Posts tonen met het label labels en garantiesystemen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label labels en garantiesystemen. Alle posts tonen

donderdag 29 januari 2015

Interview Fairtrade Belgium

Wie in de winkel op zoek is naar een eerlijk product, laat zich doorgaans leiden door het Fairtradelabel. De organisatie achter het blauwgroene label bestaat intussen 25 jaar en deed zichzelf een nieuwe naam cadeau: ‘Max Havelaar België’ werd ‘Fairtrade Belgium’. Trade, not aid is nog steeds het credo, maar de marktontwikkelingsorganisatie bewandelt sinds kort nieuwe paden met de start van Zuid-Zuidhandel en het Fairtrade Sourcing Program.
 
Eerlijke handel ontstond in de jaren ’60. Trade, not aid, was de filosofie. “Laat ons eerlijke handel drijven met mensen uit het Zuiden zodat ze uit de armoede kunnen geraken. Dat was toen al de basisgedachte en dat is het vandaag nog steeds,” zegt Lily Deforce, directeur van Fairtrade Belgium. “Het is een krachtig en eenvoudig principe.”
 
De eerste dertig jaar waren de wereldwinkels de belangrijkste motor van eerlijke handel. In 1989 werd Max Havelaar België opgericht door enkele grote ontwikkelingsorganisaties zoals Oxfam, Broederlijk Delen en 11.11.11. Max Havelaar België moest een systeem creëren waardoor de Belgische burger producten van eerlijke handel kan herkennen. “De bedoeling was om meer boeren toegang tot de markt te bieden door meer Belgen te bereiken. Het Fairtradelabel is hier een instrument voor,” legt Deforce uit.
 
 
 
Het systeem achter het Fairtradelabel werkt als volgt: “We bepalen strikte sociale en ecologische criteria waar producenten aan moeten voldoen om onder het label te kunnen werken. Hier stellen we economische garanties tegenover. In de eerste plaats garanderen we een kostendekkende minimumprijs voor de boer en daarnaast krijgt de coöperatie die de boeren verenigt een premie die de leden samen investeren in de gemeenschap of in de productie.”
 
In het begin was koffie het enige Fairtradeproduct. “Vandaag zijn er 420 verschillende productcategorieën en wereldwijd meer dan 30.000 gecertificeerde producten,” zegt Deforce. 420 productcategorieën betekent dat er evenveel lastenboeken bestaan. Een lastenboek omschrijft in detail aan welke criteria producenten moeten voldoen. “We hebben algemene criteria die van toepassing zijn op alle producten, maar er zijn ook criteria die eigen zijn aan een product. Voor bananen zijn er bijvoorbeeld andere regels op vlak van het gebruik van pesticiden dan voor rijst, wijn of soja.”
Naast België zijn er 26 andere landen in de wereld die een nationale Fairtradeorganisatie hebben. “We creëerden samen Fairtrade International, dat instaat voor een aantal taken die we beter samen doen dan elk apart. Producenten ondersteunen en lastenboeken creëren, bijvoorbeeld. Daarnaast is er een aparte organisatie, FLO-Cert, dat instaat voor het verlenen van Fairtradecertificaten en de inspecties. Zij zijn onze interne politie.”
 

vrijdag 25 april 2014

Nieuwe Fairtrade Max Havelaar-labels onder vuur

Op 27 januari van dit jaar gaf Fairtrade International in Duitsland het startsein voor zijn Fairtrade Sourcing Programs voor cacao, suiker en katoen. Het doel? De verkoopcijfers van de kleine producenten opdrijven.  
 
Tegelijk neemt ook de kritiek op de nieuwe labels toe. Fairtrade International zou hiermee de multinationals recht in de kaart spelen.
 
We kunnen er niet omheen: de verkoop van sommige fairtradeproducten komt maar niet van de grond. Momenteel wordt amper 1,2 % van alle cacao wereldwijd onder Fairtradevoorwaarden (Fairtrade Max Havelaar) verhandeld en de Fairtrade cacao- en suikerboeren verkopen slechts een derde van hun oogst onder Fairtradevoorwaarden, hoewel de volledige productie gecertificeerd is.

 
Felbegeerd Fairtrade Max Havelaar-label
 
Ondernemingen die het nummer één onder de fairtradelabels op hun producten willen aanbrengen moesten tot hiertoe alle ingrediënten waarvoor strikte normen gelden, laten certificeren volgens het Fairtrade Max Havelaar-lastenboek. Die ingrediënten moesten bovendien samen minstens 20 % van het totale productgewicht uitmaken. Een chocoladereep met melk en noten moest dus uit 100 % gecertificeerde cacao, noten en suiker bestaan om het label te mogen dragen (voor melk bestaan er geen Fairtrade Max Havelaar-normen).

 
Nieuwe ingrediëntenlabels
Dit label, al jarenlang een begrip bij consumenten, en zijn toepassingsvoorwaarden blijven behouden. Tegelijk verschijnen er ook nieuwe labels voor cacao, suiker en katoen die het mogelijk maken om slechts één ingrediënt te certificeren. Ondernemingen mogen een van die nieuwe labels uitsluitend aanbrengen op hun product indien het 100 % Fairtradegecertificeerde suiker, cacao of katoen bevat. Is dat niet het geval, dan kunnen ze opteren voor communicatie op bedrijfsniveau (MVO-verslagen of andere B2B- of B2C-communicatietools). Een T-shirt dat slechts voor 10 % uit katoen bestaat, mag dus het label dragen mits die 10 % katoen volledig Fairtrade gecertificeerd is (1).
Volgens Max Havelaar België is het echter niet meteen de bedoeling om "het label toe te kennen aan eindproducten; het nieuwe programma wil ondernemingen vooral aanzetten om Fairtrade in hun toeleverketen te integreren (voor minstens 10 % van de aanvoer van een bepaald ingrediënt). Het Fairtrademodel wordt erkend als een ontwikkelingsmodel, maar kan pas efficiënt zijn wanneer voldoende grote volumes onder Fairtradevoorwaarden worden verkocht. Pas dan wordt het gunstige effect voor de cacao- en katoenboeren voelbaar. Na 25 jaar actie voeren, stellen we vast dat de bananen- en koffieboeren eindelijk de vruchten plukken van onze inspanningen doordat we een grote afzetmarkt voor die producten hebben opgebouwd. Voor cacao, suiker en katoen blijft de vraag vanuit Europa evenwel haperen. We moeten dus innoveren om in te spelen op de problemen waarmee de boeren worden geconfronteerd."
 

Grotere afzetmarkt voor cacaoboeren
 
De multinationals reageerden meteen enthousiast op dit nieuwe initiatief. Snoepreus Mars (2) en andere grote Zwitserse, Japanse en Duitse merken en supermarktketens, waaronder Rewe en Lidl, waren er als de kippen bij om het nieuwe Fairtrade Sourcing Program voor cacao te onderschrijven (3). Dit alleen al zal resulteren in een verzesvoudiging van de verkoop van Fairtradecacao in Duitsland in 2014. De omzet van de Fairtrade-cacaoboeren zou navenant stijgen met 14 %, goed voor 1,2 miljoen dollar extra ontwikkelingspremies voor de cacaoboeren.
 
"Dit is de doorbraak waar we al zo lang naar uitkeken. De Afrikaanse boeren die ik vertegenwoordig, willen al langer meer cacao verkopen volgens Fairtradevoorwaarden", zo verklaarde Fortin Bley tijdens de persconferentie bij de lancering van de nieuwe labels. Bley is voorzitter van Fairtrade Africa Cocoa Network en tevens zelf cacaoboer en secretaris-generaal van CANN, een coöperatie uit Ivoorkust.
"Met het nieuwe programma kunnen we onze verkoop van Fairtradecacao opkrikken. Dat houdt in dat we meer ontwikkelingspremies kunnen investeren in opleiding. Het resultaat: een betere productiviteit en dus meer inkomsten voor de boeren. Dat betekent ook dat meer middelen die kunnen besteed worden aan maatschappelijke projecten, zoals drinkwatervoorzieningen, nieuwe scholen en betere levensomstandigheden voor onze gemeenschappen."

 
Bezorgdheden voor suikerboeren en producenten van andere chocoladereep-ingrediënten
 
Een chocoladereep mag dus het label ‘Fairtrade Cocao Program’ dragen zonder dat de suiker en andere ingrediënten, zoals noten of vanille, Fairtradegecertificeerd zijn. Volgens het CTA (4) "wordt 70 % van alle suiker in Europa verbruikt onder de vorm van suikerhoudende voedingsmiddelen" (5) en dus niet als pure suiker. Het zijn dus "die voedingsmiddelen waarin suiker wordt verwerkt die op lange termijn het grootste groeipotentieel voor het verbruik van fairtradesuiker in de EU bieden. De nieuwe Fairtraderegels zetten evenwel mogelijk een rem op de verwerking van eerlijke suiker in voedingsmiddelen of kunnen zelfs resulteren in een terugval. De timing is bijzonder slecht, nu de leveranciers van suiker uit de ACS-landen (die ongeveer 90 % van de eerlijke suiker leveren) steeds meer concurrentie van de Europese suikermarkten zullen ondervinden door de afschaffing van EU-quota voor de productie van suiker en isoglucose. " (6) 
 
Ekitinfo sprak met Eric Garnier, Directeur “keten en PR” bij Alter Eco, die het risico voor de suikerboeren toelicht: "We kopen onze biologische Fairtraderietsuiker 300 % duurder dan de suikerprijs op de beurs van New York! Voor cacao is dit verschil 15 tot 20 %. Uiteraard wil een multinational geen 300 % meer voor zijn suiker betalen (…). Gezien de grote merken, zoals Nestlé en Cadbury, het grootste deel van hun omzet uit melkchocolade halen (dat veel suiker en amper 35 % cacao bevat), heeft dit nieuwe systeem geen impact op 2/3 van hun grondstofkosten, hun inkoopbeleid en de keuze van hun toeleverketen en ingrediënten" (7). We moeten ons dus afvragen: "Zijn we de regels van de wereldhandel wel effectief aan het bijstellen" (8)?
 
Max Havelaar België is zich bewust van het probleem: "Fairtrade International wil ook de suikerboeren mee laten profiteren van dit programma. Dit is een belangrijk punt voor ons en daarom werken we momenteel intern aan een project om dat voor elkaar te krijgen." Ook de Fairtrade noten- en vanilleboeren worden mogelijk met een dalende vraag geconfronteerd vermits de grote chocolademerken die ingrediënten niet langer tegen Fairtradevoorwaarden moeten aankopen om een Fairtradelabel op hun chocolade te mogen aanbrengen.  
 
Een economische herlokalisering en het gebruik van Europese bietsuiker zou ergens verdedigbaar zijn, indien het ook voor andere producten zou gelden zoals wijn. In dat geval moet een eerlijke handel voor boeren uit het Noorden worden opgezet, iets waar Max Havelaar zich vooralsnog niet aan wil wagen. (9)
 

Labelkoorts
 
Het evenwicht op de cacaomarkt is momenteel zoek, met een toenemende vraag naar chocolade - en dus ook naar cacao – onder andere in China. De uitdaging voor de chocolade-industrie is bijzonder groot. Hoe kunnen ze de productie opdrijven? En hoe ondervangen ze de daling van het aantal cacaoboeren, die omwille van de aanhoudende lage prijzen hun cacaobedrijf stopzetten en overschakelen naar een meer rendabel product?Hier komen labels goed van pas: ze dragen bij tot een betere traceerbaarheid en garanderen bonen van topkwaliteit. Daarnaast helpen ze kinderarbeid bestrijden, een doorn in het oog voor het imago van de chocoladeproducenten, vermits kinderen nog al te vaak worden ingeschakeld op cacaoplantages in Ivoorkust en Ghana, de twee grootste cacaoproducerende landen.
 
Bijna alle grote chocoladefabrikanten hebben bovendien aangekondigd dat ze tegen 2020 het Fairtrade, Utz Certified of Rainforest Alliance-certificering willen behalen. Die laatste twee labels zijn nog nieuwer  en zijn op het gebied van economische en sociale normen minder streng dan het Fairtrade Max Havelaar-label. Geen van beide labels biedt de boeren een gewaarborgde minimumprijs, terwijl het Fairtrade Max Havelaar-label een minimumprijs van 2000 USD/ton garandeert met daarboven op nog een ontwikkelingspremie van 200 USD/ton. Utz Certified geeft de boeren wel een opleiding zodat ze zelf over betere prijzen kunnen onderhandelen. Utz gaf in 2012 een gemiddelde premie van 155 USD/ton. Het is jammer genoeg dan ook niet verwonderlijk dat certificeringssystemen zoals dat van Utz Certified aantrekkelijker zijn voor grote ondernemingen. Fairtrade International is dus certificeringsterrein aan het verliezen, wat deels de lancering van de nieuwe Fairtrade Sourcing Programs verklaart.

 
'Oneerlijke' concurrentie en verwarring bij de consument
 
Guebre Albert, de la Coopérative Agricole N'Zrama de N'Douci (CANN) - Côte d'Ivoire
Aanhangers van het credo ‘alles wat fair trade aan een product kan zijn, moet dat ook zijn’, die dus chocoladerepen aanbieden die Fairtradecacao en -suiker bevatten (en ook andere producten), zullen oneerlijke concurrentie ondervinden vanwege de grote merken en supermarktketens. Zij beschikken immers over aanzienlijke communicatiebudgetten en kunnen zo, ondanks het feit dat hun suiker en andere ingrediënten niet gecertificeerd zijn, toch uitpakken met het Fairtrade Max Havelaar Cocoa Program.
 
De verschillende Oxfam-organisaties die rond fair trade werken, zijn dan ook helemaal niet opgezet met de nieuwe programma’s: "Hoewel Oxfam erkent dat meer afzetmogelijkheden moeten gevonden worden voor de cacaoboeren denken we niet dat een versoepeling van de fairtradenormen de juiste oplossing is. Onze aanbeveling aan Fairtrade International is om een alternatieve strategie te volgen, waarbij meer middelen worden geïnvesteerd in marketing en consumenten beter worden geïnformeerd of gesensibiliseerd." De Oxfam-organisaties zullen dan ook geen gebruik maken van de nieuwe ingrediëntenlabels. 
 
Omdat de nieuwe labels een eerlijke handel met twee snelheden in de hand werken, vinden ze geen ingang bij de gevestigde spelers. Artisans du Monde, het Franse netwerk van winkels die al 40 jaar bewust kiezen voor eerlijke handel, is zelfs van mening dat de Fairtrade Sourcing Programs een "nieuwe certificeringsbenadering hanteren die niet voldoet aan de eisen van eerlijke handel." Het netwerk zal trouwens heel binnenkort beslissen of het zijn "samenwerking met Fairtrade International al dan niet zal voortzetten." Hetzelfde horen we bij de BFTF, de Belgische Federatie voor Eerlijke Handel: "Het FSP-model druist duidelijk in tegen de waarden van een eerlijke handel die de Belgian Fair Trade Federation en haar leden nastreven."
 
En de consument? Die weet momenteel nog maar weinig over de nieuwe Fairtrade Max Havelaar ingrediëntenlabels. De labels zijn immers nog niet aanwezig op de Belgische markt, maar dat zal met de eengemaakte Europese markt niet lang meer duren. En zullen consumenten dan nog wegwijs raken uit al die labels? Hoe kunnen ze een onderscheid maken tussen twee logo’s die visueel erg op elkaar lijken (de ingrediëntenlabels hebben immers dezelfde blauwe en groene kleur als het historische label, maar tegen een witte i.p.v. een zwarte achtergrond, en dragen de vermelding Cocoa Program, Cotton Program of Sugar Program)? Kunnen ze daaruit zelf afleiden dat het ene product eerlijker is dan het andere?
 
Het risico bestaat dat de nieuwe labels, die we kunnen beschouwen als een ‘light’ afkooksel van het Fairtrade Max Havelaar-label, het traditionele label buitenspel zullen zetten voor chocoladeproducten, suiker en katoenen kleding. De verwarring en risico’s zijn zo groot dat zelfs Fairtrade Canada en Fairtrade America, die net als Max Havelaar België lid zijn van Fairtrade International, beslist zouden hebben om de nieuwe labels niet te gebruiken.
 

Opgeblazen statistieken
 
Christian Jacquiau, econoom en criticus van het Max Havelaar-label en tevens auteur van het boek ‘Les coulisses du commerce équitable’ (Een blik achter de schermen van eerlijke handel) stelt dat fabrikanten voortaan eerlijke chocolade kunnen verkopen zonder dat de cacao gecertificeerd is, zo lang de suiker dat maar is. Gelet op het prijsverschil tussen eerlijk en niet-eerlijk, dat groter is voor suiker dan voor chocolade (zie de eerdere toelichting van Eric Garnier), lijkt dat echter weinig waarschijnlijk. Christian Jacquiau heeft echter wel een punt wanneer hij het over ‘opgeblazen statistieken’ heeft. Hij licht zijn bewering toe in een interview met het magazine TerraEco: "Wanneer een chocoladereep langs de kassa passeert, wordt die voor de volledige verkoopsprijs geregistreerd als fairtradeproduct en niet alleen voor die paar grammen suiker op basis waarvan de fabrikant het Max Havelaar-logo op zijn verpakking mag zetten. De omzet van de supermarkten uit die zogenaamde Fairtradeproducten zal dus fors toenemen, wat erop wijst dat ze een regelrecht succes zijn ... althans in de statistieken. Maar wie wordt hier beter van?“ (10)
 

Wordt vervolgd...
 
In haar nota "Pourquoi vous ne verrez pas le nouveau label ‘FSP’ de Max Havelaar sur les produits Ethiquable" (Waarom u het nieuwe FSP-label van Max Havelaar niet op Ethiquable-producten zult zien) gaat de Franse organisatie Ethiquable dieper in op een andere discussie die binnen Fairtrade International wordt gevoerd. Deze keer wordt de ontwikkelingspremie doorgelicht. Tot nu toe beslisten producentenorganisaties, of in het geval van plantages comités waarin zowel werknemers als werkgevers zetelen, op democratische wijze voor welk doel de premie precies wordt aangewend. Met de premie worden doorgaans maatschappelijke programma’s (onderwijs, drinkwatervoorziening …) of projecten voor economische ontwikkeling (kwaliteitsverbetering, investeringen …) gefinancierd.
 
"Sommigen vinden dat een deel van de premie moet worden besteed aan de modernisering en verbetering van de cacaoplantages. Eén mogelijkheid zou zelfs zijn om per land een fonds op te zetten waarin een deel van de premie terechtkomt ter financiering van programma’s die de cacaoteelt ondersteunen." (11)  Als deze optie wordt doorgedreven, dan betekent dit dat de boeren niet langer zelf beslissen hoe ze de ontwikkelingspremie willen besteden. Hoewel een eventuele modernisering van de cacaoplantages goed zou zijn voor de boeren, zijn het toch vooral de grote chocoladefabrikanten die daar beter van worden. Zij hebben immers de grootste moeite om voldoende kwaliteitsbonen te vinden (zie inzet).

 
Wat na 2015?
 
Zoals de CLAC (12) (de Coördinatie van kleine producenten van eerlijke handel in Latijns-Amerika en de Caraïben) al aangaf, kunnen tot 2015 alleen koffie, cacao, suiker en katoen afkomstig van producentenorganisaties (en dus niet van plantages) Fairtrade Max Havelaar gecertificeerd worden. En wat daarna? Zijn de FSP-labels dan niet de rode loper voor certificering van producten afkomstig van plantages?

 
Label voor kleine producenten
 
Ethiquable en Oxfam-Wereldwinkels zetten (alleszins op hun website) vooral het label voor kleine producenten in de verf. Dit label werd in 2010 binnen de CLAC ontwikkeld door en voor kleine producenten. Het idee voor zo’n label ontstond al eerder toen duidelijk werd dat Fairtrade International, door haar label open te stellen voor grote plantages voor producten zoals thee, bananen, druiven of bloemen, verder afstand nam van haar oorspronkelijke opdracht: de markt toegankelijk maken voor kleine producenten en een nieuwe manier van internationale handel introduceren.
"We wilden ons onderscheiden als kleine producenten die de originele waarden van een eerlijke handel voorstaan: samenwerking, democratisch bestuur, ondersteuning van de boerenlandbouw …", aldus Jéronimo Pruijn, directeur van Fundeppo (Fundación de Pequeños Productores Organizados – Stichting van georganiseerde kleine producenten). (13)

BFTF, de Belgische Federatie voor Eerlijke Handel, stelt vast "dat een aantal historische organisaties voor eerlijke handel in Europa de voorbije jaren ietwat afstand hebben genomen van het Fairtrade Max Havelaar-label door het van hun producten te verwijderen. Het ziet ernaar uit dat ook andere organisaties binnenkort hun voorbeeld zullen volgen."
 
 
Enge visie op fair trade
 
Het begrip ‘eerlijke handel’ in de versie van Fairtrade Max Havelaar lijkt steeds meer uitgehold te worden. Het ontwikkelingsmodel is niet meer wat het vroeger was en de rol van eerlijke handel als motor van maatschappelijke verandering heeft daardoor een deel van zijn glans verloren. Het streven naar meer omzet heeft de tweeledige doelstelling van de initiatiefnemers van eerlijke handel naar de achtergrond verdrongen: de misbruiken van de internationale handel aan de kaak stellen en aantonen dat het ook anders kan dankzij een alternatief solidair handelsmodel.
 
Samuel Poos
 
De meningen die in deze publicatie naar voren worden gebracht zijn niet noodzakelijk de opvattingen van BTC of de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.
 
© Guebre Albert, de la Coopérative Agricole N'Zrama de N'Douci (CANN) - Ivoorkust.

 
1. Meer info over het gebruik van de nieuwe labels op de site van Fairtrade International : http://www.fairtrade.net/using-the-fairtrade-mark.html#c8966
2. Zie artikel Novethic : Mars veut 100% de cacao issu de sources certifiées d'ici 2020.
3. De Zwitserse vereniging Switcher heeft eind januari aangekondigd eveneens te starten met het nieuwe programma voor katoen.
4. Het Technical Centre for Agriculture and Rural Cooperation (CTA) is een gezamenlijk internationaal instituut van de African, Cariribbean and Pacific States (Landen in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan) en de Europese Unie (EU).
5. CTA, Agritraide, Fairtrade certification for multiple-ingredient products to be modified, 20 januari 2014. http://agritrade.cta.int/en/Agriculture/Topics/Product-differentiation/F...
6.CTA, Agritraide
7. Didier Pérou, Max Havelaar lance de nouveaux labels ! Évolution logique ou réel retour en arrière ?, Ekitinfo, 27 januari 2014.
8. Didier Pérou
9. Lees in dit verband: Eerlijke handel, ook voor Belgische boeren?
10. Le commerce équitable trouble davantage les esprits qu’il ne convainc », Interview de Christian Jacquiau, Terra eco. 3 février 2014. http://www.terraeco.net/Le-commerce-equitable-trouble,53604.html
11. Ethiquable, Pourquoi vous ne verrez pas le nouveau label « FSP » de Max Havelaar sur les produits Ethiquable, http://www.ethiquable.coop/page-dactualites-mag/pourquoi-vous-ne-verrez-pas-nouveau-label-fsp-max-havelaar-sur-produits#.UwKIGxSDjqc.twitter
12. CLAC (Coördinatie van kleine producenten van eerlijke handel in Latijns-Amerika en de Caraïben), brief van 18 september 2013 geadresseerd aan Fairtrade International
13.Philippe Chibani-Jacquot, La liste des labels équitables s'allonge, Novethic, maart 2012.

maandag 10 februari 2014

Zeg het met bloemen: over ethiek en duurzaamheid in de bloemenketen

In 2007 riep de Britse minister van Internationale Samenwerking Hilary Benn consumenten op om Nederlandse bloemen geteeld in serres links te laten liggen en Keniaanse rozen te kopen. Zijn argumenten: beter voor het milieu en goed voor de werkgelegenheid en de ontwikkelingskansen van het land. Maar klopt dat wel? Hoe duurzaam zijn geteelde bloemen uit het Zuiden en hoe kwalitatief zijn de werkomstandigheden? En waar staat fair trade in dit verhaal?


Delokalisatie


“Nederland bloemenland”, het is een uitspraak die nog maar gedeeltelijk klopt. Twee derde van de Europese handel in sierteeltgewassen verloopt nog steeds via Nederlandse bloemenveilingen, goed voor een omzet die in de miljarden loopt. Maar de bloemen zelf komen sinds de jaren 90 steeds vaker uit Oost-Afrika. Zo importeerden onze noorderburen in 2010 drie miljard rozen uit Kenia, grotendeels bestemd voor export naar de rest van Europa.
Landen in de buurt van de evenaar hebben sterke troeven in handen voor de teelt van snijbloemen: twaalf uur zonlicht per dag, genoeg regen en ideale temperaturen. Tel daar de lage arbeidskost en de beschikbaarheid van moderne transportmiddelen bij en je begrijpt waarom het economisch winstgevend is om vandaag bloemen te laten plukken op een Keniaanse flower farm en ze overmorgen te verkopen in een bloemenwinkel 7.000 km daarvandaan.


Koploper Kenia

Hilary Benn heeft alleszins een punt als je kijkt hoe belangrijk de bloemenindustrie is geworden voor de Oost-Afrikaanse economieën. Jarenlang kende de sector in Kenia een groei van 20%. Vandaag maken bloemen meer dan 10% uit van de totale export, goed voor een tweede plaats na koploper thee. Tienduizenden jonge vrouwen zijn werkzaam op bloemenplantages, honderdduizenden zijn indirect afhankelijk van de sector. Daarmee staat het land op de eerste plaats, maar ook Ethiopië, Uganda en Tanzania volgen hetzelfde pad. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan speelt zich een vergelijkbaar verhaal af, met Ecuador en Colombia als voornaamste productielanden voor de Amerikaanse markt.


Verbloemde werkelijkheid?

Hoe duurzaam zijn Keniaanse rozen? Verschillende wetenschappers rekenden uit dat de CO²-uitstoot van de Keniaanse rozenproductie, inclusief transport, vele malen lager ligt dan de uitstoot die nodig is om Hollandse serres te verwarmen. Maar Pat Thomas, journalist van The Ecologist, nuanceert deze stelling: “Enge CO²-berekeningen vertellen niet het hele verhaal. Om te beginnen moet je de hele levenscyclus van bloemen in rekening brengen, inclusief de fossiele energie verbruikt voor de teelt, de bemesting, de pesticiden en de koeling en ook methaanuitstoot bij het vergaan van oude bloemen. Daarnaast zijn er twee belangrijke elementen die je terecht doen twijfelen of een roos uit Kenia wel zo goed is voor het milieu, namelijk het gigantische verbruik van pesticiden en water.”

Om een roos tot bloei te krijgen moeten schimmels en bacteriën op afstand worden gehouden. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen ligt dan ook zeer hoog in de bloemenindustrie. Daar komt nog bij dat de wetgeving in Afrikaanse landen vaak achterloopt waardoor pesticiden worden gebruikt die in Europa al lang verboden zijn, zoals DDT en methylbromide. Omdat bloemen geen voedingsmiddelen zijn, worden ze minder streng gecontroleerd en bestaat er geen waterdicht systeem om die pesticiden te bannen. In Kenia en Ethiopië worden arbeidsters nauwelijks opgeleid om chemische middelen correct te gebruiken. De gezondheidsklachten zijn dan ook legio. Daarnaast verslindt de teelt van snijbloemen water. Kenia en Ethiopië staan niet bepaald bekend om hun grote watervoorraden, dus plaatst Pat Thomas nog meer vraagtekens bij de ecologische impact van een niet-eetbaar luxeproduct dat uitsluitend wordt geteeld voor export: “De Keniaanse bloementeelt situeert zich vooral rond Lake Naivasha in het zuidwesten van het land. Dit enorme zoetwatermeer is een vitale waterbron. Het is ook de thuis van nijlpaarden, flamingo’s en andere diersoorten. Sinds de komst van de bloementeelt steeg de bevolking van 6.000 naar 240.000. Het waterniveau van het meer is gehalveerd, het water is vervuild – door het pesticidegebruik en door het rioolwater van de stad Naivasha – en de biodiversiteit wordt bedreigd. Ook de bloemenindustrie beseft dat er iets moet gebeuren of de regio stevent af op een ecologische ramp.”


Sociale meerwaarde?

Bloemen zorgen voor veel werkgelegenheid. Maar daarmee is nog niets gezegd over de kwaliteit van die jobs. De Nederlandse ngo HIVOS die in 2013 de campagne Power of the Fair Trade Flower lanceerde, vat de talrijke onderzoeken en rapporten over de arbeidsomstandigheden in de bloemensector als volgt samen: “Jonge vrouwen verrichten het meeste werk op de flower farms. Zij zijn gewild omdat ze zorgvuldig te werk gaan, wat noodzakelijk is bij dit tere product. Maar vrouwen zijn vooral ook goedkope arbeidskrachten. Ze verrichten ongeschoold werk tegen een schamele verloning. Ze hebben geen of nauwelijks toegang tot kennis en scholing waardoor elk perspectief op ontplooiing ontbreekt. Van vaste aanstellingen is vaak geen sprake en de tijdelijke contracten maken hen extra kwetsbaar. Uitbuiting en seksueel misbruik komen veelvuldig voor. Hun gezondheid loopt bovendien gevaar door het onzorgvuldige gebruik van chemicaliën.”

Wanneer je naar de concrete gegevens kijkt, wordt het nog schrijnender: “Bazen vragen seksuele gunsten in ruil voor een contractverlenging of een dag vrij. Wie een tijdelijk contract heeft, verliest haar baan bij een zwangerschap. Vaste medewerkers wort gevraagd vakantiedagen op te nemen in plaats van zwangerschapsverlof. Maar vooral de gezondheidstoestand van vele arbeidsters is verontrustend: hoofdpijn, duizeligheid en vermoeidheid zijn meer regel dan uitzondering. Miskramen komen ongewoon vaak voor. Beschermende kledij is te weinig voorhanden.” Lange werkdagen kunnen in het hoogseizoen oplopen tot 16 uur. De verloning die daartegenover staat, is laag. Het minimumloon in de agrarische sector in Kenia bedraagt
€ 1,25 per dag. In Tanzania is dat 0,96 eurocent, in Ethiopië nog lager. Oeganda kent helemaal geen minimumloon.


Wildgroei aan labels

Vele mensen binnen de sector beseffen dat het ondanks de moordende concurrentie anders moet. Al in 1999 nam de internationale koepelorganisatie van bloemenhandelaars het initiatief voor een wereldwijde standaard met sociale en ecologische criteria. Dat resulteerde in 2006 in het Europese consumentenlabel Fair Flower Fair Plants (FFP), beheerd door een stichting in Nederland. Het label brak echter niet door en wordt vooral gebruikt voor in Europa geteelde bloemen.
Daarnaast gebruikt men soms internationale business-to-business standaarden zoals MPS-ABC, GLOBALGAP en ETI, zijn er bloemen op de markt met het ecologische label EKO en pakken Britse supermarkten uit met eigen private labels. Ook in het Zuiden beseft men dat het imago moet worden opgekrikt, dus kwam de Kenya Flower Council met een Code of Practice en Asocolflores in Colombia met een Florverde standaard.

Om die wildgroei aan labels te stoppen en tegemoet te komen aan de vraag van ngo’s en consumenten naar meer ethiek in de keten pakte de sector begin 2013 uit met de lancering van het Floriculture Sustainability Initiative (FSI). Ook ngo’s werden bij het proces betrokken. Het doel is zeer ambitieus: FSI wil dat in 2020 90% van de internationaal verhandelde bloemen en potplanten uit duurzame teelt komen. Daarvoor wil het vooral de samenwerking binnen de sector vergroten zodat er een gemeenschappelijke visie komt op wat duurzaam is. Jeroen Oudheusden, FSI programmacoördinator: “Door de talrijke labels ziet niemand nog het bos door de bomen. Bedoeling is niet om nog een nieuw label te creëren, wel om een instrument op te stellen dat de verschillende labels naast elkaar zet zodat telers en handelaars eindelijk duidelijkheid krijgen. Het moet transparanter en gebaseerd op feiten. Daarnaast willen we vooral informatie delen rond best practices op vlak van watergebruik, pesticidegebruik, mensenrechten en milieuvriendelijk transport.”


Fairtradebloemen
De FLO-criteria voor de bloemensector bevatten onder meer de volgende punten
  • De oprichting van een joint body van werknemers en werkgever die beslist waaraan de fairtradepremie (10% bovenop de eindprijs) wordt besteed. Werknemers hebben hierbij een vetorecht en de premie moet worden gebruikt voor gemeenschapsontwikkeling en betere werkomstandigheden.
  • Verbod op gedwongen arbeid en kinderarbeid onder 15 jaar.
  • Het recht om zich te organiseren in vakbonden en om cao’s af te sluiten.
  • Lonen moeten minimaal het regionale gemiddelde of het wettelijk minimumloon bedragen.
  • Een hele reeks veiligheids- en gezondheidsmaatregelen die het gebruik van kunstmeststoffen en pesticiden moeten beperken.
 
Eerlijke bloemen

In 2001 polsten de Zwitserse grootwarenhuizen COOP en Migros bij Max Havelaar Zwitserland naar de mogelijkheden om fairtradebloemen op de markt te brengen. Fairtrade International (FLO) zette zich aan het werk en in 2004 schoven in Zwitserland de eerste Fairtrade-gelabelde ruikers over de toonbank. Intussen zijn meer dan 50 plantages gecertificeerd in 17 verschillende landen, vooral in Kenia, Tanzania en Ecuador. In België zijn deze eerlijke bloemen vooral terug te vinden in de supermarkten Delhaize en Carrefour.


Impact van fair trade

In 2012 publiceerde het Center for Evaluation (CEval) in opdracht van Zwitserse en Duitse FLO-leden een impactstudie rond eerlijke handel. Naast kleinschalige West-Afrikaanse cacaoboeren werden ook grootschalige Oost-Afrikaanse flower farms in de studie betrokken. Het eindrapport stelt dat de arbeidsomstandigheden op de fairtradeplantages beduidend beter zijn dan in de omringende bedrijven, vooral wat betreft gezondheid en veiligheid, training en gender. Terwijl in de sector minder dan 20% een vast contract heeft, is dat op gecertificeerde plantages 85%. De fairtradepremie wordt besteed aan projecten die zowel de arbeiders als de ruimere gemeenschap ten goede komen. Zo ging de premie bij Finlay Flowers in Kericho naar de opleiding van onderwijzers en naar schoolmateriaal.

Bij de Oserian Flower Farm vlakij Naivasha werd ze besteed aan een opleidingscentrum, een campagne tegen aids, een seminarie over huishoudelijk geweld en de aankoop van een bus. Ook de aandacht voor het milieuvraagstuk is groter op gecertificeerde plantages. Zo is men bij Longonot Farm in de regio van Naivasha actief bezig met recyclage van water en hydro-electriciteit. Bij het certificeren van verschillende plantages in Ethiopië werden onmiddellijk 90 van de 120 gebruikte chemicaliën verbannen.



Trade for Development Centre
februari 2014

Foto's
1. Ecuadoriaanse arbeidster in de bloemensector © Sean Garrison voor Fairtrade International
2. Beschermende kledij is nodig © Kenian Flower Farm Research Project
3.Ecuadoriaanse fairtraderoos © Didier Gentilhomme voor Fairtrade International

Bronnen
Pat Thomas, Behind the Label: cut flowers, 2009: www.theecologist.org/green_green_living/behind_the_label/302429/behind_t....
HIVOS, Position Paper Power of the Fair Trade Flower, 2013: www.powerofthefairtradeflower.nl.
Fair Flowers. The Journey of the Rose. People, planet, profit. Special 2013: www.p-plus.nl/resources/articlefiles/PHIVOSroses.pdf.
FFP: www.fairflowersfairplants.com
FSI (Floriculture Sustainability Initiative): www.fsi2020.com
FLO: www.fairtrade.net/flowers.html
Rapport CEval:
http://www.fairtrade.org.uk/press_office/press_releases_and_statements/f....
Kristina Gårdman, Fairtrade and Human Rights in the Kenyan Cut Flower Industry, Lunds universiteit, 2008: http://lup.lub.lu.se/luur/download?func=downloadFile&recordOId=1315678&f....
Bruno Leipold en Francesca Morgante, The Impact of the Flower Industry on Kenya’s Sustainable Development, International Public Policy Review, juni 2013:
http://www.ucl.ac.uk/ippr/journal/downloads/vol7no2/flowerindustry.  Zie ook kenyaflowerfarms.wordpress.com.
Nicky Caestecker, The impact of Fairtrade on social upgrading in the cut Flower Industry in Kenya, Universiteit Gent, 2012, http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/895/262/RUG01-001895262_2012_0001_....

woensdag 18 december 2013

Fair Wear Foundation: een label dat de werkomstandigheden in de textielketen wil verbeteren.



De textielindustrie is een van de sectoren waar het gebrek aan respect voor nationale of internationale arbeidsregelgeving het grootst is, vooral wat betreft de fundamentele rechten van werknemers (zoals het verbod op kinderarbeid, vakbondsvrijheid of het recht op een minimumloon). Dit is deels te verklaren doordat veel merken niet langer over hun eigen confectiefabrieken beschikken, maar liever beroep doen op een complexe en uitgebreide leveranciersketen.

Fair Wear Foundation (FWF) is een niet-commerciële vereniging waartoe merken, distributeurs en kledingproducenten kunnen toetreden om zich zo te engageren in een gecontroleerd en transparant proces dat de werkomstandigheden in confectie-eenheden en hun voorzieningsketens wil verbeteren.

Fair Wear Foundation, een multi-stakeholder organisatie die wordt beheerd door zowel  federaties van ondernemingen uit de sector als vertegenwoordigers uit vakbonden en het verenigingsleven, pleit voor een pragmatische aanpak om deze plaag te bestrijden.
FWF garandeert inderdaad niet de strikte toepassing van de sociale normen zoals voorgeschreven door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), maar ze voorziet een aanpak van gefaseerde naleving gebaseerd op een complete gedragscode.

> Lees meer

donderdag 2 mei 2013

Belg heeft twijfels bij ethische en ecologische labels

Belgen zijn sceptisch over ethische en ecologische productlabels. Dat blijkt uit een enquête van consumentenorganisatie Test-Aankoop. Ethiek en ecologie leeft, maar velen verdenken bedrijven ervan het slechts als marketingstrategie te hanteren.

> Lees meer

donderdag 21 februari 2013

PEFC: label voor verantwoord bosbeheer

PEFC werd op het einde van de jaren 90 opgericht in Europa. Vandaag is het in oppervlakte het meest verspreide certificeringsysteem voor bosbeheer ter wereld.

Het certificeringsysteem PEFC ijvert voor milieuvriendelijk bosbeheer dat tegelijk ook sociaal voordelig en economisch leefbaar is. De certificering geeft geen garantie over de kwaliteit van het gekochte hout maar wel over de duurzame bosbouw waaruit het voortkomt.

PEFC controleert niet alleen de bossen, maar ook de hele verwerkingsketen. Bij de start in ‘99 hield het label vooral rekening met de typisch Europese  kleine bossen. Vandaag is het in oppervlakte het meest verspreide certificeringsysteem voor bosbeheer ter wereld.

Lees meer
 

maandag 18 februari 2013

Label in de kijker: FairWild


FairWild is een internationaal certificeringssysteem dat zich richt op de bescherming van wilde planten en de ontwikkeling van de gemeenschappen die ze oogsten.

Het label past principes toe die gelijklopen met die van het Fairtrade-label, maar houdt daarnaast ook rekening  met biodiversiteit, de bescherming van de bedreigde soorten en de kaalpluk van de natuurlijke hulpbronnen. FairWild komt op voor de rechten van de autochtone volkeren en het respect voor hun traditionele kennis.