ana Edelsmid. Mensen kunnen het atelier bezoeken, een juweel bestellen, een hapje eten, fairtradewijn proeven, genieten van cultuur en overnachten in een B&B midden in de natuur.
 
Een weekendje weg om je partner ten huwelijk te vragen en meteen een unieke ring uitkiezen, kan het romantischer?
 
Ana Edelsmid
Champert 53
3550 Heusden-Zolder
0496 957 753
an.kindermans@ana-edelsmid.be

woensdag 30 april 2014

KrisKras : een kleine speler met grote ambities

KrisKras vzw mag dan wel een kleine speler in de Vlaamse reissector zijn, de organisatie doet het erg goed. Bovendien blaast ze dit jaar twintig kaarsjes uit. Van CO2-compensatie tot een meer verantwoord waterverbruik: coördinatrice Nele Decoodt laat ons kennismaken met de visie en waarden van deze bijzondere touroperator.
 
Nele verwelkomt ons in een gezellig herenhuis in hartje Gent. Een kamer volgestouwd met kampeermateriaal wijst erop dat hier geen luxereisjes aan de man worden gebracht. Het reisbureau is ontstaan vanuit de Belgische Jeugd Karavaan, een landelijke jeugdorganisatie.
 
“Onze doelstelling was toen – en is nog steeds – om mensen te leren hoe ze duurzaam kunnen reizen. We organiseerden in eerste instantie jongerenkampen en busreizen naar onder andere Parijs. Stilaan zijn we geëvolueerd naar een duurzame touroperator.
 
De drie Ps vormen het vertrekpunt: respect hebben voor People, Planet en Profit. Uit ecologische overwegingen bestaat de hoofdmoot van onze reizen uit Europese bestemmingen, maar we bieden ook enkele verre reizen aan waarbij het economische en sociale aspect meer een rol spelen. Zo schreeuwt de Indonesische bevolking tien jaar na de tsunami om toeristen zodat de economie weer aangezwengeld wordt. Ook in Sharm el Sheikh voelt de lokale bevolking het wanneer toeristen wegblijven.”
 
Vanuit de idee dat wat toeristen uitgeven ter plaatse niet mag wegvloeien, is het de missie van KrisKras om tegengewicht te bieden en ervoor te zorgen dat de uitgaven van toeristen ten goede komen van de lokale bevolking. De reisbegeleiders hebben op dat vlak een grote verantwoordelijkheid.  Terwijl de vaste medewerkers de reis van op kantoor zo goed mogelijk voorbereiden, is het de taak van de reisbegeleiders om na te gaan of de inkomsten goed terechtkomen door te communiceren met de bevolking. Zij doen dit op vrijwillige basis, maar krijgen wel een opleiding van KrisKras waarbij ze leren hoe ze mensen tools rond duurzaamheid kunnen aanreiken, zonder met het vingertje te wijzen. “Wij ondersteunen de begeleiders met vormingen, zoeken publicaties op en brengen hen met elkaar in contact.“
 
“We beseffen dat het ‘weglekpercentage’ erg hoog is, maar doen daarom zo veel mogelijk kleine pensions en lokale marktjes aan in plaats van hotel- en winkelketens. Activiteiten op reis, zoals het bezoeken van minderheidsgroepen, zijn bij voorkeur community based. Hierbij genereert de gemeenschap inkomsten door zelf een toeristisch product aan te bieden. Idealiter worden de inkomsten eerlijk verdeeld en geïnvesteerd in bijvoorbeeld onderwijs en sanitaire voorzieningen.”
 

Duurzaamheid troef
 
Een veelgehoorde kritiek is volgens Nele dat duurzaam reizen een contradictie op zich zou zijn. “KrisKras probeert zo weinig mogelijk vliegreizen aan te bieden. Onze trein- en fietsreizen zitten weer in de lift en bij ons kun je ook terecht voor een zeilreis. Onze gouden regel: voor  reisafstanden kleiner  dan 2500 km reizen we per minibus.”
 
Voor de verdere bestemmingen heeft KrisKras de wereldkaart opgedeeld in ringen op basis van reisafstand. Ze bieden geen reizen aan naar de buitenste ring waarin onder andere  Australië, Nieuw-Zeeland en Patagonië liggen. Nele legt uit: “We berekenen de verblijfsduur op basis van de reisafstand naar de bestemming: hoe verder je op reis gaat, hoe langer je moet blijven. In de buitenste cirkels zouden we dus te lang moeten verblijven. Elke nieuwe regel wordt bij ons onderworpen aan de duurzaamheidmeter. Die houdt  rekening met een eventuele binnenvlucht, de afgelegde afstand per dag, enzovoort. Op die manier willen we mogelijkheden scheppen om mensen te laten nadenken over elke stap die ze zetten op reis. Het gaat erom dat mensen gaan reflecteren en zelf hun attitude aanpassen.”
 
KrisKras gaat ervan uit dat duurzaam toerisme maar mogelijk is als mensen geïnformeerd zijn. “Vóór elke reis is er een ontmoetingsmoment met de reisbegeleiders en de deelnemers. Zo leren ze niet alleen elkaar kennen, maar ook het land waar ze heen gaan: welke taal er wordt gesproken, waarmee je wordt geconfronteerd, of er kans is op een cultuurshock, enzovoort. We merken dat het bewustzijn veel groter is dan vroeger. Fairtradeproducten zijn al een tijdje geen marginaal product meer en worden in bijna elke supermarkt verkocht. Geen wagen hebben is in bepaalde sociale kringen een statussymbool.”
 
Nele  plaatst deze evoluties naast de ontwikkelingen in de toeristische sector, wat blijkbaar een heel ander verhaal is. “Het is de snelst groeiende business met een aantal negatieve ontwikkelingen: mensen gaan steeds meer, steeds korter en steeds verder op reis. Veel en ver reizen is nog steeds een statussymbool. Vergeleken met elkaar rijmen de genoemde ontwikkelingen niet helemaal en zijn ze zelfs pervers. Het zijn vaak net ecologisch bewuste mensen (die bv. groene producten gebruiken, hun kinderen bewust opvoeden, zonnepanelen hebben ...) die het verst op reis gaan. Mensen uit een lagere sociale klasse die hun vakantie doorbrengen op een camping aan de Belgische kust zijn in die zin duurzamer.”
 

Water en lucht als kostbaar goed
 
De KrisKras-medewerkers zetten hard in op alternatieve vormen van duurzaamheid. “Dankzij de Gold Standard kunnen we berekenen hoe we de door ons veroorzaakte CO2-uitstoot kunnen compenseren. Wereldwijd zijn er maar drie organisaties die zich hierop toeleggen waaronder CompenCO2, een initiatief van de Belgische milieu- en Noord-Zuid-beweging. Hoewel deze organisatie niet lang heeft standgehouden en we dus geen bedragen meer kunnen doorsturen naar haar werking hanteren we nog wel haar berekeningsmethode. Voor elke KrisKras-reisbegeleider maken we het berekende bedrag over aan een project naar keuze, meestal Vredeseilanden. Aangezien het om veel geld gaat, laten we deelnemers zelf beslissen of ze compenseren of niet. Om je een idee te geven: voor een vliegreis naar Peru betalen we 167 euro voor de reisbegeleider. Om een reis naar de Provence per minibus te compenseren tellen we ‘slechts’ 12 euro neer. Vredeseilanden investeert op zijn beurt in projecten die de CO2-uitstoot moeten doen verminderen.”
 
 
Dat water een kostbaar goed is, behoeft geen verdere uitleg. Reden te meer voor KrisKras om ook hierop volop in te zetten. “Weinig mensen zijn zich ervan bewust dat Spanje tijdens de zomermaanden een tekort heeft aan drinkwater waardoor het per schip moet worden aangevoerd. De komende decennia zal dit probleem alleen maar nijpender worden. Een Vlaming verbruikt gemiddeld 120 liter water, op reis verdubbelt dat. Een immens verschil met Ghana waar per persoon gemiddeld 10 liter per dag wordt verbruikt. Als individuele reiziger kan je je voornemen om bewuster met water om te gaan, maar dat is slechts een druppel op een hete plaat”, meent Nele. Deelnemers hiertoe verplichten lijkt haar zinloos, maar elke reiziger vijf euro extra aanrekenen kan wel iets betekenen. Op het einde van het jaar verdubbelt de touroperator het opgehaalde bedrag en schenkt het aan ngo en partner Protos die zich inzet voor verantwoord waterverbruik.
 

Grotere oorden
 
Op de vraag hoe de zaken ervoor staan bij KrisKras is Nele erg optimistisch. “We kunnen waarmaken wat we willen en zetten steeds meer in op het duurzaamheidsverhaal. Dat moet ook want wie zichzelf pionier noemt, moet het ook proberen te  blijven. We moeten er alleszins creatief mee omgaan. 18-30-jarigen besteden nog steeds graag geld aan onze reizen. Het feit dat we letterlijk uit onze voegen barsten en naar grotere oorden moeten verkassen, zegt genoeg.”
© KrisKras
 
KrisKras vzw
Koningin Astridlaan 155
9000 Gent
info(at)kriskras.be